Fokker had best gekund

ARNOLD LEUFTINK, op dat moment net een maand bewindvoerder van Fokker, ontmoet op een feestje Frans Swarttouw. Leuftink is gek van vliegtuigjes en Swarttouw, de voormalige president van Fokker, is voor hem een idool....

Met die anekdote lijkt de toon van Jannetje Koelewijns tweede boek over Fokker - Een nationale waan - wel gezet. Fokker kon niet, Fokker was en is, zoals de titel al beweert, een 'nationale waan'. Maar het boek zelf is een lang volgehouden betoog dat Fokker best had gekund. Op tientallen plaatsen in het boek wordt duidelijk gemaakt, dat met een andere keuze Fokker gewoon had gekund. Alleen de schrijfster zelf is het niet opgevallen.

De hoofdrolspelers maakten verkeerde keuzen. Onvoorziene zaken gooiden roet in het eten. Structuren werden opgezet, waardoor op den duur meer problemen werden gecreëerd dan opgelost.

Het meest verbazingwekkend is wel de bijna terloops beschreven bestuursstructuur van Fokker. Het idee dat achtereenvolgens Frans Swarttouw, Martin Kuilman, Reinder van Duinen, Eric Jan Nederkoorn en Ben van Schaik de baas waren en dat ze slechts verantwoording dienden af te leggen aan de raad van commissarissen, blijkt fout. Fokker werd bestuurd zoals een speeltuinvereniging: het bestuur besloot bij meerderheid van stemmen, en de voorzitter was niet machtiger dan de andere bestuursleden.

De gevolgen waren gruwelijk. De ruzies in de raad van bestuur van Fokker, onder Swarttouw al vreselijk, groeiden in de jaren die volgden, uit tot complete Hoekse en Kabeljouwse twisten, en waren net zo onoplosbaar.

Koelewijn geeft mooie voorbeelden, bijvoorbeeld de geschiedenis van wat zich afspeelde vlak voor het gedwongen vertrek van Nederkoorn, januari 1994. De raad van commisarissen eiste van Nederkoorn een nieuw reorganisatieplan, het zoveelste, maar toen dat ter tafel kwam, bleken twee andere bestuursleden, Van Duinen en Hendriksen, achter zijn rug om een alternatief plan te hebben geschreven. De oorlog die volgde, kostte Nederkoorn de kop. Dat is niet fijn besturen.

Nog fraaier is de beschrijving van de lotgevallen van Daan Fousert in december 1994. Fousert werd door Van Schaik binnengehaald om Fokker te saneren. Van Schaik wilde vooral managers kwijt, van hoog tot laag. Vakbonden en ondernemingsraad eisten zo'n sanering al langere tijd.

Maar Fousert werd geen lid van de raad van bestuur. Dus toen hij met een plan kwam om Rennie Hendriksen, de financiële man in de raad van bestuur, weg te sturen, samen met 1100 ingenieurs en managers, stuitte hij op onneembaar verzet. 'Bij besluiten was de verdeling meestal zo: Kroon en Dijkhuizen aan de ene kant, Volk en Van Schaik aan de andere, en Hendriksen kon kiezen.'

Na maanden verloren tijd draaide Dijkhuizen bij, maar nu was het Kroon die de sanering tegenhield. 'Hij maakte gebruik van zijn recht als lid van een collegiaal bestuur om in beroep te gaan bij de raad van commissarissen.' Van Schaik probeerde de raad van commissarissen mee te krijgen, maar kreeg tot zijn verbazing van overheidscommissaris P. Idenburg 'een lesje statutenkennis'.

Het ontslag van Hendriksen werd maanden later alsnog bezegeld, en kostte de ondernerning 1,6 miljoen gulden. Een jaar eerder was de man al ontslagen door Jürgen Schrempp, president-commissaris van Fokker. Maar de Nederlandse commissarissen hadden dat ontslag ongedaan gemaakt. 'Of er redenen waren voor dat ontslag, vroegen ze zich niet af. Op hun strepen staan vonden ze belangrijker', schrijft Koelewijn.

Zo kon Fokker inderdaad niet. Het boek bevat nog veel meer materiaal dat het mogelijk maakt de bestuursstructuur en -cultuur bij Fokker de schuld te geven van de ondergang van het bedrijf. Maar aan de vraag waarom Fokker met een collegiaal bestuur werd opgezadeld, komt Koelewijn niet toe. Soms klonk wel de roep om een echte chief executive officer, om een man met échte macht, een dictator. De curatoren stelden achteraf vast dat dat had moeten gebeuren, maar Koelewijn volstaat met te schrijven dat het onderwerp 'onbespreekbaar' was.

Zelfs na het faillissement had Fokker nog best gekund. Niet reddingspogingen als die van de Canadese vliegtuigfabriek Bombardier, die vooral kwam spioneren en helemaal niet geïnteresseerd was, of van het Zuid-Koreaanse Samsung, dat aan de leiband van een onzekere overheid bleek te lopen, maar het verguisde Oranje-scenario bood volgens Koelewijn de meeste kansen. Maar de sentimenten hadden zich tegen Fokker gekeerd. De opsteller van het scenario, de accountant Neeleman, kon het zelf niet presenteren, toen een groep financiers op het ministerie van Economische Zaken bijeenkwam om het te bespreken. In zijn plaats deed Van Schaik dat. Hij stak zijn bekende ronkende preek af - enthousiasme kon hem niet worden ontzegd - en maakte daarmee de bankiers alleen maar kopschuw.

De voorlaatste reddingspoging, die van André Deleye en het Maleisische Khazanah, had ook best gekund. Dat die mislukte lag vooral aan Stork. Telkens als een afspraak werd gemaakt met Stork-bestuurder Aad Veenman, maakte Stork-topman Jan Hovers problemen. Zelfs de plotselinge toeschietelijkheid van minister Wijers, die zijn vertrouweling Wich van der Harst overuren liet maken bij Fokker en die plotseling 475 miljoen gulden ter beschikking stelde voor de redding van Fokker, was niet opgewassen tegen de obstructie door Stork.

Fokker had best gekund. Het was geen nationale waan, de ondergang is eerder een nationale blamage. Het is jammer dat Koelewijn niet wat meer afstand van haar onderwerp heeft genomen om het te analyseren. Haar boek blijft steken in beschrijvingen van zaken die grotendeels al bekend zijn. Onthullend is het geen moment. Maar het is wel spannend om de details van het drama te lezen; over de moppen vertellende Russen, over de strakke Koreanen, de koele Floris Maljers, de creatie van de geheime ijsberg aan schulden.

Spannend is ook dat het boek een open einde heeft. In de laatste alinea's worden de avonturen van Jaap Rosen Jacobson nog even aangestipt, die op Schiphol-Oost nog altijd bezig is met zijn plan Fokker alsnog nieuw leven in te blazen. Als Rosen Jacobson daarin slaagt, dan zal Koelewijn ongetwijfeld nog een derde boek over Fokker schrijven.

Gerard Reijn

Jannetje Koelewijn: Een nationale waan - Het Fokker-sentiment, of: waarom Fokker failliet ging.

De Bezige Bij; 247 pagina's; ¿ 34,50.

ISBN 90 234 3700 4.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden