De kwestie Peter de Waard

Gunt overheid postmonopolie aan beursspeculanten?

De postbezorging zou na de waterhuishouding de oudste nutsvoorziening van Nederland kunnen worden genoemd.

Al in 1799, de Bataafse tijd, kwam de bezorging in handen van een monopolist, omdat op een concurrerende markt mensen op het uitgestrekte platteland veel hogere tarieven zouden moeten betalen dan die in de steden. In de Postwet van 1810 werd het monopolie gegund aan de staat. Ook toen de postkoets werd vervangen door trein, fiets, brommer en bestelauto veranderde dat niet. Dezelfde service voor dezelfde prijs voor flats met vijftig bussen op een rijtje en boerderijen met ‘Wacht u voor de hond’ op kilometers van elkaar is alleen mogelijk als er één aanbieder is.

Dat bleef twee eeuwen zo totdat in de neoliberale privatiseringsgolf de markt werd opengesteld en met Sandd een concurrent van PostNL opdook die tegen goedkopere tarieven post ging bezorgen. Het gevolg was dat de postbesteller met een fatsoenlijk salaris werd vervangen door een flexwerkende student.

Op de postmarkt is marktwerking en concurrentie even ondoenlijk gebleken als op het spoor. Nu komt er weer één postbedrijf, met een ontheffing van de mededingingsregels. Het bizarre is dat de ene aanbieder geen staatsbedrijf is zoals De Nederlandsche Bank of de Nederlandse Spoorwegen maar in het territorium verkeert van jagende speculanten: de beurs. Zij mogen als aandeelhouder-eigenaar profiteren van een monopolist.

Dat is een even bizarre constructie als het laten noteren van het politie-apparaat of het leger op de Amsterdamse beurs. Als PostNL geen concurrenten mag hebben hoort het ook geen privaat bedrijf te zijn, laat staan dat het op een beurs hoort te zijn genoteerd.

Een betrouwbare en regelmatige postbezorging is nog vele jaren een noodzaak. Bedrijven en instellingen die willen factureren kunnen vaak niet zonder, omdat nu eenmaal niet iedereen in Nederland e-mail heeft. En wie wel een mailadres heeft kan dat weer gewijzigd hebben. Daarnaast heeft de post een steeds sterkere sociale functie in deze tijd waar vereenzaming een toenemend probleem is. De post is al aardig versoberd. Voor de oorlog werden brieven soms nog drie keer per dag bezorgd. Werknemers konden ’s morgens nog een briefje schrijven aan hun vrouw dat ze ’s avonds niet zouden komen eten. Daarna werd het twee keer en sinds de jaren zestig nog maar één keer. Dat is nog steeds zo, zij het nu vijf in plaats van zes dagen per week. In een ongereguleerde markt zou het bezorgen van een poststuk in Noordpolderzijl dertig euro kosten en die in een flat naast een centraal sorteercentrum dertig eurocent.

 Er is inmiddels zoveel ongelijkheid in Nederland dat niemand die er ook nog bij wil. De oplossing is van de post weer een staatsvoorziening te maken. Het zou een mooie pilot kunnen zijn voor de herlancering van de Rijkspostspaarbank – een andere diepgekoesterde wens.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden