Geld kun je niet eten

Het zijn slechte tijden voor de boeren. Nog nooit waren de prijzen zo laag. ‘Boerenbobo’ Antoon Vermeer geeft de supermarkten de schuld: die hebben de macht gegrepen, en nu is de agrarische sector in onbalans....

Hoe gaat het met de koeien?, luidt de eerste vraag aan Antoon Vermeer. Vermeer, gekleed in een onberispelijk grijs pak, wit overhemd en biggenroze stropdas, mag te boek staan als een boerenbobo, de machtigste man in de Nederlandse landbouw, een visionair zelfs volgens sommigen, hij is ook nog gewoon melkveehouder te Haaren.

Daarmee treedt hij in de voetstappen van zijn vader. ‘Hij en mijn oom hadden een typisch Brabants gemengd bedrijf met koeien en varkens. Mijn broer heeft de varkens overgenomen, ik de koeien. Ik doe het in een maatschap met mijn neef. We hebben 130 melkkoeien. Het melkvee staat bij hem, het jongvee bij mij.’

‘Het eerste wat ik doe, elke ochtend, vaste prik, is het jongvee voeren. Het is een klusje van twintig minuten. Goed te doen. Andere broek, klompen aan, ik vind dat ontspannend. Een ander loopt tien minuten met de hond of mediteert, ik voer de koeien.’

Hebben jullie ook zo’n last gehad van de lage melkprijzen?

‘Dit is het slechtste jaar dat ik heb meegemaakt. We hebben wel eerder weinig verdiend, maar dit jaar draaien we echt met verlies. In de Verenigde Staten is het nog veel erger. Daar wordt massaal vee geslacht.’

Maar niet alleen de melkveehouderij klaagt, de hele landbouw kreunt, van de tomatentelers tot aan de aardappelboeren. Geen wonder. ‘Zo lang als ik me kan herinneren hebben we nog nooit in zo veel sectoren tegelijk zulke lage prijzen gehad.’

Af en toe een slecht jaar hoort tot het normale ondernemersrisico, maar volgens Vermeer is er dit keer meer aan de hand. Er zit iets structureel mis. De agrarische sector is in ‘onbalans’. En dat komt doordat de supermarkten de macht hebben gegrepen.

‘Je ziet steeds meer machtsconcentratie bij de supermarkten. Als je Albert Heijn, Superunie en Jumbo met C1000 bij elkaar neemt, heb je drie inkopers die 85 procent van de markt beheersen. De concurrentiestrijd wordt gevoerd louter op centen, niet op kwaliteit. Dat leidt ertoe dat er steeds goedkoper ingekocht moet worden.’

Boeren raken in de klem. Aan de ene kant wil de maatschappij dat ze duurzamer en diervriendelijker produceren, aan de andere kant drukken de supermarkten de prijzen omlaag. ‘En wij kunnen ons niet verweren.’ Dat gaat fout, waarschuwt Vermeer. ‘Hartstikke fout.’

Hij zelf zal er geen boterham minder om eten, want Vermeer bezet een trits functies die hem aan de top plaatst van de agrarische piramide: vicevoorzitter van de Raad van Commissarissen van de Rabobank, voorzitter van de Raad van Commissarissen van VION, een internationale vleesverwerker met een jaaromzet van 9,6 miljard euro, en voorzitter van de Zuidelijke Land- en Tuinbouworganisatie (ZLTO), de rijkste boerenorganisatie van Nederland.

Met die laatste functie stopt hij dit najaar. Hij heeft er dan dertig jaar op zitten als boerenbestuurder. ‘Ik heb drie jaar geleden gezegd: ik doe het tot mijn zestigste.’ Dat werd hij vorige maand.

Hij is van 1949, een babyboomer. De generatie van zijn vader heeft het land na de oorlog weer opgebouwd. De taak voor de boeren was duidelijk: voedselzekerheid bieden voor iedereen. Dat is gelukt. Maar misschien wel te goed. Nederland is een van de grootste voedselexporteurs. Onze landbouw produceert overschotten. Met als gevolg dat de prijzen dalen en de inkomsten idem dito.

‘Het antwoord van de boeren was schaalvergroting. Je probeert dalende prijzen te compenseren door meer te produceren, maar het houdt een keer op. Schaalvergroting is geen oplossing voor de problemen waarvoor we vandaag staan.’

We staan voor een nieuw ‘kantelpunt’, zegt Vermeer, net als na de oorlog. De vraag is nu niet: hoe geven we iedereen te eten, maar hoe maken we de omslag naar een duurzame landbouw waarin de boeren zelf óók nog te eten hebben.

‘Nederland is een land met veel mensen dicht op elkaar. Als boer zit je in een kleinschalige omgeving, op dure grond. We krijgen eisen opgelegd die je nergens anders tegenkomt op het gebied van duurzaamheid en dierenwelzijn. Nederland loopt daarin zoals altijd voorop. Maar vervolgens komen de supermarkten die wereldwijd inkopen. En voor hen telt maar één ding: de laagste prijs.’

Dat is toch normaal ondernemersgedrag? Bovendien: zoveel macht hebben wij helemaal niet, zegt bijvoorbeeld Albert Heijn. Tachtig procent van de Nederlandse landbouwproductie gaat naar het buitenland.

‘Daar is hetzelfde aan de hand. In Europa zit je met een stuk of tien inkopers die samen 70 procent van de markt beheersen. Dat zijn economische processen. Daar heb ik ook geen problemen mee. Het gaat mij om de voorwaarden waaronder we werken.

‘Wij zijn nu bijvoorbeeld bezig om te kijken naar nieuwe stalsystemen. We willen toe naar een manier van vee houden waarin het natuurlijk gedrag van de dieren het uitgangspunt is. De maatschappij vraagt dat ook van ons. Maar zulke stallen kosten meer geld en dat moet je als boer wel ergens kunnen terugverdienen.’

Boeren staan in de rij om te investeren in innovatie, dierenwelzijn en duurzaamheid, beweert Vermeer. Maar dat kan alleen als supermarkten bereid zijn de lasten mee te helpen dragen. ‘Supermarkten hebben ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid. En als ze die niet nemen, moeten we die afdwingen.’

‘Neem als voorbeeld Braziliaans pluimveevlees. Dat werd bevroren ingevoerd, hier ontdooid en vervolgens als vers verkocht. Dat mocht. Terwijl iedereen weet wat de consument van echt vers verwacht: een kip die vandaag is geslacht en morgen in de winkel ligt.

‘We hebben lange gesprekken gevoerd met de supermarktsector, het leidde tot niks. Uiteindelijk besloot Brussel dat ontdooid vlees niet als vers verkocht mag worden. Blijkbaar moet de politiek er aan te pas komen om de supermarkten een handje te helpen.

‘Ik vergelijk het met de bankencrisis. In de financiële wereld zat ook geen enkel correctiemechanisme. Bij de supermarkten is het net zo.’

Volgens de Wageningse professor Rudy Rabbinge moeten boeren een pact sluiten met de consument tegen de supermarkten om te zorgen dat alleen nog goed voedsel wordt verkocht. ‘Stemmen met je vork’, noemt de Amerikaanse voedselschrijver Michael Pollan dat.

‘Dat lukt maar voor een deel. In de biologische sector is feitelijk sprake van zo’n verbond. De consument is bereid te betalen voor de extra inspanningen die de boer levert. Ik denk dat je met streekproducten ook nog een heel eind kunt komen. Maar het werkt niet voor de anonieme stroom dagelijkse boodschappen. Als de consument de keuze heeft, gaat hij altijd voor het goedkoopste.’

Dat zegt ook iets over de boeren. Blijkbaar zijn jullie niet in staat de consument duidelijk te maken dat beter voedsel meer moet kosten.

‘Het probleem met duurzaam is dat het niet per se beter of lekkerder hoeft te zijn dan een gangbaar product. Je beloont een productieproces. Dat is moeilijk uit te leggen. Sommige mensen kúnnen het ook niet betalen.’

Ach kom, de gemiddelde Nederlander gaat drie keer op vakantie, rijdt auto, heeft een mobieltje.

‘Dat is precies het punt. Je komt aan het bestedingspatroon van mensen. Als je ziet wat de consument in Nederland uitgeeft aan eten, dat is verdomd weinig en het gaat alleen maar naar beneden.’

‘Je moet de mensen kennelijk geen keuze geven. Daarmee bedoel ik niet dat er niets te kiezen moet zijn in het schap. Maar dat moet gebaseerd zijn op smaak en kwaliteit. De ondergrens moet worden opgetrokken. De mensen zullen hoe dan ook bereid moeten zijn meer voor hun voedsel te betalen. Anders is de maatschappij hypocriet.’

Dus alles moet biologisch worden?

‘Dat zeg ik niet. Ik heb het over duurzame productie. Dat hoeft niet biologisch te zijn. Het gaat mij om de hoofdstroom, pakweg 70 tot 80 procent van wat er wordt verkocht. Uiteindelijk moet dat allemaal verduurzaamd worden. Maar daar staat wel een prijs op. Je kunt de verantwoordelijkheid niet bij één partij neerleggen.’

Het is de laatste tijd mode om supermarkten overal de schuld van te geven. Schuift u de verantwoordelijkheid niet te gemakkelijk af? VION, het bedrijf waar u voorzitter bent van de Raad van Commissarissen, is de grootste varkensslachter van Nederland. Als u morgen tegen alle boeren zegt dat varkens meer ruimte moeten hebben, gebeurt dat toch gewoon?

Hij heft de handen: ‘Dan lopen de supermarkten meteen naar een andere slachterij. Dat is zo gebeurd. Je ziet het aan Friesland Campina, de grootste zuivelcoöperatie van Nederland. Als de melk in Duitsland goedkoper is, gaan de supermarkten gewoon daarheen.

‘De politiek zal eraan te pas moeten komen. Ik kan het niet anders bedenken. In Den Haag winnen we die discussie niet. Maar in Brussel liggen de krachten anders verdeeld. Landen als Frankrijk, Duitsland, Italië en Spanje hebben een groot platteland, dat helpt.’

In die opvatting staat hij niet alleen, benadrukt Vermeer. In Brussel gaan stemmen op iets te doen aan de ‘asymmetrieën’ in de voedselmarkt. De Europese Commissie constateert dat er een ‘hemelsbreed verschil’ is tussen wat de boer krijgt en de consument betaalt.

‘Net als Neelie Kroes erover waakt dat bedrijven eerlijk beconcurreren, kan ik me ook voorstellen dat Brussel regels opstelt om te zorgen dat alle partijen in de voedselketen hun verantwoordelijkheid nemen. Alle onderzoeken tonen aan dat het zo niet langer kan.’

Meer regels, meer bureaucratie, meer fraude. Daar wilden we net van af.

‘Ik zit ook niet te wachten op het optuigen van de bureaucratie of het verstoren van marktwerking. Waar het om gaat, is dat er een reële verdeling moet komen, zodat de inspanningen worden beloond die de maatschappij van ons vraagt. De supermarkten roepen het over zichzelf af. Als ze verstandig zijn, steken ze de koppen bij elkaar en vragen ze zich af: hoe regelen we dit zelf?’

Wat u voorstelt gaat dwars in tegen de trend die juist liberalisering voorschrijft.

‘Liberalisering werkt niet voor voedsel. We hebben het twee jaar geleden gezien. De Filippijnen, een van de grootste rijstexporteurs ter wereld, gooide de grenzen dicht uit angst dat er niet genoeg rijst zou zijn voor de eigen bevolking. Vervolgens volgde het ene na het andere land in Azië dat voorbeeld.

‘Argentinië twee jaar geleden: er dreigde tekort aan rundvlees. De regering verbood de export. Meteen was de wereldhandel uit balans. Er hoeft maar het minste of geringste te gebeuren of we zitten in de wereld met een voedseltekort. Die balans is echt heel precair.

‘Eten is veel primairder dan olie en geld. Geld kun je niet eten. Het laatste wereldhandelsoverleg is erop gestrand. Men leek eruit te komen tot India zei: wij gaan onze arme boeren niet overleveren aan de vrije markt.’

Omdat je kunt uittekenen wat met hen zou gebeuren?

‘Ja, dat wordt ellende. Maar daarmee is afdoende bewezen dat een wereldhandel in voedsel niet kan volstaan zonder randvoorwaarden. Forget it.

‘Je zult zien dat de handel in voedsel teruggaat naar blokken in de wereld. Dat proces is al gaande. Europa is grotendeels zelfvoorzienend. Hetzelfde geldt voor Noord-Amerika. Zuid-Amerika groeit, net als delen van Azië. Er zullen een paar grote stromen over de wereld blijven gaan: soja uit Zuid-Amerika, rundvlees uit Argentinië en Brazilië.

‘Maar verse producten als varkens- en kippenvlees, zuivel, groenten en aardappelen zullen steeds meer binnen het eigen blok blijven.’

En binnen dat blok moet je volgens u afspraken maken om te zorgen dat boeren fatsoenlijk worden betaald.

‘Let wel: ik zeg niet dat boeren een vrijbrief moeten krijgen. Ook wij moeten ons werk doen. Als je te veel produceert, blijf je een speelbal. Dat moeten we zelf oplossen. Maar dat andere deel kunnen we niet alleen opbrengen. Dat zal de hele keten moeten doen. Anders moet de politiek met regels komen.’

Protectie dus?

‘Nee, nee, ik pleit niet voor het teruggaan naar protectie.’

Toch is dat precies wat onlangs gebeurde na de protesten van melkveehouders. Brussel heeft geld toegezegd de prijzen te ondersteunen.

‘Dat is typisch zo’n reflex waar ik niet op zit te wachten. De melkprijzen waren net weer aan het stijgen. Dan loop je achter de markt aan. Ik verwacht een volwassen antwoord vanuit de samenleving op een volwassen vraag van de boeren.

‘Ik pleit voor open grenzen, maar met randvoorwaarden. We hebben nu ook regels voor genetisch gemodificeerde producten. Wij boeren vragen er niet om vertroeteld te worden. Maar je moet niet het allerbeste willen hebben voor het minste geld. Uiteindelijk ben je als samenleving ook beter af met een duurzame landbouw die zichzelf kan bedruipen.

‘We moeten naar een model waarin door de consument gevraagde zaken in de prijzen worden verrekend. Maar ik vind ook dat er in de samenleving een herwaardering moet komen voor eten.

‘We moeten bereid zijn meer te betalen en trots zijn op wat we in onze eigen omgeving produceren. De samenleving heeft een nonchalante houding tegenover boeren. De landbouw is lange tijd volstrekt genegeerd. Niet alleen hier, maar wereldwijd.’

‘Straks houden de boeren er nog mee op’, stond onlangs boven een opiniestuk in de Volkskrant. Ziet u dat gebeuren?

‘Dat zie ik niet zo snel gebeuren. Boeren zijn een ongelooflijk taai volkske.’

Dat is ook een zwakte. Ze kreunen wel, maar gaan toch wel door, denkt iedereen.

‘Zo kun je denken. Maar het houdt een keer op.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden