Column peter de waard

Grote voetbalclubs hebben gemeenten in een wurggreep, want too big to fail

Behalve grote banken zijn ook grote voetbalclubs too big to fail. Een relatief kleine club uit het rechterrijtje van de Keuken Kampioen Divisie mag nog bij wijze van uitzondering ten onder gaan – Veendam was net DSB en vv Haarlem was net Van der Hoop – maar de grote zullen altijd worden gered. Helemaal als ze ook een groot stadion hebben.

Dat blijkt ook deze week in Enschede. De gemeenteraad van Enschede scheldt FC Twente vijf miljoen euro kwijt van een gemeentelijke lening van 17 miljoen. Daarnaast is nog eens negen miljoen van die lening achtergesteld geworden, hetgeen betekent dat de gemeente daar ook naar kan fluiten als de club failliet gaat. Uiteraard zei de gemeenteraad dat het de laatste keer is. Bij een volgende financiële crisis – en die is niet onwaarschijnlijk, gezien het feit dat er nog een enorme schuld van 30 miljoen euro resteert – hoeft FC Twente niet op de gemeente te rekenen. Maar natuurlijk zit er dan weer een heel ander college met een heel andere raad, die geen leeg stadion in de maag gesplitst wil krijgen.

Sinds voetbal een grote geldsport is geworden waarbij artiesten van overal ter wereld hun kunststukjes opvoeren voor de hoogstbiedende, is zo vaak geroepen dat het een keer afgelopen moet zijn met overheidssteun. Maar de praktijk is weerbarstig. Clubs hebben de gemeenten in een wurggreep, omdat zij spelen in stadions die nergens anders voor kunnen worden gebruikt.

De gemeente Rotterdam is van plan 135 miljoen euro te steken in het nieuwe Feijenoord-stadion – 40 miljoen in aandelen, 60 miljoen in de grond en 35 miljoen in de infrastructuur – hetgeen betekent dat de gemeente tot in de eeuwigheid moet bijspringen als de club op de rand van een faillissement staat.

Omdat Europese regelgeving staatssteun aan voetbalclubs verbiedt – net als aan banken – zijn ­gemeenten steeds creatiever in de financiering geworden. Openlijke subsidiëring heeft plaatsgemaakt voor garantstellingen en het overnemen van activa.

In 2011 kocht Eindhoven voor 48,4 miljoen euro het voetbalstadion en het oefencomplex van PSV over, zodat de club haar schulden kon aflossen. Voor NAC en MVV zijn reddingsoperaties bedacht. In 2016 onthulde Nieuwsuur dat gemeenten in tien jaar 240 miljoen euro in de voetbalclubs hadden gestoken via leningen, garantstellingen, aankoop van het stadion en subsidies. Soms namen gemeenten lichtmasten over, soms delen van de tribune. Cambuur kreeg geld in ruil voor het opnemen van de naam Leeuwarden in de clubnaam.

Net als bij banken is dat eigenlijk ongepast. Er gaat gemeenschapsgeld naar grootverdieners wier ­bonuscultuur die van zakenbankiers naar de kroon steekt. Omdat vanwege het principe van too big to fail een bankroet onmogelijk is, kunnen clubs alle risico’s nemen met aankopen en vette contracten.

Zolang stadions niet verplaatsbaar of multifunctioneel zijn, kunnen clubs ermee wegkomen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.