'Hard vechten voor onze welvaart'

Arie van der Zwan gelooft als een van de weinige Nederlandse economen in een sterke staat. Die moet de krachten bundelen om het op te nemen tegen China....

Arie van der Zwan (74) vindt het ‘benauwend’ om te zien waar de westerse wereld zich de laatste tijd mee bezig houdt. ‘De Verenigde Staten hebben zichzelf vastgezet met oorlogen in Irak en Afghanistan en ondertussen sluit China in de achtertuin, in Zuid-Amerika en Afrika, allerlei bilaterale overeenkomsten: grondstoffenleveranties in ruil voor de aanleg van infrastructuur. En in Nederland zijn we allemaal bezig met Wilders, maar waar gaat dat nu helemaal over, als we niet eens weten hoe we onze welvaart willen veiligstellen?’

In de vorige diepe recessie, begin jaren tachtig, speelde Van der Zwan een actieve rol. Hij was in 1980 voorzitter van een projectgroep die een rapport uitbracht over industriepolitiek. In 1983 werd hij bestuursvoorzitter van de Nationale Investeringsbank (NIB), ooit opgericht door de overheid om de wederopbouw te financieren.

Destijds werd Europa bedreigd door Japan. Het was moeilijk genoeg die bedreiging ongedaan te maken – ‘Hoe lang hebben we niet geworsteld om de Europese auto-industrie weer concurrerend te maken?’ – maar dit keer is de tegenstander volgens Van der Zwan veel sterker. ‘We krijgen te maken met een concurrentie die we nog nooit hebben gehad. China is onvergelijkbaar met Japan. Het land heeft een massa en een ontwikkelingssnelheid die ongekend is.’

‘De gemiddelde Nederlander heeft nog steeds een naïef beeld van China. Alsof het een derdewereldland is dat zich alleen concentreert op laagwaardige exportproducten. Ze blijven inderdaad laagwaardige producten maken om de arme delen van het land te ontwikkelen, maar in de hoogontwikkelde delen van het land zijn ze juist bezig met hightech. Kijk alleen maar naar het oude Lips in Drunen (dat de laatste jaren onder de Finse naam Wärtsilä door het leven ging, red.). Dat maakte zeer hoogwaardige scheepsschroeven, maar verhuist nu ook naar China.’

Van der Zwan is een van de weinige Nederlandse economen die zijn blijven geloven in een sterke overheid, ook toen de afgelopen jaren vrijwel al zijn collega’s zich tot het marktdenken bekeerden. Die overheid moet de economie nu de goede kant opduwen, vindt Van der Zwan, anders zal China onze economieën langzaam dieper in een recessie duwen.

De Chinese groei wordt ondersteund door een stevige handelspolitiek. ‘De Chinezen storen zich niet aan mensenrechten of milieuvoorschriften, ze doen gewoon zaken. Het Westen, en zeker Europa, stelt daar weinig tegenover. Wij kunnen niet zomaar besluiten hetzelfde te doen, maar je kunt het ook niet over je kant laten gaan. ‘We moeten de krachten bundelen. Dat doen we wel als we oorlog voeren in Afghanistan, maar op dit gebied niet. Terwijl dit voor onze toekomst van groter gewicht is.’

Wie moet dat dan doen?

‘De enige die de krachten kan bundelen, is nog altijd de overheid. Nu zullen sommigen zeggen: daar heb je Van der Zwan weer met zijn industriepolitiek. Maar dat beleid heeft in de jaren tachtig wel effect gehad. Ik denk aan de commissie-Wagner die in 1981 een richtinggevend rapport uitbracht. We hebben in Nederland opnieuw behoefte aan een overheid die richting geeft. Vervolgens moeten we een gezamenlijk Europees plan smeden. De nieuwe EU-president Van Rompuy is daar gelukkig al mee bezig. Hij richt zich duidelijk op het versterken van de economische positie van het Westen.’

Is de overheid daartoe wel in staat? Die heeft de afgelopen jaren toch alles aan de markt overgelaten?

‘De overheid heeft instituten nodig, waarmee ze kan ingrijpen, zoals de Nationale Investeringsbank er een was. Die moeten zinvolle projecten bedenken die voor de toekomst van Nederland van belang zijn. De Fransen zijn daartoe beter geëquipeerd. Zij hebben een traditie op het gebied van industriepolitiek. Ze zijn de afgelopen decennia weggehoond, maar de Franse kijk op dingen is zo gek nog niet. Zij kiezen voor een sturende overheid, of beter: een stuwende overheid.’

De Europese landen hebben toch een veel urgenter probleem: een ondraaglijke schuldenlast?

‘Economische groei is dé manier om van je schuldenlast at te komen. Dat zag je in de jaren tachtig ook. Drie kabinetten-Lubbers voerden de ene na de andere bezuiniging door, maar slaagden er niet in de schuld naar beneden te krijgen. Onder Paars, toen de economie weer flink ging groeien, verdween de schuld als sneeuw voor de zon.

‘Wat Lubbers bezuinigde, moest hij direct weer prijsgeven vanwege tegenvallende belastingopbrengsten. Nederland werd in de jaren tachtig de traagste groeier van Europa. Je moet dus niet bezuinigen. Je moet hooguit geen zinloze uitgaven meer doen.’

Wat kan de overheid doen om de economie te laten groeien?

‘Ondernemers zitten nu gevangen in een zeer somber stemmingsbeeld, terwijl bedrijfsinvesteringen de economie nu juist weer op gang moeten helpen. Aan geld is geen gebrek, maar ondernemers hebben geen idee waar ze rendabel kunnen investeren. Daar moet de overheid bij helpen.’

‘Als China het kan, waarom wij dan niet? China maakt ongetwijfeld ook fouten, maar het land is in ieder geval in beweging. Het groeit weer. En als de zaak in beweging is, haken particuliere ondernemingen vanzelf aan.’

Maar heeft de overheid daarvoor wel de juiste mensen in dienst?

‘Als de overheid het voortouw durft te nemen, zal ze ook meer zelfvertrouwen krijgen, waardoor er een nieuw type overheidsdienaar komt. Niet alleen mensen die gewend zijn achter een bureau te zitten, maar mensen van allerlei achtergrond. Dat zal een zegen zijn voor de vitaliteit.

‘Je moet een soort gilde van overheidsdienaren creëren. Dat zie je in Frankrijk ook. Een groep mensen die het ene moment in de auto-industrie of de vliegtuigindustrie werkt en het volgende moment op een departement. Je wilt niet alleen bureaucraten maar ook mensen met levenservaring en bedrijfservaring. We komen uit een tijd van zo min mogelijk overheid. Dan trek je ook een bepaald type mensen aan. Je hebt juist ondernemende mensen nodig. Het ondernemerschap is niet het privilege van het bedrijfsleven. Het is in alle organisaties van belang. Nu zitten we opgescheept met een overheid met te weinig ondernemerschap.’

Wat kan de overheid nog meer doen?

‘Ze moet een tegenmacht vormen om uitwassen van het bedrijfsleven tegen te gaan en de burger te beschermen. De mensen voelen zich nu onbeschermd. Het is toch cru erachter te komen dat banken en financiële instellingen 30 procent provisie inhouden op verzekeringen? Als je dat als overheid toestaat, tast je het vertrouwen van de mensen aan. Je geeft ze het gevoel dat ze onbeschermd in de wereld staan. Als de werkloosheid ook nog stijgt, moet je niet gek opkijken als ze op iemand stemmen in wie ze een verlosser zien.

‘Het establishment heeft het toch verschrikkelijk laten afweten? Die hele privatiserings- en marktwerkingsoperatie, wie hebben daar nu uiteindelijk voordeel van gehad? De hoogopgeleiden hebben hun positie verbeterd terwijl ze er aan de onderkant van de maatschappij alleen maar de nadelen van hebben ondervonden.

‘Er heeft een enorme verschuiving in de inkomensverdeling plaatsgevonden. Daarmee is iets fundamenteels doorbroken: de solidariteit. Daar heeft het geweldig aan geschort. Dat was voor mij ook de reden te reageren op de uitlatingen van Wim Kok voor de commissie-De Wit. Wat hij zei over de salarisverhoging bij ING, dat kan toch niet? De elite had zijn stem moeten verheffen tegen de uitwassen. Een gemeenschapsgedachte zonder solidariteit is een lege huls.’

Denkt u dat die solidariteit weer in ere wordt hersteld?

‘Deze situatie zal niet altijd voortduren. De kentering zal aanvankelijk stapsgewijs gaan, maar op een gegeven moment wordt het een doorbraak. We gaan een periode tegemoet, waarin we hard moeten vechten om ons welvaartsniveau te handhaven. Mensen zullen vanzelf inzien dat die navrante hebzucht echt niet meer kan. En anders kan de overheid ook gewoon fiscale maatregelen nemen om de topsalarissen af te toppen.’

Wouter Bos neemt in de Den Uyllezing ook afstand van het vrijemarktdenken. U krijgt gelijk.

‘We moeten altijd door een tranendal om oude waarheden opnieuw te ontdekken. In de Partij van de Arbeid heeft het denken de afgelopen jaren stilgestaan. Het machtsdenken is dominant geworden. De verarming van het gedachtengoed is daarop terug te voeren.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden