Minister Dijsselbloem van Financiën.
Minister Dijsselbloem van Financiën. © ANP

Groeiende economie doet wonderen voor staatskas: in 2021 10,7 miljard 'over'

Dijsselbloem heeft goed nieuws voor nieuw te vormen kabinet in voorjaarsnota

In 2021 heeft Nederland naar verwachting een begrotingsoverschot van 1,3 procent van het bruto binnenlands product (de omvang van de economie). In euro's: in dat jaar ontvangt de overheid 10,7 miljard euro meer dan dat zij uitgeeft. Dat is het goede nieuws dat minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem in zijn voorjaarsnota meegeeft aan de partijen die onderhandelen over een nieuw te vormen kabinet.

Nog een opsteker: dit jaar zakt de staatsschuld voor het eerst sinds 2010 onder de 60 procent van het bbp. Daarmee voldoet Nederland aan het in Brussel afgesproken plafond. Moest het vorige kabinet nog 50 miljard bezuinigen om het tekort en de te hoge staatsschuld onder controle te krijgen, het volgende kabinet begint de rit met een chique balans waar de Europese Commissie enkel goedkeurend bij zal kunnen knikken.

De positieve cijfers zijn te danken aan een groeiende economie. Meer werkgelegenheid, meer bedrijvigheid en meer consumptie betekenen meer belastinginkomsten en minder uitgaven aan uitkeringen. Opgeteld rekent Dijsselbloem op een meevaller van bijna 8 miljard in 2017. Daardoor blijft onderaan de streep geld over. De staatsschuld krimpt wanneer de economie groeit, omdat de schuld wordt uitgedrukt als percentage van de omvang van die economie. Hoe groter de totale Nederlandse omzet, hoe kleiner (relatief) de staatsschuld.

Betekenen deze positieve cijfers dat een nieuwe regering straks een grote zak geld ter beschikking heeft om naar hartelust te spenderen? Niet direct. Die 9,1 miljard overschot in 2021 is nog ver weg en komt er enkel als een volgende ministersploeg de hand strak op de knip houdt. Dat zal niet gebeuren. Zelfs het demissionaire kabinet is al aan het interen op de meevallers, blijkt uit Dijsselbloems voorjaarsnota. 

Het Centraal Planbureau (CPB) voorspelde in maart dat het overschot dit jaar zou uitkomen op 0,5 procent, maar wat blijkt: het wordt een overschotje van 0,2 procent. Want hoewel de vertrekkende ministersploeg geen nieuw beleid mag maken, slaagt ze er wel in op tal van terreinen nog wat extra geld uit te geven. En naast meevallers zijn er ook tegenvallers, kosten die hoger uitvallen dan vooraf was ingeboekt.

De verpleeghuiszorg krijgt er 100 miljoen bij, een bedrag dat in de komende jaren nog zal oplopen. De langdurige zorg kost 176 miljoen meer dan was geraamd, omdat meer mensen recht blijken te hebben op dagbesteding en huishoudelijke hulp. Door stijgende pensioenpremies moet het kabinet 340 miljoen extra uitgeven aan ambtenarensalarissen. De regering besteedt zo'n 130 miljoen extra aan veiligheid, migratie en ontwikkelingssamenwerking. De onderwijskosten vallen hoger uit doordat het aantal leerlingen hoger blijkt dan geraamd: een tegenvaller van 200 miljoen euro. En de beruchte 'mantelzorgboete' is van de baan.

Een p.s. van Dijsselbloem: het volgende kabinet mag zelf uitzoeken hoe 'om te gaan met de structurele dekking van deze tegenvallers'.