Geweldig goed lullen voor een volle zaal

‘Ik loop overal naar binnen’, verklaart Hans de Boer zijn succes als bestrijder van de jeugdwerkloosheid. Maar niet iedereen gelooft dat De Boer en zijn taskforce structurele oplossingen voor elkaar krijgen....

Het ging alsmaar van snel, hup, actie. Die website waarop jongeren stageplekken kunnen vinden moest zo snel mogelijk de lucht in, herinnert Marius Girolami zich. Hij is voorzitter van de Jongeren Organisatie Beroepsonderwijs (JOB), de belangenclub van mbo-leerlingen. JOB zou de nieuwe site zou beheren. Eigenlijk had JOB al een eigen site. Maar vooruit, de nieuwe zou over stages in het bijzonder gaan. En bovendien: de Taskforce Jeugdwerkloosheid betaalde. Een jaar later lijdt de site een stil bestaan, vertelt Girolami.

Dadendrang is de Taskforce Jeugdwerkloosheid op het voorhoofd geschreven. Of beter gezegd: op het voorhoofd van Hans de Boer, voorzitter van de projectorganisatie die een antwoord moet geven op de jeugdwerkloosheid. Die ligt in Nederland nog altijd twee keer zo hoog als onder de rest van de beroepsbevolking.

Met een budget van 3,4 miljoen euro per jaar heeft de Taskforce van het kabinet de opdracht gekregen veertigduizend extra banen voor jongeren bij elkaar te lobbyen. Dat lukt volgens de Taskforce zelf wonderwel. Twee jaar van banenmarkten, promotieacties, nieuwe websites, samenwerkingsverbanden en regionale bijeenkomsten later, staat de teller op bijna 25 duizend.

Dat was het ‘laaghangend fruit’, zegt Hans de Boer, voorzitter van de Taskforce Jeugdwerkloosheid. De jongeren die relatief eenvoudig te helpen waren. Nu zijn de moeilijk bereikbare groepen jongeren aan de beurt, zegt de oud-voorzitter van MKB Nederland. ‘Leerproblemen, geen diploma. Die groepen.’

En dus besteedt De Boer de dag per week die hij aan de Taskforce verbonden is aan bijvoorbeeld het regelen van afspraken, zoals die met de Amsterdamse wethouder Aboutaleb begin december. Overeengekomen werd dat drop-outs het hele jaar door weer terug mogen keren in de leslokalen, in plaats van eens per jaar.

De feitelijke Taskforce bestaat uit een handjevol bekenden van De Boer: Pauline Krikke, burgemeester van Arnhem. Jan Berghuis, onderhandelaar bij vakbond FNV. Wim Metsemaker, oud-voorzitter Raad van Bestuur ROC Eindhoven. Niek Jan van Kesteren, algemeen directeur van werkgevers organisatie VNO-NCW. En Sadik Harchaoui, directeur van Forum. André Timmermans, lid van de raad van bestuur van de Centra voor Werk en Inkomen (CWI), zit officieel niet in de Taskforce, maar schuift graag aan als de Taskforce overlegt.

Eens per maand steken zij de koppen bij elkaar. En elke week overlegt De Boer met de kleine tien zogenoemde ‘accountmanagers’, die per regio de projecten coördineren.

De Boer is het uithangbord van de club, vaak in de media, goed in soundbites. Hij trekt aandacht. Zoals enkele weken geleden, toen hij riep dat een beetje vakman zijn loon zwart nog met zeker vierhonderd euro per maand kon aanvullen. ‘Ik zocht een relletje. Ik kan geweldig goed lullen voor een volle zaal, en dit was de manier om een beetje aandacht voor de ambachtelijke beroepen te krijgen. Dat is gelukt. ’

Wat niet lukt, zijn beleidsmatige wijzigingen. De Boers pogingen om bij het ministerie extra geld los te peuteren voor fiscale lokkertjes voor werkgevers, zijn op niets uitgelopen. Vijfduizend euro fiscaal voordeel voor wie een jongere aanneemt, vraagt De Boer. Plus een no-risk regeling, die bepaalt dat de jongere bij ziekte niet hoeft te worden doorbetaald. Het lukt maar niet.

Ondanks aanbevelingen van bijvoorbeeld de Raad voor Werk en Inkomen (RWI), het overlegorgaan tussen gemeenten en sociale partners. ‘Dat ligt aan Aart Jan. De Geus, bedoel ik. Die wil daar niet aan. Er zou een pilot komen, nou dan weet je het wel. Als ze zeggen dat ze een pilot willen, betekent dat eigenlijk: hier hebben we geen zin in. Maar als die no-risk en de voordelen groen licht zouden krijgen, heb ik wat te bieden om jongeren aan het werk te krijgen. Dan wordt het een deal.’ Want als de Taskforce ergens dol op is, is het op deals.

Zoals met het Centraal Bureau Levensmiddelen, dat belooft duizend jongeren per jaar een tweejarig contract te bieden. Of zoals met het Nederlands elftal, dat naar alle waarschijnlijkheid spelers inschakelt voor een campagne om jongeren aan een mbo-diploma te helpen. Of zoals met Defensie, dat dankzij de Taskforce al drieduizend aanmeldingen van jongeren heeft gehad.

‘Ik ben onpartijdig, ik kan overal naar binnen lopen’, verklaart De Boer zijn rol. ‘Ik ben niet afhankelijk van de overheid, niet bij ze in loondienst, ik hoef niet bang te zijn op iemands tenen te trappen. Als ik morgen een meningsverschil krijg met Balkenende over de aanpak, interesseert me dat de rozen.’

En dat wandelt wat makkelijker naar binnen bij de KNVB met de vraag of ze een campagne willen ondersteunen. ‘Ik ken Jeu Sprengers, voorzitter van de KNVB. Da’s een vriend van me. Ten eerste kent een overheidsambtenaar Sprengers niet en ten tweede zal hij denken: oei-oei, breng ik daar mijn minister niet mee in problemen.’ Niet iedereen heeft het idee dat de groep van De Boer structurele veranderingen tot stand brengt.

Ko Steenwinkel, directeur van Stichting Projectorganisatie Leren Werken in Rotterdam, kent de Taskforce van dichtbij. ‘Vol goede bedoelingen, met het volle gewicht erin gegaan. Maar men heeft het te simpel gedacht. De Taskforce trekt aan de bel, en dat is eigenlijk ook het enige wat ze kunnen doen. Daardoor heb ik niet de hoop dat het nu structureel verbetert. Deze problematiek verdampt straks weer, zeker als de economie verbetert. Er zou een permanente instantie moeten komen die jongeren naar werk begeleidt.’

Daar is De Boer het faliekant mee oneens. ‘Duurt het langer, dan institutionaliseert het. Dan komen we bij het ministerie op de loonlijst, en dat dacht ik toch van niet. Daar gaat je onafhankelijkheid. ’

Ook zonder de Taskforce was de jeugdwerkloosheid wel aangepakt, vindt Hans Spigt, wethouder Sociale zaken in Dordrecht voor de PvdA. In zijn ogen is de Taskforce eerder een duur product van landelijke politieke discussie. ‘Sinds de nieuwe wet Werk en Bijstand zijn gemeenten financieel verantwoordelijk voor en werkgelegenheidsbeleid en het aantal inwoners dat in of uit de bijstand komt. We waren allemaal al hard bezig met maatregelen. Dus toen de Taksforce in Dordrecht kwam met allemaal plannen, zei ik: ho es even.’

Zo wilde de Taskforce een ‘werkgeversontbijt’ organiseren, om stages en banen los te peuteren. ‘Daar was ik niet gelukkig mee. Ik wil niet dat werkgevers onder druk gezet worden. Volgens mij werkt dat averechts. Prima, zo’n vliegende brigade uit Den Haag, maar ík wil de regie hebben. Ik heb wel eens gedacht: had dat geld om die Taskforce in stand te houden maar aan ons gegeven. Kunnen we meteen aan de slag. Stages en werkplekken creëren is afhankelijk van vertrouwensrelaties, op regionaal niveau. Die bouw je niet op met een Taskforce.’

Natuurlijk zijn er veel te prijzen regionale initiatieven, zegt De Boer. ‘Maar al die goede bedoelingen maken geen volume. Iedereen lult maar over maatwerk. We hebben confectie nodig.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.