Geen duidelijke winnaar in EU-zaak over woekerpolis
© ANP

Geen duidelijke winnaar in EU-zaak over woekerpolis

Het Europese Hof van Justitie heeft een soort salomonsoordeel geveld in een woekerpoliszaak waar al maanden in Nederland naar werd uitgekeken. Zowel verzekeraars als de claimorganisaties eisen nu een overwinning op, omdat de rechter nog onduidelijkheid laat bestaan.

Alle betrokkenen keken al maanden uit naar de uitspraak, omdat die voor eens en altijd licht had moeten schijnen op de afwikkeling van de Nederlandse woekerpolisaffaire. Een in eerste instantie individuele  procedure tussen een polishouder en de verzekeraar, werd door alle partijen als een proefproces gezien voor de hele verzekeringssector. Of de verzekeraars zouden voor eens en voor altijd van zijn van de claims af die hen al jaren achtervolgen, of de consumenten zou het ultieme rechtsmiddel krijgen om massaclaims in te dienen. Het Hof wijst echter geen duidelijke winnaar aan.

In de woekerpoliszaken draait het tot nu toe steeds om de vraag of verzekeraars al of niet onterecht kosten hebben ingehouden en daar vooraf duidelijk over waren op het polisblad. Verzekeraars zeggen dan dat ze zich altijd netjes aan de minimale voorschriften in de toen geldende wet en de Europese richtlijn hebben gehouden.

Woekerpolisadvocaten beroepen zich op zachtere regels, zoals de juridische bepaling als redelijkheid en billijkheid. Verzekeraars hadden volgens hen een extra zorgplicht toen ze de polissen afsloten en hadden beter op de polisbladen moeten vermelden waar de consumenten aan toe waren. Als dat duidelijk was, hadden ze de verzekering nooit afgesloten.

Zelf bepalen

Het Hof zegt nu dat de Nederlandse rechters zelf mogen bepalen of ze de zachte, voor de consumenten gunstige  regels hanteren, maar mogen daarin ook weer niet te ver gaan. Ze moeten er ook rekening mee houden dat verzekeraars niet helderziend zijn en van te voren precies kunnen weten hoe ze over welke kosten hadden moeten communiceren.

'Per woekerpoliszaak moeten rechters dat vaststellen. De uitspraak verplicht ze tot niets', zegt Danny Bussch, hoogleraar financieel recht aan de Radboud Universiteit. 'Het is niet zo dat je met deze uitspraak bij de politiek of verzekeraars opeens een nationale collectieve compensatie kunt afdwingen.'

Het Europese oordeel werd afgedwongen door Nationale-Nederlanden in een op zich kleine zaak waarin de Rotterdamse rechtbank in 2012 in een tussenvonnis een verzekerde al in het gelijk stelde. De verzekeraar sloot in totaal ongeveer 500 duizend van dit soort polissen af en voert momenteel juridische strijd met meerdere collectieve claimorganisaties. Via de Europese rechtsgang wilde Nationale-Nederlanden voor eens en voor altijd af dwingen dat de Nederlandse rechters zich aan de minimumeisen in de Europese richtlijn moeten houden.

Vorig jaar werd de zaak opeens veel groter omdat de belangrijkste adviseur van het Hof van Justitie, Eleanor Sharpston, in haar advies aan de rechters opeens oordeelde dat bij goed lezen van de Europese richtlijn de zachte regels er al in staan. Volgens Sharpston hadden verzekeraars ten alle tijden duidelijk moeten zijn over de kosten. Het Hof heeft dit advies niet op die manier overgenomen.