Gepensioneerden benadeeld in Nederland? Ja en nee, aldus cijfers CBS

Inkomen 65-plussers blijft achter, maar vermogen loopt uit

Het is een hoofdthema in de campagne: worden gepensioneerden in de steek gelaten of hebben ze het juist beter dan jongeren. Beide, volgens nieuwe cijfers van het CBS.

Twee oudere bezoekers op de vakantiebeurs in Utrecht, bij de stand van Nieuw-Zeeland. Foto Marcel van den Bergh

Hoe bekaaid is de gepensioneerde Nederlander er de afgelopen jaren vanaf gekomen? Erg bekaaid, vinden 50Plus, de PVV, de SP en ook het CDA. Deze partijen willen de ouderen de komende kabinetsperiode flink wat extra's toestoppen om het koopkrachtverlies dat 65-plussers sinds 2008 hebben geleden te compenseren. Helemaal niet zo bekaaid, vinden onder andere D66 en VVD. Gepensioneerden zijn in vergelijking met jongere Nederlanders gemiddeld vermogender en hebben ook minder vaak een heel laag inkomen dan alle andere leeftijdsgroepen.

Wie heeft er gelijk op dit fel bediscussieerde verkiezingsthema? Allebei, antwoordt het CBS vandaag. Het statistisch instituut presenteert nieuwe cijfers over de vermogens- en inkomensontwikkeling van 65-plussers over de periode 1995-2015 en wat blijkt?

De partijen die de ouderen financieel willen steunen hebben gelijk, omdat de koopkracht van individuele 65-plussers al sinds de eeuwwisseling veel minder hard stijgt dan die van werknemers en zelfstandigen. Gemiddeld genomen lag de koopkracht van 65-plussers in 2015 op nagenoeg hetzelfde niveau als in 2000, terwijl de koopkracht van de gemiddelde werknemer in dezelfde periode met 32 procent steeg. Zelfs bijstandsgerechtigden en arbeidsongeschikten gingen er qua koopkracht meer op vooruit dan gepensioneerden, meldt het CBS.

Dat de koopkracht van individuele werknemers en zelfstandigen harder stijgt, komt doordat zij nog promoties maken en salarisperiodieken en soms een bonus ontvangen. Gepensioneerden maken na hun pensionering geen inkomenssprongen meer. Hun AOW-uitkering stijgt weliswaar elk jaar mee met de inflatie, maar de uitkering van het pensioenfonds is doorgaans al jaren bevroren en soms zelfs verlaagd.

Foto de Volkskrant

Aanvullend pensioen

Die achterblijvende koopkracht geldt overigens vooral voor 65-plussers met een hoog aanvullend pensioen, blijkt uit de CBS-cijfers. Gemiddeld genomen hebben alleen 65-plussers met een aanvullend pensioen van minstens 10.000 euro hun koopkracht zien dalen in de afgelopen 15 jaar. De koopkracht van gepensioneerden met alleen AOW of met een laag aanvullend pensioen is in die periode wél gestegen, laten de CBS-cijfers zien. De koopkrachtdaling heeft dus vooral de ouderen getroffen die dat het best kunnen lijden.

De partijen die stellen dat het wel meevalt met de financiële nood onder ouderen hebben ook gelijk, omdat de gemiddelde 65-plusser van nu er veel warmer bijzit dan de 65-plussers van twintig jaar geleden. En ze hebben vooral een punt omdat de huidige generatie gepensioneerden er gemiddeld zowel qua inkomen als qua vermogen beter voor staat dan de meeste andere Nederlanders.

Foto de Volkskrant

Besteedbaar inkomen

Zo was het gestandaardiseerd besteedbaar jaarinkomen (dat is het netto-inkomen na aftrek van belastingen en premies en gecorrigeerd voor de samenstelling van het huishouden) van 65-plussers in het jaar 2000 gemiddeld nog 500 euro lager dan dat van 25- tot 45 jarigen. In 2014 hield de gemiddelde gepensioneerde 100 euro per jaar netto meer over dan iemand uit die jongere leeftijdscategorie. Alleen de 45- tot 65-jarigen zijn nu netto beter af dan gepensioneerden.

Terwijl het besteedbaar inkomen van het gemiddelde Nederlandse huishoudens tussen 1995 en 2015 met ruim 25 procent steeg, ging dat van 65-plus-huishoudens bijna 30 procent omhoog (gecorrigeerd voor inflatie).

Het CBS heeft daarvoor een eenvoudige verklaring: tegenwoordig heeft steeds vaker niet alleen de man, maar ook de vrouw een aanvullend pensioen opgebouwd. Bovendien is de huidige generatie gepensioneerden veel beter opgeleid dan hun voorgangers van 20 jaar geleden. Zij hadden daardoor hogere salarissen tijdens hun werkzame leven en daardoor een hoger pensioen.

Foto de Volkskrant

Dat de financiële situatie van ouderen als groep flink is verbeterd ten opzichte van twintig jaar geleden, valt ook af te leiden uit het lage aantal ouderen dat van een laag inkomen moet rondkomen. Tot ongeveer 2000 moesten Nederlandse gepensioneerden relatief vaker van een erg laag inkomen leven dan hun jongere medelanders. Sindsdien is dat omgekeerd: huishoudens van 65-plussers hoeven gemiddeld veel minder vaak elke cent om te draaien dan jongere huishoudens.

Gepensioneerden hebben daarnaast van alle leeftijdscohorten het dikste appeltje voor de dorst, meldt het CBS. In 2015 bedroeg het vermogen van 65-plushuishoudens in doorsnee 86.500 euro. Dat is vijf keer zoveel als de 17.300 euro die een doorsnee Nederlands huishouden dat jaar bij elkaar had gespaard.

Overwaarde

Ook in dit opzicht is deze generatie ouderen beter af dan hun eigen ouders: in 1995 was het vermogen van gepensioneerden nog iets lager dan dat van het gemiddelde Nederlandse gezin.

De belangrijkste verklaring voor deze vermogenswinst is dat de 65-plussers van nu veel vaker woningbezitter zijn dan de generatie voor hen.

Omdat zij op een gunstig moment hun huis hebben gekocht (in de jaren zestig, zeventig of tachtig), hebben gepensioneerden vaak flink wat overwaarde op hun woning. In de praktijk hebben zij daar niet altijd wat aan, omdat zij dit vermogen alleen kunnen aanspreken als zij hun woning verkopen - voor velen een nogal ingrijpende stap.

Meer over gepensioneerden

'Beste 60-plussers, hoezo oud en zielig?'
Gepensioneerden worden het hardst gepakt, krijgen niet waar ze recht op hebben en worden door jongeren verfoeid. Allemaal onwetendheid, schreef Volkskrantredacteur Yvonne Hofs in een open brief aan verongelijkte ouderen. Het artikel met daarin acht drogredenen in het pensioendebat leidde in september 2013 tot een verhitte discussie. Lees het hier terug.

'Verhoging pensioenleeftijd valt boze 60-plusser zwaar'
Veel 60-plussers hebben moeite met de laatste loodjes die leiden naar hun pensioen. Uit onderzoek van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NiDi) blijkt dat zeven op de tien werknemers boven de zestig een ziekte, aandoening of handicap heeft en dat de helft van de onderzochte zestigplussers boos is over de verhoging van de pensioenleeftijd.

Meer over