Georganiseerde misdaad loont wel degelijk

Onderzoek zou uitwijzen dat de invloed van misdaadgeld op de samenleving wordt overdreven. Dat is, stelt Hans Nelen, een veel te voorbarige conclusie....

DE afgelopen dagen is uitgebreid aandacht besteed aan de invloed van misdaadgeld op de verhoudingen in de samenleving. De Tilburgse hoogleraar Van Duyne stelt dat de vrees voor besmetting van de reguliere economie door misdaadgeld ongegrond is (de Volkskrant, 19 april). Een paar dagen eerder meldde advocaat Hiddema dat criminelen onder dreiging van de tenuitvoerlegging van een ontnemingsmaatregel zouden worden aangezet tot het gebruik van geweld. Op beide stellingen valt het nodige af te dingen.

Van Duyne baseert zijn conclusie op een onderzoek van een doctoraalstudent die 21 ontnemingszaken heeft geanalyseerd. Eigen ervaringen met ontnemingsdossiers hebben geleerd dat deze slechts inzicht verschaffen in de financiële facetten van georganiseerde criminaliteit waar de opsporingsinstanties een vinger achter hebben weten te krijgen. Helaas moet worden vastgesteld dat de politie en de FIOD tot dusverre slechts een gering deel van de criminele investeringen in kaart hebben weten te brengen.

De ontnemingszaken die de afgelopen tijd de aandacht hebben getrokken, laten zonder uitzondering een groot gat zien tussen het berekende voordeel, het aangetroffen vermogen en de gedane investeringen. De kosten van de Ferrari's, jachten en wilde nachten in Marbella kunnen over het algemeen vrij goed berekend worden, maar zodra het om investeringen in de reguliere economie gaat raken de opsporingsinstanties het spoor snel bijster.

De moeilijkheden op dit terrein hebben zeker niet alleen met desinteresse en onkunde in de opsporingsinstanties te maken. Het anticiperingsvermogen van criminelen - of liever gezegd, dat van hun adviseurs - de talrijke 'schuilplaatsen' waarover zij wereldwijd beschikken, alsmede de ongekende mogelijkheden die het informatietijdperk hen te bieden heeft, zijn zeker zo belangrijk.

De revolutionaire ontwikkelingen die zich gedurende de afgelopen tien jaar in de informatie- en communicatietechnologie (ICT) hebben voorgedaan, zijn aan de financiële sector geenszins voorbijgegaan en hebben het - legale én illegale - handelsverkeer wezenlijk beïnvloed. Bovendien droogt menige geldstroom op in voor financiële opsporing ontoegankelijke oorden, zoals Panama, Paraguay en de Kanaaleilanden. Ook lijken de als gevolg van de toegenomen bancaire controle op informele basis opererende 'ondergrondse banken' de wind mee te hebben.

De conclusie van Van Duyne c.s. dat in slechts één geval zou zijn geïnvesteerd in de reguliere economie zegt derhalve meer over de hedendaagse staat van het financieel rechercheren en het ontwijkgedrag van criminelen dan over de daadwerkelijke dreiging die van misdaadgeld uitgaat.

Een blik op de eerste resultaten die zijn geboekt in het kader van het Amsterdamse Wallenproject laat wat dat betreft wel degelijk een verontrustend beeld zien. De economische bedrijvigheid van criminelen in de Amsterdamse binnenstad houdt zeker niet op bij het kopen van een pandje voor eigen vertier.

Tegenover Van Duyne, die neigt tot bagatellisering, staat advocaat Hiddema, die de zaken wel erg zwaar aanzet. Criminelen zouden volgens hem geneigd zijn hun toevlucht te nemen tot steeds zwaardere afschermingsmethoden, waaronder geweld, om te voorkomen dat de justitiële autoriteiten de financiële aders van hun netwerken blootleggen teneinde het criminele vermogen te ontnemen. Aangenomen dat er sprake is van een verharding van de georganiseerde criminaliteit - de deskundigen verschillen daarover van mening - is het hoogst twijfelachtig of er enige relatie is met de inwerkingtreding van de ontnemingswetgeving.

Veeleer lijkt dit het gevolg van het feit dat in Nederland criminele netwerken opereren, waarvan de leden afkomstig zijn uit landen c.q streken waar het niet ongebruikelijk is conflicten met harde hand op te lossen (zoals Turkije en de lidstaten van de voormalige Sovjet-Unie). Geweld werkt in financieel opzicht eerder contraproductief dan heilzaam: het verstoort de handel en trekt onnodig de aandacht van opsporingsfunctionarissen.

In dat licht bezien, moet worden betwijfeld of criminelen bij het afschermen van hun financiële handel en wandel er veel baat bij hebben de confrontatie met de overheid openlijk aan te gaan. Het is aannemelijker dat zij die confrontatie juist willen ontlopen en dat zij hun heil vooral zullen zoeken in verplaatsings- en schuilgedrag. Het ondergronds bankieren is daar een voorbeeld van.

Aan de winstgevendheid van de georganiseerde criminaliteit hoeft niet te worden getwijfeld. Waakzaamheid ter voorkoming van financiële infiltratie in de reguliere economie is wel degelijk geboden; over een verharding van de misdaad als gevolg van de ontnemingswetgeving hoeven we ons echter minder zorgen te maken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden