Grote kans dat die groene stroom van u gewoon grijs is

Vergroening energiemarkt is deels een wassen neus

De vergroening van de energiemarkt is deels een wassen neus. Particulieren denken stroom te kopen bij een groene partij, maar achter veel van die bedrijven schuilt een grijze energiereus.

Kolencentrale Eemshaven van RWE. Het Duitse concern levert voornamelijk grijze stroom, maar doet groen via dochter Innogy. Foto ANP

De stroom die energiebedrijven aan consumenten leveren wordt snel groener, vooral omdat de consument er steeds vaker naar vraagt. In 2016 had 64 procent van de particuliere energie-afnemers in Nederland een contract voor groene stroom. Maar dat geldt niet voor de totale energiemarkt. Die 'vergroent' nog nauwelijks: het totale aandeel duurzame elektriciteit is in 2016 anderhalf procentpunt gestegen.

Dat staat in een onderzoeksrapport naar de mate van vergroening van de Nederlandse energieleveranciers, dat de Consumentenbond en milieuorganisaties Greenpeace, Natuur & Milieu en Wise dinsdag presenteerden. Daarbij zit ook hun jaarlijkse stroomranglijst, waarin de organisaties de Nederlandse energieverkopers rangschikken op 'groenfactor'.

Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek wordt maar zo'n 20 procent van de elektriciteit verbruikt door huishoudens, de resterende 80 procent door zakelijke verbruikers. Maar de zakelijke energiemarkt gebruikt nog steeds voornamelijk grijze stroom en vraagt ook nauwelijks naar groenere alternatieven. Dat is niet onbegrijpelijk, want hoewel groene stroom ten opzichte van grijze voor een particulier huishouden maar enkel tientjes per jaar duurder is, loopt dat prijsverschil voor een bedrijf wel in de papieren. Doordat de zakelijke markt 'grijs' blijft, hebben energiebedrijven nauwelijks een prikkel om te investeren in groene energie.

Deze kant van de energiemarkt blijft voor veel consumenten onbekend en onderbelicht: die schatten de Nederlandse energieleveranciers vaak groener in dan ze zijn. Nu zijn de voorlopers aan de top van de lijst wel degelijk transparant over de herkomst van hun energie. Groene aanbieders die ook aan de zakelijke markt leveren, zoals Greenchoice en Eneco, leveren ook daar traceerbare groene stroom. Maar andere energiebedrijven zijn niet erg open en verbergen hun 'grijze' activiteiten bijvoorbeeld achter complexe verkoopconstructies en bedrijfssplitsingen, waardoor de consument geen inzicht heeft hoe groen zijn leverancier werkelijk is. Zo profileert Essent, de leverancier met het grootste marktaandeel in Nederland, zich als groen richting consumenten, maar is dat eigenlijk maar voor een deel, stelt het onderzoeksrapport.

Investeren in windenergie

Tot 2016 was Essent een volledige dochter van het Duitse concern RWE, dat voornamelijk fossiele en kernenergie produceert: RWE heeft bijvoorbeeld een kolencentrale in Groningen. In 2016 heeft RWE haar duurzame energie ondergebracht in het bedrijf Innogy, waarvan RWE bijna 77 procent van de aandelen heeft. Innogy is nu voor 100 procent de eigenaar van het Nederlandse Essent. Innogy doet het goed en investeert bijvoorbeeld uitgebreid in windenergie: alle particuliere klanten krijgen 100 procent windenergie, zegt de woordvoerder. Aan de zakelijke markt levert Innogy voornamelijk grijze stroom, 'al kunnen ze ook groene stroom afnemen als ze dat willen', zegt de woordvoerder van Essent.

Door de groene consumenteninspanningen van Innogy valt Essent in de ranking in de middenmoot en wordt beter beoordeeld dan vorig jaar. Maar zowel Innogy als Essent zijn onderdeel van een soort bedrijfspiramide, waarvan de top, het moederbedrijf RWE, voornamelijk grijze energie opwekt. Dat maakt ook Essent minder groen dan ze zeggen, oordeelt het onderzoeksrapport.

Ook energieleverancier E.ON maakt gebruik van een vergelijkbare constructie. Het Duitse moederconcern E.ON SE is in 2016 opgesplitst: het vaart een veel duurzamere koers en geldt nu ook als een 'groen' bedrijf. Maar E.ON SE heeft zijn 'grijze' activiteiten ondergebracht in het bedrijf Uniper, met een minderheidsbelang van ruim 46 procent. Uniper levert vooral fossiele en kernenergie, zowel aan de zakelijke als de private markt. E.ON Benelux is een volle dochter van Uniper en heeft in de praktijk weinig meer met 'groene oma' E.ON SE te maken. In Nederland verkoopt E.ON Benelux vooral energie uit de zogenaamde 'handelsmix' waarvan de herkomst nauwelijks is te traceren: in de praktijk is dit stroom uit kolen en gas. Door de activiteiten van moeder Uniper en hun eigen inkoopbeleid is E.ON onderaan de ranking terechtgekomen. Maar op hun site adverteren ze met 'Altijd 100 procent groene energie zónder verrassingen voor een scherp tarief!'

Wat vinden de bedrijven er zelf van? Essent verwachtte een ranking 'onderaan of in de middenmoot'. 'Wij zijn het niet erg eens met de wijze waarop de milieuorganisaties en de Consumentenbond de ranking samenstellen', zegt de woordvoerder. 'Zo is Innogy een zelfstandig bedrijf dat zijn eigen beslissingen kan nemen: daar heeft het moederbedrijf in Duitsland nauwelijks invloed op. Wij vinden het dus vreemd dat RWE, dat zelf alleen energie opwekt en niet verkoopt, wordt meegenomen in de beoordeling.'

Ook E.ON is niet erg blij met de ranking. 'Wij verwachten niet dat we dit jaar veel beter zullen scoren', zegt de woordvoerder. 'Het klopt dat ons moederbedrijf Uniper een voornamelijk fossiele portefeuille heeft. Onze zakelijke klanten krijgen de keus: groen of grijs, maar sinds dit jaar leveren we aan consumenten wel degelijk groene stroom, die we inkopen door middel van certificaten. Bovendien vinden we de ranking onnodig: op Consuwijzer.nl van de overheid kun je alle stroometiketten van energieleveranciers zien.'

Kun je de energieleveranciers eigenlijk wel de schuld geven van de stagnerende markt voor groene energie? Niet helemaal, geeft ook Greenpeace toe. 'Maar wij vinden dat de consument recht heeft om te weten wat er zich achter al die groene façades verbergt: een ingewikkeld doolhof van met elkaar verbonden bedrijven die niet altijd zo duurzaam zijn als ze de consument willen laten geloven', zegt de woordvoerder. 'Daarnaast zouden bedrijven veel meer om groene stroom moeten vragen dan ze nu doen. Er zijn gelukkig ook uitzonderingen zoals de NS, die uitsluitend groene stroom afneemt. Áls bedrijven die omslag gaan maken, ligt het balletje wel weer bij de energiebedrijven. Dan moeten uiteindelijk ook die grijze energieleveranciers in beweging komen en meer hun best doen om te vergroenen. En dan liever niet door meer certificaten te kopen om de grijze stroom groen te wassen: dat verandert niks aan de totale energieproductie, die wordt niet groener.'

Hoe werkt de ranglijst?

De Consumentenbond, Natuur & Milieu, Greenpeace en Wise beoordelen de energieleveranciers vooral op de geldstromen voor investeringen, productie, levering en inkoop van stroom. Investeringen gaan erover in hoeverre bedrijven investeren in duurzame productie, bijvoorbeeld door het inkopen van windmolens. Productie en inkoop zeggen wat over waar de stroom vandaan komt: heeft de leverancier eigen energie-installaties, zoals kolencentrales of windmolens? Kopen ze stroom bij de bron, bijvoorbeeld van Nederlandse windmolenparken? Of kopen ze stroom in op de algemene handelsmarkt? Levering tenslotte gaat over de stroom die bij consument en bedrijf terechtkomt: in Nederland gaat er namelijk drie keer zoveel groene stroom naar de klant dan er hier wordt geproduceerd. Dat kan doordat bedrijven Garanties van Oorsprong (GvO's, certificaten) inkopen in het buitenland. Die garanderen dat de stroom in het land van herkomst groen geproduceerd is (bijvoorbeeld door waterkracht in Noorwegen). Toch zien de milieuorganisaties de certificaten nauwelijks als echte 'vergroening': het kan bijvoorbeeld prima zo zijn dat een bedrijf stroom uit kolencentrales levert, daar apart ingekochte certificaten bij doet en het geheel als 'groene stroom' verkoopt. Zo'n 20 procent van de stroom die in Nederland wordt verkocht is grijze energie die vergroend is met GvO's. Dit is nu nog goedkoper dan investeren in groene energie uit wind, zon of water.

Meer over