Grote grazer overleeft winter in Oostvaardersplassen goed

De dierenminnende boeren konden het niet aanzien. De paarden, runderen en edelherten in het natuurgebied de Oostvaardersplassen moesten de afgelopen strenge winter met hun hoeven in de bevroren grond bikken op zoek naar schaars geworden voedsel....

Van onze verslaggeefster

Marieke Aarden

LELYSTAD

Maar de Oostvaardersplassen bleven in opspraak komen vanwege vermeende ondervoeding. Voor de camera's van SBS 6 schudde boer P. Kostelijk zijn boterhammenzakje leeg. Ten teken van protest.

Met enige triomf presenteerden Staatsbosbeheer en het Rijksinstituut voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling, RIZA vorige week vrijdag de cijfers over de conditie van de dieren: matig tot zeer goed en best. Afgelopen winter gingen er negen beesten dood, veel minder dan de 35 die er op basis van de omvang van de kudden, de leeftijdsopbouw en het leefgebied hadden moeten doodgaan.

In 1983 werden enkele tientallen grote grazers in het droge deel van de Oostvaardersplassen geïntroduceerd om het gebied te begrazen. Op die manier kon het gebied kort, mals en eitwitrijk gras bieden aan talloze ganzen die er broeden. Nu lopen er 390 Heckrunderen rond (genoemd naar de gebroeders Heck die door selectie en kruising het oerrund probeerden terug te fokken), 290 Konikpaarden (verre afstammelingen van de Tarpan, het West-Europese wilde paard), 260 edelherten en 110 reeën. De laatste groep is zijn op eigen houtje het gebied binnengekomen.

'De dieren lopen op de beste gronden van Europa', zegt onderzoeker Th. Vulink van het RIZA, onderdeel van Rijkswaterstaat dat tot een jaar geleden de Oostvaardersplassen beheerde. Hij onderzocht de conditie van de dieren, die wordt afgemeten aan de vetlaag en de spieren. De negen dieren gingen niet dood door voedselgebrek maar als gevolg van gevechten, door ouderdom en ziekte. Twee runderen en een paard stierven door onbekende oorzaak.

Er is zo overvloedig veel gras en riet dat deze herbivoren zich voor het winterseizoen moddervet kunnen eten. Hun reserves zijn dan zo groot dat ze met gemak een kwart van hun gewicht kunnen verliezen zonder dat dit schadelijk voor ze is. Als er in het voorjaar weer voldoende te grazen valt, vult een Heckrund de verloren honderd kilo zo weer aan tot het gangbare gewicht van vierhonderd kilo, zegt Vulink. 'Een strenge winter is niet eens zo bepalend. Veel ernstiger is het als het voorjaar op zich laat wachten en er niet voldoende gras, knoppen en takken uitlopen om snel weer op het oude gewicht te komen.'

De Oostvaarderplassen tussen Almere en Lelystad ontstonden in 1967 min of meer bij toeval uit water en modder. In het laagste deel van de nieuwe polder Flevoland bleef water staan, omringd door een slikvlakte. Die combinatie bleek ideaal voor planten- en dierenleven. Vogels als de lepelaars, kiekendieven, aalscholvers en baardmannetjes verzamelen in dit gebied, maar ook kikkers, talloze insecten, muizen en moerasplanten maakten de Oostvaardersplassen tot een uniek natuurgebied.

Net zoals in de natuur blijven ook hier kadavers liggen; de aaseters hebben die binnen twee tot drie weken tot op het bot kaal gevreten. Toch vrezen veehouders in de buurt dat mogelijke besmettelijke ziekten van de kadavers overwaaien op hun vee of door aasetende vogels worden overgebracht. Maar, zegt V. Wigbels, stafmedewerker van Staatsbosbeheer, als er mond- en klauwzeer wordt gevonden, kennen we geen genade. Dan gaan alle dieren er meteen aan.

De kudden moeten regelmatig op ziekten worden gecontroleerd. En ook een aantal kadavers moet voor onderzoek naar de gezondheidsdienst. 'De grote grazers mogen nooit een bedreiging worden voor de omliggende bedrijven', zegt Wigbels. 'Delen van de omliggende veehouderij blijven ons gebied echter zien als een poel des verderfs. We zullen dat moeten weerleggen en daarom heel goed en regelmatig moeten controleren.'

Boer Kostelijk deelde vrijdag weer pamfletten uit. 'Graag wil ik uw aandacht voor de paarden. De hengsten zijn soms in enorme vechtpartijen om de macht verwikkeld en brengen elkaar vreselijke wonden toe. Hier wordt niets aan gedaan'

'De hengsten proberen elkaar inderdaad te bijten', reageert Wigbels. 'De ene hengst pakt een velletje beet bij de ander en blijft daar net zo lang aan trekken tot er een winkelhaak ontstaat. De wond groeit in drie weken weer dicht. Het is echt niet zo dat wij dieren een week lang met de darmen naar buiten laten rondlopen. Dan wordt er echt een eind aan gemaakt.'

Dat gebeurt soms ook met de veulens. Vorige week werden er twee afgemaakt, omdat ze het niet zouden redden. Zo is gebleken dat veel merries hun eerstgeborene verwaarlozen. Die zijn klein en zwakker dan de rest. Een meer ervaren moederdier veronachtzaamt haar nazaten zelden of nooit, weten aldus de beheerders van Staatsbosbeheer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden