Grootinkoper van Boeings en Airbussen

De leasemaatschappij Aercap doet in vliegtuigen: 358 toestellen om precies te zijn. Ondanks de crisis draait het bedrijf op Schiphol goed....

Van onze verslaggever Michiel Haighton

Schiphol Op Schiphol is een Nederlandse luchtvaartonderneming gevestigd, Aercap, dat meer vliegtuigen bezit dan de KLM, maar waar geen passagier waarschijnlijk ooit van heeft gehoord. En dat terwijl jaarlijks miljoenen reizigers aan boord stappen van een van de 358 toestellen die dit bedrijf, ontstaan uit de puinhopen van Fokker, heeft rondvliegen.

Aercap is een vliegtuigleasemaatschappij. Het verhuurt Boeings en Airbussen aan maatschappijen over de hele wereld, variërend van groot en gerenommeerd (zoals Air France en British Airways) tot klein en obscuur (zoals Wataniya Airways en Donbassaero).

Zelf behoort Aercap tot de categorie groot en onbekend. Het bedrijf nam vorige maand een concurrent uit Ierland over waardoor Aercap van de vijfde naar de derde plaats van de grootste vliegtuigleasemaatschappijen ter wereld steeg. En het is de vraag of het hierbij blijft.

De nummers een en twee van de markt, ILFC en RBS Aviation, verkeren in levensgrote problemen. Dat is te wijten aan hun moederbedrijven, respectievelijk de Amerikaanse verzekeraar AIG en de Britse bank RBS. Deze financiële reuzen bevinden zich in het oog van de crisisorkaan. Tot voor het uitbreken van de kredietcrisis konden ILFC en RBS Aviation altijd heel gemakkelijk en goedkoop via hun moeders aan geld komen. Nu is de geldkraan dichtgedraaid en betalen ze torenhoge rentes. Analisten verwachten dat de leasebedrijven worden opgeknipt en verkocht.

De directeur van Aercap, Klaus Heinemann (58), spreekt van een ‘unieke situatie’. Hij zegt niet te weten wat er gaat gebeuren met zijn twee grootste concurrenten. ‘Feit is wel dat ze zijn volgehangen met schulden. Probeer daar maar eens onder de huidige omstandigheden een koper voor te vinden’, aldus Heinemann in zijn kantoor op Schiphol-Oost. Bij het bedrijf werken ruim vierhonderd mensen.

Zelf doorstaat Aercap de economische crisis tot nu toe zonder veel kleerscheuren. ‘We zijn nog steeds winstgevend, zij het minder dan vorig jaar’, zegt Heinemann. De nettowinst in de eerste helft van 2009 bedroeg 86,6 miljoen dollar, een daling van 28 procent ten opzichte van 2008.

Volgens Heinemann was de behoefte aan leasevliegtuigen nog nooit zo groot. ‘De luchtvaartindustrie heeft het erg zwaar. Het geld dat maatschappijen kwijt zijn aan de aanschaf van een nieuw vliegtuig, houden ze liever op de bank. Leasing geeft ook meer flexibiliteit. De vloot kan zo makkelijker worden uitgebreid of ingekrompen.’

Dat zijn bedrijf een relatief anoniem bestaan leidt, vindt Heinemann geen bezwaar. ‘We hebben geen publieke aandacht nodig. Passagiers zullen nooit ergens aan merken dat ze in onze vliegtuigen zitten. De toestellen die wij verleasen zijn altijd gespoten in de kleuren van de maatschappij’, zegt Heinemann.

Zelf ziet hij in een oogopslag of een vliegtuig een geleast exemplaar is. ‘Voordat ik aan boord van een vliegtuig stap, kijk ik als eerste naar het registratienummer op de romp. Aan de hand van dat nummer kan ik zien of het een van mijn vliegtuigen is.’

Dat Aercap op Schiphol is gevestigd, is geen toeval. Het bedrijf is een restant van het failliete Fokker. Toen deze vliegtuigbouwer in 1995 ten onder ging, bevatte de boedel nog veel onverkochte vliegtuigen. Via leaseconstructies werden deze bezittingen door Daimler (de laatste eigenaar van Fokker) alsnog te gelde gemaakt. Maar om het tot een van de grootste vliegtuigleasemaatschappijen ter wereld uit te bouwen, was aanvankelijk nooit de opzet, vertelt Heinemann. ‘Het was echt bedoeld om de liquidatie van Fokker af te wikkelen.’

Het meest geleaste vliegtuig van Aercap is de Airbus A320, een vliegtuig dat vooral gebruikt wordt voor middellange afstanden. Om zo’n vliegtuig (nieuwprijs circa 43 miljoen dollar) te leasen, betaalt een klant 350 duizend dollar per maand. ‘Compleet uitgerust, inclusief entertainmentsystemen’, zegt Heinemann.

Vliegtuigleasing is nog een relatief jonge bedrijfstak. Tot halverwege de jaren zeventig kocht elke maatschappij zijn eigen vliegtuigen. De Ierse luchtvaartpionier Tony Ryan bracht daar verandering in, zegt Heinemann. ‘Hij kocht een oud toestel op van Air Lingus en leaste dat aan een Nigeriaanse maatschappij die geen geld had om een eigen vliegtuig te kopen. Deze transactie vormde het begin van een nieuwe industrietak. Met het geld dat hij met leasing verdiende, is hij later Ryanair gestart.’ Het bedrijf van Ton Ryan, Aerfi, is in 2000 overgenomen door Aercap.

Tegenwoordig bestaat de cliëntèle van leasebedrijven uit meer dan alleen obscure Afrikaanse maatschappijen. Van alle vliegtuigen in de burgerluchtvaart is 35 procent geleast.

Air France-KLM is een van de grootste klanten van Aercap. Met 83 uitstaande orders bij Airbus is Heinemann een graag geziene gast bij deze fabrikant. ‘De rode loper gaat uit als ik daar kom. Als ik een bestelling doe, zijn dat er meteen vijftig tot honderd. Een gewone maatschappij bestelt er misschien vijf of tien. Maar leuker dan die rode loper zijn de kortingen die ik dankzijde deze volumes kan bedingen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden