Goed in duwen en overtuigen

Volgens het Openbaar Ministerie is Nico Vijsma (‘Excentrieke Niek’) de spin in het web van de vastgoedfraudezaak; hij zou een cruciale rol hebben gespeeld in het bewerken van frauderende projectontwikkelaars....

Hij zat in een politiewagen en was op weg naar de gevangenis in Tilburg om verhoord te woorden over zijn rol in de vastgoedfraude. Het was gek, maar hij voelde geen enkel verschil met de dagelijkse ritjes die hij in zijn Mercedes maakte. Ook nu zat hij rechts achterin, en werd hij door een chauffeur gereden.

Dat hij nu als gearresteerde boef werd getransporteerd, en niet als geslaagde zakenman, interesseerde hem geen fokking R-E-E-T. Duidelijk? Of moet hij het nog een keer fokking spellen? Het is wat het is – hij is niet zomaar boeddhist.

Ze zagen hem als Excentrieke Niek, zegt de 72-jarige Nico Vijsma, een van de hoofdverdachten in het grootste fraudeonderzoek in de Nederlandse geschiedenis. Hij zou volgens het OM een cruciale rol hebben gespeeld in het bewerken, coachen en selecteren van frauderende projectontwikkelaars. Die verhandelden voor tientallen miljoenen euro’s flatgebouwen en kantoren met Jan van V., oud-Bouwfondsdirecteur en de aangetrouwde neef van Niek. Van V., die net als Vijsma wordt verdacht van grootschalige omkoping, werd hierdoor multimiljonair.

Vijsma zit in zijn woonkamer, in zijn Haagse appartement, zoals altijd in het zwart gekleed. Zijn bijna even onafscheidelijke zwarte zonnebril heeft hij afgedaan.

Op 1 april 2008, om half zeven ’s ochtends, stonden er vijf man voor zijn deur van zijn appartement. Zijn vrouw deed open, en even later stond ook Niek in de hal, in boxershort. Ze waren een half jaar daarvoor bij hem binnengevallen, op 13 november 2007, toen op 54 plekken in Nederland de FIOD tot actie overging. Op die dag werd de zaak-Klimop, het grootste onderzoek naar fraude in de Nederlandse geschiedenis, publiek.

Nico’s rol was toen nog niet duidelijk. Wel werd zijn huis binnenstebuiten gekeerd. Dat was lastig, vooral toen de opsporingsambtenaren een buisje cocaïne vonden en een strip xtc-pillen. Wegens dit drugsbezit werd hij, samen met zijn vrouw, naar een politiecel overgebracht, waar zij een dag werden vastgezet.

De tweede keer zat hij negenendertig dagen in een cel, van 1 april tot 9 mei 2008. Deze keer niet vanwege verdovende middelen, maar vanwege zijn verdenking in de vastgoedfraude.

Hij was nog maar net in de gevangenis, toen hij al wist hoe hij hier kon overleven: mediteren. ‘Wat ik ben, ben ik hier ook’, dacht hij. Hij ging zitten op zijn brits, en nam zich voor om duizend push-ups per week te doen, één boek per dag te lezen en helemaal niks tegen de twee rechercheurs te zeggen die hem dagelijks urenlang doorzaagden over corruptie en doorgestoken vastgoedprojecten waar hij bij betrokken was.

Trouwens, waarom zou hij spreken? Ze wisten toch alles al? Die rechercheurs deden alsof ze alle bedragen, tot achter de komma kenden? Ze hadden hem lange tijd in de gaten gehouden, getapt, bespied en doorgelicht. Hij hoorde veel leugens voorbijkomen, van doorgeslagen projectontwikkelaars die in doodsnood tegenover rechercheurs hun straatje hadden schoongeveegd en hem onder meer bedreigingen en het aannemen van enveloppen vol geld in de schoenen probeerden te schuiven. Allemaal onzin, maar toch zei hij niets tegen zijn verhoorders.

Het was net alsof het hem niet was overkomen, dat ook. Opeens stond hij in alle kranten vermeld als de spin in het web van de vastgoedfraude, als de cruciale figuur in malafide miljoenendeals. Ging dat echt over hem? Dat gevoel kende hij. Het gevoel toeschouwer te zijn, in plaats van deelnemer.

Hij voelt zich een buitenstaander, en die lopen geen gevaar. Daarom wil hij nu wel zijn verhaal vertellen. ‘Hij is net een mannelijke versie van Alice in Wonderland’, zegt zijn derde vrouw altijd. ‘Een kind in een volwassen lijf.’

Het komt door het jappenkamp, denkt hij. Als je verplicht moet toekijken en je moeder geslagen ziet worden, ontwikkel je een manier om – emotioneel – afstand te houden. Dat heeft hij er aan overgehouden, die eeuwige afstandelijkheid. Anderen kregen depressies, wilden zelfmoord plegen, maar hij voelt alleen afstand.

Toen hij jaren later Jeroen Brouwers ervaringen in het jappenkamp las, in het boek Bezonken Rood, dacht hij: ‘Bizar zeg, zo erg kan het toch niet zijn geweest’. Alsof hij het zelf niet echt had meegemaakt.

Jappenkamp
Hij werd in 1937 geboren in Den Haag – zijn vader was Indisch, zijn moeder Joods. Zijn vader werkte bij de Nederlandse Handelsmaatschappij, en in 1938 ging het gezin – vader, moeder, broer, zus en Nico – terug naar Nederlands-Indië. Ze zouden niet al te lang gaan, maar toen zijn Joodse oma vanuit Den Haag hen waarschuwde vanwege de Jodenvervolging in Europa, bleven ze. De Japanse annexatie van Indonesië leidde ertoe dat hij en zijn familie in verschillende jappenkampen werden opgesloten.

Hij zou het vaak nog zeggen: Gevlucht voor de gaskamers, uitgehongerd door de jappen – wat kon hem nog gebeuren?

Na de oorlog ging hij bij de marine, voer de hele aardbol over en leerde als kleine indo van zich af te slaan. Er zijn twee soorten indo’s, zegt hij. Zij die zeer bescheiden zijn, en zij die recht opstaan. En als je klein bent zoals hij, moet je onzichtbaar worden, of juist heel zichtbaar. Hij werd een zeer zichtbare indo, die nooit zou buigen.

Na negen jaar wilde hij aan wal en kwam in het Marinehospitaal in Overveen terecht, als matroos op de administratieve dienst. Al op de eerste dag keek hij een verpleegkundige in de ogen, en wist: dit is de vrouw die ik ga trouwen. Zo kwam Nico in het leven terecht van Jan van V., de andere hoofdverdachte in de vastgoedfraude. Jan was het neefje van zijn aanstaande vrouw, en maakte deel uit van een grote vooraanstaande katholieke Bloemendaalse familie.

Ze zaten hem daar raar aan te kijken, die indo-beatnik. Juist in die tijd, begin jaren zestig, werd hij gegrepen door moderne jazz van pianist Theolonius Monk en het existentialisme van Jean Paul Sartre en Albert Camus. Out of the box-denken, daar ging het hem om, anders zijn. Hij wilde rondzwerven als Jack Kerouac, en denken als Hannah Ahrendt.

Hij kleedde zich in het zwart, met een donkere zonnebril op. Dat zou hij altijd blijven doen, ook als vastgoedman. Hij werd een man die indruk maakte, en zijn verschijning werd zijn handelsmerk.

Toen hij jaren later voor Bouwfonds werkte, was zijn creatie van Excentrieke Niek tot in het perfecte gemodelleerd. Hij liet zich altijd begeleiden en rijden door stevig gebouwde heren. Hij kwam daardoor heavy over, en dat was ook de bedoeling. Als je je onconventioneel kleedt, ben je kwetsbaar. Een ouwe indo, in het zwart gekleed, met een mooie jonge meid ernaast – die kan zomaar klappen krijgen. Dus moest hij op deze manier vrijheid kopen. Bovendien had het zakelijk gezien zo zijn voordelen, zo’n uitstraling. Als hij aankwam bij het Hilton, in een grote auto met chauffeur, maakte dat indruk. Zeker in de mannenwereld van het vastgoed. Het was allemaal verbeelding, dat snapte hij ook wel.

Dat hij – de beatnik – ooit in het vastgoed terecht zou komen, lag niet voor de hand. Hij was geen projectontwikkelaar, geen geboren zakenman, en van cijfers had hij geen bal verstand.

Nee, dan Jan, zijn zwager. Die wist al op vroege leeftijd dat hij die kant op wilde, en dat Nico op een dag voor hem zou gaan werken. Na een loopbaan als verkoper van advertenties bij de Nederlandse Dagbladunie sloot Nico zich begin jaren negentig bij Jan aan. En toen Jans bedrijf werd opgekocht door het Bouwfonds, en hij de commerciële vastgoedtak omhoog moest stuwen, kwam Nico aan boord.

Ja, hoe ging dat. Als je snel oppikt wat de essentiële mores zijn, kun je overal operen. Hij leerde zichzelf hoe hij om moest gaan met de ambtenaar derde klas die het toevallig voor het zeggen had. Hij liep in het hele land wethouders af om ze keer op keer voor te houden: u hebt een probleem, dit is de oplossing. Hij was goed in het duwen en overtuigen. Dan moest hij weer lang aan tafel zitten met mannen die niks interessants te vertellen hadden, maar wel grote pakketten vastgoed te verdelen hadden. Nooit konden ze hem een krachtige opmerking of gedachte, de adem benemen. Hij zag de wijzers van de klok alleen maar teruglopen.

Ballonvluchten
Ingebeelde idioten waren het. Ze dachten dat ze alles konden eisen. Verras me maar, kreeg hij te horen. Dus organiseerde hij events voor Bouwfonds. Het kon niet gek genoeg in de vastgoedsector. Ballonvluchten met chique diners in Nederland, of Zwitserland. Alles kon worden geregeld, vaak waren er leden van de raad van bestuur van Bouwfonds bij. Hij huurde bioscopen af, om een zaal vol streepjespakken naar een vage Franse film te laten kijken.

Soms was het genoeg als hij aan tafel zat. Excentrieke Niek begon midden in een gesprek over huizenprijzen opeens over de dood, de kosmos of Charlie Parker. Met hem kon je lachen, er zat iemand aan tafel die onaangepast was.

De mensen met wie hij werkte vertrouwden Nico, en kwamen naar hem toe als ze niet goed in hun vel zaten, of het idee hadden dat ze aan het eind van hun ontwikkeling zaten. Dat gold voor tientallen salesmanagers, vastgoedmagnaten, projectontwikkelaars, maar ook voor prinses Margarita, die via Bouwfonds-analist Edwin de Roy van Zuydewijn bij Nico terecht kwam.

Voor hen huurde hij zaaltjes, en kamers in hotels. Daar, onder vier ogen, deed hij oefeningen. Hij wilde motiveren, coachen, gronden. Hij zette ze op een stoel, en vertelde ze over hun zeven chakra’s. Ze moesten diep ademhalen, en de gedachten naar hun stuitbeentje brengen. Hij vertelde ze eerst dat ze op een zuil zaten, en later in de sessies dat het een stortkoker was. ‘Dump nu al je teringzooi’, zei hij dan. ‘Al het gezeik, stort het naar beneden, naar het midden van de aarde.’

A-posities
Jan kwam in 1995 binnen bij Bouwfonds, met maar één taak. Hij moest de vastgoedtak groot maken, en Nico ging als adviseur met hem mee. Carte blanche, kregen ze van de directie. De Bouwfonds-top wist precies wat Jan en Nico deden. Ze accordeerden hun vijfjaren-plannen waarin zwart op wit stond hoeveel geld nodig was om A-posities in te nemen. Juichend zag de top de winsten sterk toenemen.

Bouwfonds moest groot worden, en de vastgoedtak was de geldkoe. Iedereen wilde dat bij Bouwfonds, van de raad van bestuur, tot aan de de raad van commissarissen.

Nico werd vanwege zijn onconventionele opvattingen betrokken bij strategische beslissingen en nieuwe initiatieven. Hij was anders dan de grijze muizen; hij was kritisch op bullshit en keihard voor managers die niet presteerden.

Feitelijk deden ze waarvoor ze waren ingehuurd door Bouwfonds. En nu verwijt Justitie Jan en hem dat zij die gevraagde groei hebben waargemaakt.

Is dat niet vreemd dan? zegt Nico, en kijkt zijn toehoorders indringend aan. In het existentialisme is er maar één groot goed, zo gaat hij verder. Je bent verantwoordelijk voor je zijn en je hebt de grootste vrijheid als last die je moet dragen. Daarvoor ben je mens.

Als je projectontwikkelaar bent, kies je voor het projectontwikkelen, en dan moet je doorgaan met projectontwikkelen tot je de grootste bent, de grootste van allemaal. Dus gingen ze door roeien en ruiten, ze deden wat ze konden, en verdienden miljoenen. Is dat erg?

Het verbrak in ieder geval de dodelijke verveling van het bestaan. Want wat ben je nou? Je bent helemaal alleen, alleen maar Nico, met je eigen sores. De pijn van een ander kun je nooit dragen. Krijg de tering met dat invoelende gelul.

Het allerliefste zou hij hotelgast zijn, van beroep, tot in de eeuwigheid. Negen jaar lang deed hij feitelijk niets anders dan in vijfsterrenhotels leven. Na een vergadering nog even blijven hangen, zuipen aan de bar, stukje eten, en dan naar de suite. Het existentialisme ten voeten uit: je bent ergens waar je ook weer weg kunt gaan, dus zorg dat je er bent. Iedereen is aardig, galant en houdt de deuren open, zolang je betaalt. Je bent volkomen losgezongen van de werkelijkheid.

Wat een geweldig fokking leven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden