Flappie met Beter Levenkeurmerk maakt een comeback in de supermarkt

Maar er zijn niet genoeg keurmerkkonijnen

Het konijn-met-een-ster maakt een comeback in de supermarkt. Maar nog altijd liggen bouten in de schappen van soortgenoten die een minder goed leven hebben gehad.

Foto Han Hoogerbrugge

'Flappie kan voortaan fluiten naar een beter leven', kopte de Volkskrant vorig jaar vlak voor Kerst. De enige konijnenfokker in Nederland die konijnenvlees met een Beter Levenkeurmerk leverde, was toen net zijn 'ster' kwijtgeraakt. De fokker sjoemelde, oordeelde de Dierenbescherming, onder meer door keurmerkkonijnen als standaardkonijnen te verkopen. De fokker, sinds 2011 drager van het keurmerk, zag dat ietwat anders. Hoe dan ook: het enige verantwoorde stukje konijn verdween uit de schappen.

Heel lang heeft de bewuste(re) consument het niet zonder Beter Levenkonijnenbout hoeven stellen. Al deze Kerst maakt het keurmerkkonijn zijn comeback, en wel bij Albert Heijn. Na het verdwijnen van de enige Beter Levenfokker zette de grootgrutter dit jaar een proef op met een andere Nederlandse konijnenfokker. Die levert deze Kerst 3.900 vleeskonijnen met het Beter Levenkeurmerk aan Albert Heijn. Dierenwelzijnsorganisatie Wakker Dier, niet altijd de grootste vriend van supermarktketens, is blij verrast. 'Albert Heijn heeft dit jaar echt de handschoen opgepakt. Dat vinden wij heel bijzonder.'

Helaas, voegt Wakker Dier daaraan toe, blijft het deze kerst wel bij die 3.900 Beter Levenkonijnen. Albert Heijn verkoopt, naast keurmerkbouten, nog altijd konijnenvlees zonder Beter Levenkeurmerk. De supermarkt kan anders niet aan de grote vraag naar konijn rond de Kerst voldoen, zegt een woordvoerder. 'Met de 3.900 konijnen met het keurmerk kunnen wij onze schappen zo'n tien tot veertien dagen vullen. Dat is nog niet genoeg.' Andere supermarktketens, zoals Jumbo en Jan Linders, verkopen uitsluitend konijnenvlees zonder Beter Levenkeurmerk. En dan zijn er ook nog ketens (zoals Dirk, Dekamarkt, Plus en Aldi) die in Nederland helemaal geen konijnenvlees meer verkopen. Dat is een overwinning voor de dierenwelzijnbeweging, die al jarenlang protesteert tegen 'konijnenleed'.

In de meeste supermarktschappen ligt deze Kerst dus geen keurmerkkonijn. Waarom krijgt de Dierenbescherming geen grip op deze sector, zoals eerder wel bij varkens, kippen en koeien lukte?

Anders dan Belgen en Fransen, die het hele jaar door een konijnenboutje lusten, eten de meeste Nederlanders uitsluitend tijdens de kerstdagen konijn. Voor de 45 Nederlandse vleeskonijnenfokkers, die samen jaarlijks zo'n 6.500 ton konijnenvlees produceren, loont het nauwelijks om op die piekvraag in te spelen. Zij leveren het hele jaar door aan het buitenland, voornamelijk aan België. Investeringen in konijnenstallen voor het Beter Levenkeurmerk, een Nederlandse kwaliteitsaanduiding, betalen zich daardoor maar heel langzaam terug. 'Als Dierenbescherming verbeteren wij graag het dierenwelzijn', zegt woordvoerder Dik Nagtegaal, 'maar het moet voor de konijnenhouders wel te betalen zijn.'

Kalkoen

Net als konijnenvlees kent ook de verkoop van kalkoenenvlees een piek tijdens de kerstperiode. En net als bij de konijnenbouten ontbrak het bij de kalkoenfilets ook aan een Beter Levenkeurmerk. Supermarktketen Jumbo bracht daar eerder dit dit jaar verandering in en introduceerde kalkoenvlees met één Beter Leven-ster. Met de Kerstdagen ligt er bovendien een hele kalkoen met twee sterren in de schappen. Concurrent Albert Heijn verving de 'plofkalkoen' vorig jaar door 'de nieuwe Albert Heijnkalkoen'. Volgens de supermarkt is deze kalkoen van een langzamer groeiend ras en krijgt deze daglicht en iets meer ruimte in de stal. Deze verbeteringen leveren de AH-kalkoen echter geen ster op.

Keurmerk

Een konijnenfokker die in aanmerking wil komen voor het Beter Levenkeurmerk moet eerst aan een aantal eisen voldoen. Het in groepen laten leven van de moederkonijnen, de zogeheten voedsters, is de belangrijkste eis. Normaal worden die los van elkaar in hokjes gezet. Omdat konijnen groepsdieren zijn, eist de Dierenbescherming dat ook de moeders in groepshokken leven. De hokken van hun jongen, de vleeskonijnen, moeten ook iets groter zijn: 900 vierkante centimeter per dier, in plaats van 600, het wettelijk minimum, of 800, voor diervriendelijker 'parkkonijn'. Dit laatste soort konijn leeft met twintig tot veertig dieren in hokken die minimaal 180 centimeter lang zijn. Dat zijn drie goede huppelsprongen.

Het voldoen aan de eisen voor het Beter Levenkeurmerk kost dus geld. Maar het ontbrak lange tijd ook aan aandacht van de Dierenbescherming voor de konijnen. Dat stelt Arie Kool, voorzitter van de afdeling Konijnenhouderij van boerenorganisatie LTO. 'Bij de Dierenbescherming, maar ook bij de de supermarkten, lag de nadruk logischerwijs op het verbeteren van het welzijn van varkens, kippen en koeien.' Daardoor schortte er nogal wat aan het eisenlijstje van de Dierenbescherming voor een Beter Levenkonijn, zegt Kool. 'Eén eis was bijvoorbeeld dat de konijnen op stro moesten staan. Dat is juist niet goed voor ze. Een ondergrond van stro wordt eerder nat en dan ontsteken hun voeten sneller.'

Doordat de Nederlandse konijnenfokkers voornamelijk aan België leveren, is de curieuze situatie ontstaan dat de Nederlandse supermarkten hun vlees gedeeltelijk uit het buitenland moeten halen. Sommige supermarkten, zoals Albert Heijn, importeren hun konijnenvlees uit Hongarije. Andere, zoals Jan Linders, halen een deel van de konijnenbouten in China op. Dat leverde de supermarktketen, die in het zuidoosten van Nederland opereert, in 2016 flink wat negatieve publiciteit op. 'Na het gedoe van vorig jaar hebben we flinke stappen gezet', zegt een woordvoerder. 'Ons konijnenvlees komt hoofdzakelijk uit onze eigen streek. En al het konijn dat wij uit China importeren, is nu parkkonijn.'

Voorzitter Kool van LTO Konijnenhouderij, die ook zelf konijnenfokker is, is sceptischer. 'China is net het Wilde Westen', zegt hij. 'Daar bestaan nauwelijks regels voor de omgang met de ammoniak in de konijnenmest of antibiotica, laat staan voor dierenwelzijn. Chinese fokkers doen wat ze zelf willen.'

11 weken duurt het voor vleeskonijnen slachtrijp zijn. Tot vijf weken blijven de jongen bij hun moeder, De meeste konijnen worden in België geslacht. In Nederland ontbreekt het aan grote konijnenslachterijen.

Foto Han Hoogerbrugge
Meer over