Dit zijn de psychologische, verlammende gevolgen van flexwerken

De flexparadox

Dat tijdelijke banen slechter betalen was al bekend. Een nieuwe studie toont de psychologische gevolgen: flex werkt verlammend. Ook voor werkgevers.

Ze zijn vrij, blij en ondernemend tot op het bot: de flexmensen. Een leven lang dezelfde baas is aan hen niet besteed. Liever zoeken ze telkens nieuwe uitdagingen. Geen dag is hetzelfde voor deze kampioenen van de moderne arbeidsmarkt.

Zo moet de flexibele fantasie van menig werkgever en politicus eruitzien. De werkelijkheid is anders. Nederland geldt als Europees koploper: een op de drie werkenden heeft een tijdelijk contract of is zzp'er. Jongeren, vrouwen, laagopgeleiden en (kinderen van) migranten zijn oververtegenwoordigd. Maar erg blij zijn de meesten van hen niet, stelt de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in zijn nieuwste rapport, Voor de zekerheid. Sterker nog, concluderen de onderzoekers, het is vaak precies omgekeerd. Tijdelijke contracten leiden niet tot dynamiek, maar werken verlammend. Flexibele krachten zijn onzekerder, durven zich niet openlijk uit te spreken en spelen op safe - bang om de chef voor het hoofd te stoten.

Flexparadox

Mensen met onzekere contracten voelen zich gevangen in het heden

Monique Kremer

Noem het de flexparadox. 'Hoe meer zekerheid mensen hebben, hoe meer risico's ze durven nemen. En omgekeerd', zegt WRR-onderzoeker Monique Kremer, tevens bijzonder hoogleraar actief burgerschap. 'Ergens weten we dat allang. Dat is waarom we een verzorgingsstaat hebben opgericht.'

Kremer nam 36 diepte-interviews af met betrokkenen. Wat haar opvalt, is de financiële stress die zij ervaren. 'Dat kan tot gezondheidsproblemen leiden.' Ook voelen veel flexibele krachten een gebrek aan waardering. 'Dan kan je leidinggevende nog zo vaak zeggen dat je je werk goed doet, maar als het contract niet verlengd wordt, voelt dat toch als falen.'

Op langere termijn leidt flexibilisering tot uitstelgedrag. Niet alleen is een huis kopen lastig zonder vast contract, mensen stichten ook later een gezin. Eind vorig jaar nog maakte het CBS bekend dat steeds meer baby's - inmiddels bijna een kwart - een moeder van 35 jaar of ouder hebben. Niet voor niets noemde de Duitse minister van gezinszaken in 2014 tijdelijke contracten de beste anticonceptiepil. 'Het overgrote deel van de Nederlanders blijkt gewoon huisje-boompje-beestje te willen', vertelt Kremer. 'Mensen met onzekere contracten voelen zich gevangen in het heden.'

Het overgrote deel van de Nederlanders blijkt gewoon huisje-boompje-beestje te willen

Monique Kremer

Psychologisch contact

Werd zulke kritiek tien jaar geleden nog weggewuifd, tegenwoordig heerst de onvrede alom. Zelfs jongeren zijn flexmoe, blijkt uit een enquête van het Verwey-Jonker Instituut onder 1.100 werkenden. 'Werkgevers schermen er graag mee dat de nieuwe generatie millennials niet zit te wachten op een vast contract', weet ook Charissa Freese, onderzoeker aan de Universiteit van Tilburg. 'Maar die bewering wordt niet gestaafd door onderzoek. Sterker nog, uit een oudere studie volgt dat slechts 4 procent van de jongeren blij is met flex.'

Freese was zelf niet betrokken bij het WRR-rapport. Maar ze herkent de conclusies uit haar eigen onderzoek naar wat zij het 'psychologisch contract' noemt. Dat zijn de ongeschreven verwachtingen en verplichtingen die werknemers hebben bij een baan: van persoonlijke ontwikkeling tot inkomenszekerheid. 'Je moet oppassen met alle flexibele arbeidsvormen over één kam scheren. Maar vaststaat dat hoe minder zeker een arbeidsrelatie is, hoe slechter het psychologische contract eruitziet. Dat heeft ook gevolgen voor de werkgever. Wie een precair contract heeft, zal minder snel bereid zijn een stapje extra te zetten.'

Terwijl de economische voordelen altijd het argument bij uitstek waren voor flexibilisering. Sommige werkenden mochten er dan problemen mee hebben, voor de economie was het goed. Maar bij die aanname worden vanuit wetenschappelijke hoek steeds meer vraagtekens gezet. Flexibilisering kan bedrijven ook geld kosten, schrijft de WRR. Het ontmoedigt werkgevers bijvoorbeeld om in scholing te investeren. Dat is slecht voor de kenniseconomie.

Sommige werkenden mochten er dan problemen mee hebben, voor de economie was het goed

Waarom de comeback van het vaste contract dan toch op zich laat wachten? Meer dan met ongrijpbare krachten als globalisering en technologie lijkt dat samen te hangen met specifieke Nederlandse regelgeving. Zo draaien werkgevers twee jaar financieel op voor zieke werknemers - veel langer dan elders in Europa. Dat is een glashelder prijskaartje. Helaas voor de critici is de prijs van de flexibilisering, van afnemende innovatie tot minder loyaliteit, heel wat moeilijker hard te maken.


Bas Nijland (20), Utrecht

'Het is wel even schrikken als ik pas een dag van tevoren hoor dat ik de volgende dag naar Tilburg moet. Ik heb een nul-urencontract bij een uitzendbureau dat mij naar een willekeurig pompstation toestuurt. Het werk als pompstationmedewerker is leuk, maar de tijden zijn erg onzeker. Ik heb mijn universitaire studie niet afgerond. Door eerst een jaar of twee te werken wilde ik mezelf even rust gunnen, maar heeft niet zo goed uitgepakt. Ik wil nu wel weer gaan studeren. Het is verschrikkelijk lastig om rond te komen. Er zijn weken dat ik moet overleven op drie pakjes noedels per dag.'

Ralf Beckers (29), Nuenen

'Ik overweeg serieus om werk te gaan zoeken in het buitenland. Ik heb het idee dat de arbeidsmarkt er hier alleen maar slechter op wordt. Na mijn mbo-opleiding meubel- en interieurbouw richtte ik mij in eerste instantie op tijdelijke contracten. In 2009 won ik een brancheprijs, dus ging ik ervan uit dat ik goede kwalificaties had. Ik dacht dat ik het flexwerken wel een paar jaar kon volhouden, maar uiteindelijk hield ik er toch een negatief gevoel aan over. Vaste contracten bieden toch een stukje zekerheid. Die geven toekomstperspectief. Bijvoorbeeld als je een hypotheek wil aanvragen. Nu woon ik noodgedwongen bij mijn ouders.'

Nick Driessen (35), Wijchen

'Het bestaan als filmmaker en animator bevalt mij goed. Maar een huis is daardoor wel lastig. Mijn huidige huis kocht ik zeven jaar geleden met mijn toenmalige vriendin. Zij had een goed salaris. In 2012 gingen wij uit elkaar. Met geld van mijn ouders kon ik een deel van de hypotheekschuld aflossen. Inmiddels heb ik een gezin. Mijn huidige vrouw is zzp'er. Onze hypotheek hangt af van onze inkomsten over de laatste drie jaar. 2013 was niet zo'n goed jaar, waardoor we weinig konden lenen. Gelukkig was ons inkomen in 2016 een stuk hoger.'