ColumnPeter de Waard

Had Hugo de Groot de Brexit-knoop kunnen ontwarren?

null Beeld

Hier in Nederland is hij vooral bekend door de ontsnapping in een boekenkist uit slot Loevestein vierhonderd jaar geleden. Maar Hugo de Groot was vooral ook een eminente rechtsgeleerde die zijn tijd vele eeuwen vooruit was. In het buitenland waar hij Hugo ­Grotius heet en niemand weet waar Loevestein ligt, wordt hij vooral daarom gewaardeerd.

In het boek Mare Liberum (Vrije Zee), al geschreven voordat hij door prins Maurits gevangen werd gezet, betoogde hij dat de zee en zijn oevers – in tegenstelling tot binnenwateren en havens – niemands eigendom zouden mogen zijn. Dat zou afbreuk doen aan de vrije uitwisseling van goederen die voor een menswaardig bestaan noodzakelijk waren. Ook had iedereen ongeacht de nationaliteit het recht om om op zee te vissen waar hij of zij wilde, aldus de Groot.

Als De Groot nu nog uit zijn boekenkast had kunnen opstaan had hij hiermee de angel uit de Brexit-onderhandelingen kunnen halen.

Want een van de grote struikelblokken is het feit dat de Britten het alleenrecht opeisen over hun visserijgronden tot liefst 200 zeemijl (370 kilometer) uit de kust, iets wat ze sinds Hugo de Groot eigenlijk nooit gehad hebben. En dat is tegen het zere been van veel vissers uit Nederland en de rest van de EU die voor hun bestaan van die visserijgebieden afhankelijk zijn. Daar zit meer vis dan in de eigen wateren, niet omdat de vissen van The Crown en Premier League houden, maar omdat het daar beter toeven is.

Nu was De Groots gedachtengoed geen lang leven beschoren. De Britten dulden in de 17de eeuw al snel geen Hollandse schepen in hun wateren. En nadat Michiel de Ruyter bij Chatham de Theems was opgevaren, werd in de Wetten van de Zee vastgelegd dat elk land tenminste exclusief recht had op de eerste 3 mijl of 5 kilometer (toen de afstand die een kanon kon schieten) water vanaf zijn eigen kust. Later werden de territoriale wateren verlengd tot 12 mijl (22 kilometer).

En in het moderne zeerecht, vastgelegd door de VN, is het gebied 200 zeemijl geworden. Daar mogen de Britten exclusief boren naar olie en gas en bepalen wie er mogen vissen. Niettemin hebben vissers uit andere landen al sinds De Groot 400 jaar hun netten kunnen vrij kunnen uitgooien in Britse wateren. Dit is te danken aan een verdrag uit 1964 –nog ver voordat de Britten lid werden van de EU (toen EEG) – waarin twaalf landen afspraken de historische rechten te eerbiedigen.

Bij de toetreding van de Britten tot de EU werd dit automatisch vastgelegd in het gemeenschappelijk visserijbeleid. Alleen willen de Britten bij de Brexit ineens ook het verdrag uit 1964 in stukken scheuren, waardoor alle afspraken over toegang tot elkaars wateren vervallen. Als alle landen hun eigen economische zone opeisen, hebben de Britten samen met de Noren de helft van de Noordzee in handen.

Misschien zou Brussel nog eens De Groots gedachten uit een boekenkist kunnen opdiepen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden