Geheime groei gaat door

In de VS lijkt het onmogelijke bereikt: én groei, én meer banen, én lage inflatie. Dat kan nog heel lang doorgaan, denken sommige economen en beleidsmakers....

WIJ zijn begonnen aan een periode van aanhoudende economische groei die er toe kan leiden dat de wereldeconomie elk dozijn jaren zich in omvang verdubbelt en die - letterlijk - miljarden mensen op de hele planeet extra welvaart zal brengen. Wij zitten op de eerste golven van een 25 jaar durende expanderende economie.

Het wordt al genoemd de Nieuwe Economie. Nieuw omdat volgens deze theorie de (wereld)economie in snel tempo bezig is een gedaantewisseling te ondergaan. Een metamorfose die misschien nog niet in de economische groeicijfers is terug te vinden, maar dat is een kwestie van tijd. Raak doordrongen van de technologische revoluties die nu gaande zijn, wees bereid vol optimisme het vooruitgangsgeloof te omarmen: de wereld zal er over een kwart eeuw heel anders uitzien. Beter, welvarender, comfortabeler. Denken de nieuwe economen.

Grote voorgangers heeft de Nieuwe Economie niet. Er is geen nieuwe Keynes, geen nieuwe Friedman. Dat is ook wel verklaarbaar, want zo nieuw is de Nieuwe Economie ook weer niet. Het geloof in technologische vooruitgang is zo oud als de ontdekking van het vuur. Maar hoe belegen ook, dit geloof beleeft nu een wederopstanding die zo krachtig is dat de hoogste beleidsmakers in en buiten de VS er door geraakt worden.

De opkomst van de Nieuwe Economie heeft veel te maken met een opvallende combinatie van verschijnselen. De VS maken een ongekend lange periode van aanhoudende economische groei door. Die groei werkt gunstig uit op de arbeidsmarkt. De werkloosheid in de VS ligt al geruime tijd beneden de 5 procent. Bij zo'n laag niveau gingen tot voor kort alarmbellen rinkelen. Lage werkloosheid betekent hoge looneisen, betekent oplopende inflatie dus actie van de centrale bank: rente omhoog!

Die tijden zijn voorbij, zeggen de Nieuwe Economen en ze beroepen zich - met recht - op de cijfers. Hoe laag de werkloosheid ook is, de looneisen blijven gematigd, de inflatie dus ook. De centrale bankiers kunnen op hun handen blijven zitten.

Een verklaring voor deze breuk met de economische traditie hebben de Nieuwe Economen ook. De wereldeconomie maakt een technologische revolutie door. Na de stoommachine en de elektriciteit is de beurt aan computers en telecommunicatie. Niet de uitvindingen zelf, maar de huidige grootschalige toepassing van deze vindingen zetten de economie in een hogere versnelling. De explosieve toename van het gebruik van computers in het bedrijfsleven in combinatie met de grootschalige vernieuwingen bij de telecommunicatie jagen het groeitempo op. Productieprocessen worden slimmer, mensen gaan efficiënter werken, afstanden doen er minder toe, permanente bereikbaarheid des te meer.

Deze productiviteitswinst is de bron waaraan de Nieuwe Economen zich laven. Zij is de verklaring van Alles. Een deel van de extra productiviteit steken de ondernemers in eigen zak waardoor de winsten stijgen, een ander deel valt toe aan de werknemers waardoor hun lonen (iets) kunnen stijgen en een derde deel wordt gebruikt om de concurrentie dwars te zitten met scherpe prijsconcurrentie waardoor de inflatie laag blijft.

Er is een klein probleem. De door de Nieuwe Economen aangekondigde productiviteitswinst is nergens in de statistieken te vinden. De productiviteitsgroei suddert in haar gebruikelijke tempo van de afgelopen jaren voort, van 1 tot 2 procent. Conclusie van de Nieuwe Economen: de cijfers deugen niet.

Rond het jaar 2000 gaat de Amerikaanse overheid over op een nieuwe, op het informatietijdperk afgestemde, wijze van meting van economische groei. De echte groeicijfers zijn hoog. De Amerikaanse economie laat een stabiele groei van 4 procent per jaar zien, iets wat sinds de jaren zestig niet meer is voorgekomen.

Alan Greenspan, de president van de Fed, de Amerikaanse centrale bank, een notoir cijferfetisjist, staart zich al maanden blind op stapels statistieken. Ook hij ziet de combinatie van hoge winsten en lage inflatie. Hij heeft wel gedeeltelijke verklaringen voor dit verschijnsel - de toegenomen internationale concurrentie, de baanonzekerheid bij werknemers waardoor de looneisen laag blijven, deregulering - maar Greenspan is ook enigszins geobsedeerd door de Nieuwe Economie.

Geobsedeerd door is wat anders dan overtuigd van. Neemt de productiviteit echt sterk toe? 'Het antwoord op deze vraag is van belang voor de discussie tussen degenen die beweren dat de economie een nieuw tijdperk is binnengetreden en degenen die dat niet doen', zei Greenspan onlangs.

Bij een andere gelegenheid wijdde Greenspan uit over technologische veranderingen en de invloed van telecommunicatie en computers op de productiviteit. 'Veel van deze technologieën zijn er al een tijd. Waarom zouden ze nu opeens zo'n duidelijk effect hebben?', vroeg hij zich toen af. Een begin van een antwoord gaf hij er zelf bij, met zijn verwijzing naar onderzoek van de Amerikaanse econoom Nathan Rosenberg.

Onderzoek naar technologische doorbraken in het verleden had Rosenberg geleerd dat het decennia kan duren voordat een cruciale uitvinding economisch van grote betekenis wordt. Onderschatting van de waarde van de vinding speelt daarbij vaak een rol.

Lasertechnologie bijvoorbeeld, wordt gebruikt voor compact discs, medische apparatuur, printers, oorlogstuig en ook op grote schaal in de telecommunicatie. Toch weigerde het Amerikaanse telecom-concern Bell, waar dertig jaar geleden de laser werd ontdekt, voor deze vinding een patent aan te vragen. De toepassingsmogelijkheden voor de telefoonindustrie werden niet ingezien.

Voor de telefoon, de radio en ook de computer kan eenzelfde verhaal worden gehouden, aldus Rosenberg. In 1949, het beginstadium van de computer, wees Thomas Watson Sr, toen president van IBM, het idee van een massamarkt voor dit product van de hand. De eerste computers waren dan ook kamerbrede apparaten.

Onwetendheid en de onzekerheid over de mogelijke toepassingen van een vinding vertraagt hun grootschalige introductie. 'Het kan jaren duren voordat een belangrijke technologische vinding een bestaande technologie verdringt', aldus Rosenberg.

'In 1910 had slechts een kwart van de fabrieken in de VS stroom. Twintig jaar later was dat 75 procent. Als we het begin van de computer - een veel ingewikkelder technologie dan elektriciteit - dateren op het moment van de uitvinding van de microprocessor in 1970, dan zijn we nog maar een kwart eeuw bezig in het computertijdperk. De grote economische voordelen van de computer liggen nog voor ons'

Aan het begin van het nieuwe centennium wordt de verouderde analyse van inflatie afgeschaft. Het gaat gepaard met een symbolische verandering bij de centrale bank: Alan Greenspan gaat met pensioen, de Fed haalt haar voet van de rem en de Amerikaanse economie schiet omhoog.

Het idee dat de trage groei van de productiviteit slechts een kwestie is van fout meten, is niet echt besteed aan het Centraal Planbureau. Het CPB doet in de onlangs verschenen Macro Economische Verkenningen twee suggesties.

Eén: Nederlandse bedrijven hebben in deze jaren weinig geïnvesteerd waardoor bij de toepassing van nieuwe, productiviteitsverhogende, technieken vertraging is opgetreden. Dit is nog in onderzoek.

Twee: in de afgelopen tien jaar zijn er naar verhouding veel laagbetaalde, minder-productive werknemers aan de slag geraakt waardoor de productiviteitsgroei van de economie als geheel is gedrukt. Dit is inderdaad een deel van de verklaring.

Over de Nieuw Economische verklaring, de foute meting, gaat het Centraal Bureau voor de Statistiek zich binnenkort buigen, zegt Steven Keuning, hoofd van de afdeling nationale rekeningen van het CBS.

De gebrekkige meting vindt vooral plaats bij de dienstensectoren van de economie, niet zozeer bij de industrie. Bij banken en verzekeraars bijvoorbeeld vindt een voortdurende automatisering plaats en wordt ook al voorzichtig geëxperimenteerd met een nieuw medium als internet. Deze drastische wijzigingen in de bedrijfsvoering worden in de huidige meting van productiviteit in de financiële dienstverlening niet opgemerkt. Dat komt omdat de meting van productiviteit gebeurt aan de hand van wat er aan geld en menskracht in wordt gestoken en niet, zoals normaal is in de industrie, door te meten wat dit kapitaal en deze arbeid presteren.

Het CBS heeft net een rapport afgerond waarin het bankwezen onder de loep is genomen. De precieze resultaten van dit onderzoek wil Keuning nog niet kwijt. 'Wat ik kan zeggen is dat volgens de nieuwe methode de productiviteit bij de banken duidelijk hoger uitkomt.'

Ook de overheid is sinds kort productiever. Door een nieuwe meetmethode neemt de productiviteitsgroei bij de overheid toe van nul procent tot 0,7 procent per jaar. Dat betekent weer een paar tienden extra economische groei erbij in de officiële statistieken.

Behalve de productiviteit wil het CBS, in samenwerking met de universiteit van Maastricht, nagaan of ook de inflatie beter gemeten moet worden. In de VS is dat al gebeurd. Na uitgebreid onderzoek was de conclusie dat de maandelijks gepubliceerde inflatiecijfers de echte prijsstijging met ruim één procent overschatten. Het verschil zit in de kwaliteitsverbetering die een product in de loop der tijd kan ondergaan en de steeds grotere keuzemogelijkheden voor de consument.

'Men maakt wel eens de vergelijking dat honderd gulden uit de jaren zestig nu 25 gulden waard is. Maar deze redenering gaat volledig voorbij aan al de nieuwe goederen die er in de tussentijd zijn bijgekomen. Toen was er nog geen kleuren-tv, geen mobiele telefoon, geen internet', zegt Luc Soete, hoogleraar economie in Maastricht en directeur van het onderzoeksinstituut Merit.

'De paradoxale situatie is dat beleidsmakers meer en meer vertrouwen op eenvoudige indicatoren. Die worden echter steeds minder betrouwbaar omdat ze zijn gebaseerd op verouderde concepten. Statistische bureaus zouden op de kaft van hun publicaties moeten zetten: het gebruik van deze data kan ernstige schade toebrengen aan de economie.'

Soete ervaart dat deze stellingname in Europa vooral op ongeloof stuit. Dat is in de VS anders. Cijfers worden voorzichtig geïnterpreteerd. 'Dankzij Greenspan.' 'Als het inflatiecijfer onder de 3 procent ligt, zegt men daar dat men eigenlijk niet weet of er wel inflatie is. Vergelijk dat eens met Duisenberg of de Bundesbank.'

Maar hij verwacht dat ook Europa voor de Nieuwe Economie zal vallen. 'Dat zal gebeuren als er steeds meer eigenaardige relaties komen die men niet kan uitleggen. Zoals economische groei en een inflatie die maar niet wil komen of een creatie van werkgelegenheid die nergens in de productiecijfers is terug te vinden.'

De Mars-landing is een technologisch hoogstandje maar symbolisch van nog veel groter belang. We vormen een nieuwe beschaving, een wereldwijde beschaving, duidelijk anders dan die eerder op aarde bestond. In 2020 heeft de informatietechnologie elk hoekje van de wereld bereikt. Directe vertalingen zijn betrouwbaar. De grote kruisbestuiving van ideeën, de eeuwigdurende wereldwijde conversatie is begonnen.

De cursieve stukken zijn passages uit het artikel 'The Long Boom: A History of the Future, 1980-2020' dat in juli 1997 in het computercultuurblad Wired verscheen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden