Demonstratie van studenten van de Theaterschool Amsterdam tegen de bezuinigingen op cultuur in 2011.
Demonstratie van studenten van de Theaterschool Amsterdam tegen de bezuinigingen op cultuur in 2011. © ANP

Grootste klap in cultuursector moet nog komen

De Nederlandse kunst- en cultuursector moet de zwaarste bezuinigingsklap nog krijgen. Na de Rijksoverheid en de provincies zetten de gemeenten het mes in het cultuurbudget.

De bezuinigingen van het Rijk zijn grotendeels achter de rug en de provincies korten dit jaar ­gemiddeld ruim 40 procent op de kunsten. Nu is het de beurt aan de ­gemeenten - die tweederde van het kunst- en cultuurbudget van de overheid besteden. Zij zijn nog maar net ­begonnen met bezuinigen.

Daling in cultuurbudget sinds 2011

We wachten met schrik en vrees op de gemeentelijke bezuinigingen

Bastiaan Vinkenburg

Voor die derde bezuinigingsronde waarschuwt Bastiaan ­Vinkenburg van ­onderzoeksbureau Berenschot, die voor de Boekman cultuurstichting de balans opmaakte van de cultuurbezuinigingen sinds kabinet Rutte 1 in 2011. 'We wachten met schrik en vrees op de gemeentelijke bezuinigingen', zei ­Vinkenburg maandag tijdens de ­presentatie van het onderzoek in ­Amsterdam. 'Het wordt nog erger.'

Het cultuurbudget van alle Nederlandse gemeenten samen daalt al sinds 2011. Dit jaar wordt door gemeenten ­gezamenlijk al zo'n 7 procent minder uitgegeven aan cultuur dan vijf jaar geleden. ­De onderzoeker voorspelt dat die dalende lijn de komende jaren sterk doorzet. Veel gemeenten bezuinigingen later dan de Rijksoverheid om hun culturele ­instellingen tijd te geven zich voor te bereiden op financiële krimp. Door extra kosten als ontslagvergoedingen of het opzetten van ­fusies van culturele instellingen zullen de bezuinigingen extra scherp zijn.

Gevolgen voor kleine gemeenten en provincies

In kleine gemeenten krijgt vooral de cultuureducatie het nog zwaarder te verduren. Daar wordt vaak bijna het hele cultuur­budget gebruikt door ­cursuscentra en bibliotheken. Waar het Rijk er in 2011 voor koos om de ­bibliotheken grotendeels te ontzien, krijgen die in de kleine gemeenten ­mogelijk indirect dus alsnog een klap.

In gemeenten vanaf 60 duizend inwoners kunnen ook poppodia, concertzalen en musea een vermindering van het budget tegemoet zien. Als voorbeelden noemt Vinkenburg Delft en Vlissingen die de ­komende jaren beide respectievelijk 40 en 60 procent minder hebben ­begroot voor cultuur.

Waar de gemeentelijke bezuinigingen de hele cultuursector treffen, moet bij de provincies vooral de professionele kunst het ontgelden. Gemiddeld besteden de provincies 40 procent minder aan de kunsten dan in 2011. Kanttekening: niet alle provincies hebben gekort op kunst. Friesland, Gelderland en Zeeland ­verhoogden hun ­budget. Daar staat ­tegenover dat ­Overijssel, Zuid-Holland en Utrecht volgens het onderzoek meer dan driekwart bezuinigden op de kunsten.

Eigen inkomsten vergaren

De Geefwet waarbij giften aan culturele instellingen sinds 2012 belastingvoordeel opleveren, heeft dus nog niet geleid tot een hogere opbrengst

De gevolgen voor de instellingen zijn nog niet overal zichtbaar. Het ­onderzoeksbureau heeft niet alle ­cijfers gekregen. Meestal zijn theaters, popzalen en culturele centra het hardst getroffen. Het aantal voorstellingen neemt daar af.

Veel instellingen ­zijn aangespoord om meer eigen inkomsten te vergaren, door bijvoorbeeld sponsoring of fondsenwerving. Maar afgezien van populaire instellingen als het Rijksmuseum in Amsterdam valt de opbrengst bij kleinere instellingen landelijk gezien tegen, blijkt nu.

De opbrengsten uit sponsoring door bedrijven kwamen in 2013 (na een kleine terugval) weer uit op de 80 miljoen euro die het culturele instellingen tot 2009 ook ­opleverde. Donaties aan cultuur door bedrijven, particulieren, fondsen, loterijen en uit erfenissen brachten in 2013 niet meer op dan 281 miljoen - meer dan 70 miljoen minder dan in piekjaar 2009. De Geefwet waarbij giften aan culturele instellingen sinds 2012 belastingvoordeel opleveren, heeft dus nog niet geleid tot een hogere opbrengst.

Ook de toegenomen inkomsten uit bijvoorbeeld entree en ­zalenverhuur vangen amper klappen op, ondanks een jaarlijkse stijging van 2 procent sinds 2011. De onderzoeker waarschuwt dat een btw-verhoging het ­entreegeld weer kan drukken. Als het btw-tarief zou stijgen van 6 naar 21 procent, zoals is voorgesteld, wordt een theaterkaartje van 20 euro bijna 3 euro duurder. En duurdere kaartjes betekent minder bezoekers. Vinkenberg: 'Het is een somber verhaal, sorry.'