Gaan Oost-Europese werknemers nou echt meer verdienen vanaf 2021 of blijft alles hetzelfde?

Wat verandert er precies?

Vanaf 2021 krijgen werknemers door heel Europa hetzelfde loon voor hetzelfde werk. Maar verandert er echt iets?

Polen staan met hun vrachtwagens stil in het havengebied bij Pernis Foto Joost van den Broek

Het Europese akkoord over detachering van werknemers klinkt goed. Een Roemeen die in Nederland werkt, moet vanaf 2021 hetzelfde cao-loon ontvangen als een Nederlander die hetzelfde werk doet. De regel geldt straks ook voor gedetacheerde buitenlandse werknemers die door een bedrijf in een EU-lidstaat (bijvoorbeeld Polen) verhuurd worden aan een bedrijf in een andere EU-lidstaat (bijvoorbeeld Nederland). Nu kunnen Polen of andere Oost-Europeanen die via een Pools uitzendbureau in Nederland aan de slag gaan in theorie nog 'afgescheept' worden met het Nederlandse minimumloon, wat vaak minder is dan de onderste trede van de cao-salarisschaal.

Vakbonden, werkgeversorganisaties en wetenschappers spreken van een stap in de goede richting, maar wel een stap die nog veel ontsnappingsroutes kent. Wat zijn hun belangrijkste bezwaren?

Oneerlijke concurrentie blijft bestaan

Bij detachering van EU-onderdanen in Nederland mogen werkgevers de eerste twaalf of achttien maanden pensioenpremies en andere sociale premies blijven betalen volgens de regels van het (goedkopere) thuisland. Dat is niet onlogisch, want aan een half jaar pensioenopbouw in Nederland heeft een Poolse bouwvakker niet zoveel: bij zo'n kort verblijf in Nederland kan hij beter in Polen pensioen blijven opbouwen. Toch blijven Polen en Roemenen daardoor ook na 2021 aanzienlijk goedkoper dan vergelijkbare Nederlandse arbeidskrachten, in elk geval de eerste twaalf tot achttien maanden dat ze in Nederland zijn. Volgens vakbond CNV en werkgeversorganisatie VNO-NCW blijven Oost-Europeanen in die periode tot wel 30 procent goedkoper dan hun Nederlandse collega's. 'Het kostenverschil blijft, en daarmee ook de prikkel om goedkope arbeid uit het buitenland te halen', zegt Maurice Limmen, voorzitter van vakbond CNV. Dat dit kostenvoordeel na maximaal achttien maanden verdwijnt, is niet zo relevant: een gemiddelde detacheringsperiode duurt maar vier maanden.

De groep werknemers op wie de EU zich richt, is erg klein

In de hele Europese Unie werken zo'n twee miljoen gedetacheerde werknemers, waarvan 89 duizend in Nederland, volgens cijfers van de Europese Commissie. De grootste groepen gedetacheerden zijn afkomstig uit Duitsland en België. Er zijn nu een kleine 14 duizend gedetacheerde Polen in Nederland. Op het totale aandeel van Poolse immigranten is dat niet zoveel. De meeste van de 156 duizend Polen die in Nederland werken zijn in dienst van een Nederlands bedrijf, of werken als zzp'er. De eerste groep krijgt al hetzelfde loon als Nederlanders, de tweede groep is ondernemer en mag zijn eigen beloning bepalen.

Het gevoeligste probleem is niet opgelost

De lidstaten hebben het gevoeligste onderwerp laten rusten: vrachtwagenchauffeurs vallen buiten de overeenkomst, terwijl juist de transportsector de landsgrenzen overschrijdt. Er werken 3 miljoen vrachtwagenchauffeurs in de EU, waarvan een aanzienlijk deel uit Oost-Europa. Juist van de transportsector is bekend dat er veel Oost-Europese chauffeurs tegen een zeer lage beloning werken en daardoor West-Europese chauffeurs van de arbeidsmarkt verdringen. 'De transportsector staat symbool voor de mislukking van de Europese arbeidsmarkt', zegt Limmen. Over de transportsector sluiten de lidstaten later een apart akkoord.

De nieuwe regels zijn makkelijk te omzeilen

Het belangrijkste bezwaar van vakbonden en werkgeversorganisaties gaat over handhaving: betere regels zijn goed, maar als niemand ze handhaaft heb je er niet zoveel aan. 'Zo is een meldingsplicht voor gedetacheerden in Nederland nu wettelijk mogelijk, maar die plicht wordt niet opgelegd', zegt Limmen van de CNV.

Ook Ton Wilthagen, hoogleraar arbeidsmarkt aan de Universiteit Tilburg, waarschuwt voor nieuwe constructies die bedrijven zullen zoeken. 'We moeten niet te hard juichen. De markt zoekt voortdurend naar de grenzen, zo gaat het steeds.' De arbeidsinspectie is de laatste jaren ingekrompen terwijl de arbeidsmarkt alleen verder geflexibiliseerd is, zegt hij.

Een makkelijke manier om onder de nieuwe richtlijn uit te komen is bijvoorbeeld de gedetacheerde Oost-Europeaan om te toveren in een zelfstandig ondernemer (zzp'er). Zzp'ers mogen zichzelf vierentwintig maanden lang in het buitenland detacheren en in die periode sociale premies in hun thuisland blijven betalen, volgens Nuria Ramos Martin, universitair docent Europees arbeidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam. Bij dergelijke trucs kan de arbeidsinspectie boetes uitdelen wegens schijnzelfstandigheid, maar dat gebeurt bijna niet.

De belangrijkste winst van de nieuwe detacheringsregels ligt volgens Wilthagen niet in Nederland, maar in Scandinavische landen en in Duitsland. Gedetacheerden in Nederland kregen al betaald volgens het minimumloon, terwijl dat in sommige andere EU-landen niet zo is. Wilthagen: 'Daar lopen de loonverschillen veel verder uiteen dan in Nederland.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.