Fiat bouwt aan een winnende stal

Fiat Auto lijkt er langzamerhand weer bovenop te komen. Dankzij succesvolle modellen en slimme samenwerking, maakt het concern alweer drie kwartalen een bescheiden winst....

Zijn aanpak lijkt direct uit de managementboekjes te komen: verkoop onbelangrijke bedrijfsonderdelen, snij in de kosten, betaal de schulden af, zoek partners en zet het management op scherp.

Het is precies de aanpak die Fiats topman Sergio Marchionne, een in Canada opgegroeide Italiaan, heeft gevolgd. Sinds zijn aantreden, twee jaar geleden, gooide hij het bedrijf, waar zeventien kwartalen achtereen verlies werd geleden, open. Hij gaf banken en beleggers weer vertrouwen door een eind te maken aan speculaties over opsplitsing.

Hij stapte bovendien uit het slechte huwelijk met General Motors (GM) en streek tot chagrijn van de noodlijdende Amerikaanse autogigant nog een afscheidsbonus van twee miljard dollar op. Met dat geld haalde hij bij diverse Italiaanse banken nogmaals een bedrag van drie miljard euro op.

Tegelijkertijd zette Marchionne de bijl in het bezadigde bureaucratische management bij de merken Fiat, Lancia en Alfa Romeo. Slecht presterende medewerkers konden omzien naar een andere broodwinning.

Al doende veranderde hij de uitstraling van het bedrijf van paternalistisch en gericht op techniek, naar een meer open, Amerikaanse blik op markten en winstgevendheid.

Hoewel de Italiaanse Fiat-fabrieken op hooguit 80 procent van hun capaciteit draaiden, heeft Marchionne duidelijk gemaakt geen behoefte te hebben aan bonje met de Italiaanse politiek en de vakbonden door het uitlokken van een massaontslag. Liever steekt hij zijn energie in het opvoeren van de verkopen, zodat de fabrieken vanzelf weer vollopen.

En dat gaat goed. Dat blijkt uit de maandag gepresenteerde halfjaarcijfers, maar ook uit de verkopen bij de Europese dealers. Er worden opvallend succesvolle auto’s afgeleverd; auto’s met een fraai voorkomen die in kwaliteit niet onderdoen voor de machtige concurrentie uit onder meer Japan.

De Panda, het in Polen gebouwde kleintje van de firma, deed het bij de dealer beter dan verwacht. Ook de Grande Punto, de grotere opvolger van de Punto, bleek een hit die voor een belangrijke deel verantwoordelijk is voor het herstel van Fiat. Ook de bestellertjes deden het prima; de Doblò werd Bestelwagen van het Jaar.

Over de eerste zes maanden van 2006 noteerde Fiat Auto een verkoopstijging van 21 procent ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder. Uit cijfers van Acea, de club van Europese autofabrikanten, blijkt dat andere grootheden zich in dezelfde periode tevreden moesten stellen met kleinere verkoopstijgingen (Volkswagen 8,1 procent, DaimlerChrysler 3,3 procent), of met dalende verkopen (Ford minus 2,2 procent en General Motors minus 2,3 procent).

Maar de grote test voor topman Marchionne moet nog komen. Vorig jaar december maakte het Fiat-concern – de nummer 1 op het gebied van landbouwvoertuigen – bekend tien miljard in de autodivisie te investeren om de komende vier jaar twintig nieuwe modellen te produceren. Van de eerste uit die reeks hangt veel af: de opvolger van de Stilo, de middenklasser die in de Golf-klasse moet strijden tegen – inderdaad – de Golf en auto’s als de Citroën C3 en C4, de Peugeot 307 en de Opel Astra. De vorige Stilo flopte deerlijk en was verantwoordelijk voor ten minste een deel van miserabele resultaten van het zesde autoconcern van Europa.

‘Fiat heeft veel te lang alleen gegokt op het eerstvolgende paard dat door het hek kwam’, zei Marchionne in The Economist. ‘Het wordt tijd dat we leren hoe we een winnend stel paarden moeten fokken.’

Op het gebied van kostenbesparingen heeft Fiat de laatste jaren flinke stappen gezet door samen te werken met belangrijke concurrenten. De ontwikkeling van een nieuw model – dat al gauw een miljard euro kan kosten – kan zo deels op de concurrentie worden afgewenteld. Als daarnaast ook de productie kan worden gedeeld, hoeft het uitbrengen van een nieuw model het bedrijf niet meer aan de bedelstaf te brengen.

Zo rollen in het Franse Valenciennes bij PSA zowel Fiats, Lancia’s, Peugeots en Citroëns uit dezelfde fabriek. Beide concerns hebben bovendien gezamenlijk 1,1 miljard euro gestoken in de ontwikkeling van een nieuwe generatie bestelwagens. Alle drie hebben ze een eigen gezicht, maar technisch vertonen de Fiat Ducato, de Peugeot Boxer en de Citroën Jumper vooral overeenkomsten.

Naast drie projecten met PSA Peugeot Citroën werkt Fiat samen met Ford (bouw van een kleine auto in Polen), Suzuki (Fiat-dieselmotoren in de Japanse auto’s), het Indiase Tata (bouw en verkoop) en met Shanghai’s Automotive in China (idem). In Rusland werkt het concern samen met Severstal Auto, de grootste autofabrikant van Rusland, op het gebied van bestelbussen en de verkoop en bouw van twee Fiat-personenauto’s.

Nu Fiats ommekeer houdbaar lijkt, zegt ook Marchionne zijn blik weer op de verdere toekomst te kunnen richten. ‘We voelen ons goed op onze plaats bij de kleine auto’s, nu is het tijd om de rest te gaan bouwen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden