Financiële sector moet zich specialiseren

Ondanks alle tegenslagen hopen bankiers op een gouden toekomst voor Nederland als financieel centrum.

De kredietcrisis biedt een enorme kans om van Nederland een financieel centrum te maken, zegt de oud-bankier die met die klus is belast. ‘Vergeet het’, zegt zijn antagonist, de wetenschapper die onderzoekt of zo’n centrum mogelijk is: ‘Nederland heeft die slag al drie jaar geleden verloren. En door de crisis is dat verergerd en verscherpt.’

Sjoerd van Keulen en Ewald Engelen staan recht tegenover elkaar. Van Keulen, voormalig topman van SNS Reaal, leidt het Holland Financial Centre (HFC), een club van alle Nederlandse financiële instellingen. Het formele doel: de sector versterken. Het achterliggende doel: Nederland in de top van de mondiale financiële centra laten meedraaien.

Engelen is hoogleraar financiële geografie en doet onderzoek naar ‘de effecten van financiële internationalisatie op het historische financiële centrum van Amsterdam’. Vooral werkgelegenheid is een maatstaf waaraan Engelen het succes van de missie van Van Keulen afmeet. En die stemt niet vrolijk.

‘Het financieel centrum van Amsterdam rust op drie pijlers’, zegt Engelen, ‘de banken, de beurshandel en het vermogensbeheer. Bij alle pijlers is de afgelopen jaren werkgelegenheid verdwenen. Bij de beurzen eenvijfde en bij het vermogensbeheer de helft. Bij de banken is het patroon grilliger. Van 2001 tot 2003 daalde het aantal bankiers om daarna weer sterk te stijgen. Sinds begin vorig jaar daalde het van 26 duizend, naar een kleine 24 duizend banen.’

Van Keulen reageert met een Engelse uitdrukking: ‘You can torture data until it confesses.’ De cijfers van Engelen gaan uitsluitend over Amsterdam. In een ranglijst van 200 steden neemt Amsterdam de 31ste plaats in als financieel centrum. In een andere ranglijst, van landen, staat Nederland op 8. ‘Voor ons is heel Nederland een financieel centrum. Met alles eromheen hebben we het over 600 duizend mensen die in of voor de financiële sector werken. Een kwart daarvan zit bij de banken, een kwart zit bij pensioenfondsen en verzekeraars en de helft zit bij de, zeg maar, toeleveranciers.’

De sector is volgens Van Keulen cruciaal voor de hele Nederlandse economie. ‘De groei hangt er sterk van af, evenals ons prestige in het buitenland.’ De toegevoegde waarde van de Nederlandse financiële sector is 6 procent van het bruto binnenlands product. ‘Dat is groot voor een klein land.’

Wat Van Keulen betreft is het begrip ‘financieel centrum’ nogal algemeen. Nederland moet zich specialiseren. Dat vindt Engelen ook. ‘Het enige dat werkt is een nichestrategie’, zegt hij. ‘Dublin is bijvoorbeeld succesvol met het aantrekken van de administratie van de handel gerelateerd aan hedgefondsen.’ Maar wat moet Nederland dan doen?

Neem de pensioenbranche. Van Keulen wijst erop dat Nederland de grootste fondsen herbergt en dat het collectieve pensioenstelsel hier uniek is in de wereld. ‘We zouden ook voor landen als Frankrijk en Italië de pensioenen kunnen verzorgen. Hun systemen zijn onbetaalbaar. En voor multinationals die in elk vestigingsland een klein pensioenfonds hebben, kunnen we alles hier bundelen.’

Bespaar je de moeite, adviseert Engelen. ‘De meeste pensioenfondsen laten hun vermogen beheren vanuit Londen en New York. Daar zit geen Nederlander tussen.’ Volgens de hoogleraar worden Nederlandse beheerders van pensioenen amateuristisch gevonden en leveren ze matige service. ‘Zelfs het pensioenfonds van De Nederlandsche Bank laat het vermogensbeheer over aan een Amerikaanse partij: BlackRock.’

Er is één specialisme waarin beide mannen wel wat lijken te zien: duurzaamheid. Nederland is al de grootste markt voor emissiehandel. ‘Dat is ons uithangbord’, zegt Van Keulen. Volgens hem kan Nederland een Europees centrum worden van de handel in biomassa, zoals Singapore een knooppunt is van de oliehandel. Zulke plannen beginnen met geld en Nederland kan zich profileren als hét knooppunt van financiële constructies voor investeringen in zonne- en windenergie. ‘Of de financiering van een bedrijf dat elektrische auto’s maakt voor de Aziatische groeimarkt’, oppert Engelen.

Nederland is voor zulke op het buitenland gerichte plannen perfect gepositioneerd, is de overtuiging van Van Keulen. ‘Onze financiële infrastructuur schept de voorwaarden voor buitenlandse handel. We moeten wel, want uit allerlei onderzoeken blijkt dat onze economie voor 80 procent afhankelijk is van het buitenland.’

Engelen ziet vooral beren op de weg. Nederlandse banken zijn door de crisis en Brussel een kopje kleiner gemaakt en zullen op den duur worden opgekocht door buitenlandse banken. En de crisis heeft volgens de wetenschapper het politieke draagvlak voor de financiële sector weggeslagen. Ondanks de hoogwaardige, schone banen die de sector creëert, die een bruisend financieel centrum helpen ontstaan, zoals Londen is. ‘De politiek is het spoor bijster’, zegt Engelen. ‘Jammer. We hebben een mooi verleden, maar weinig toekomst.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden