Feesten in een biologisch jurkje

Modemeisjes willen ook verantwoorde kleren kunnen aantrekken. Maar dan wel leuke. Want dat blijkt nog altijd belangrijker dan het eerlijke label....

tekst Sara De Sloover

‘Hoevelen van jullie hebben een duurzaam kledingstuk in de kast hangen?’ vraagt Llink-presentatrice Froukje Jansen aan de zaal op het Hiphonest Fashion Debat van de Nationale Jeugdraad, ruim een maand geleden in de Amsterdamse Bitterzoet. De club zit aardig vol, met vooral jonge vrouwen. Iets minder dan de helft van de handen in de zaal gaan trots de lucht in. ‘En hoevelen hebben nu zoiets aan?’ Ongeveer tien mensen in de zaal steken de hand op – de rest kijkt een tikje schuldbewust.

‘Voor één T-shirt is 250 gram katoen en 125 gram gif nodig’, gaat Jansen verder, die bekent op ‘foute’ Adidas-sneakers te lopen maar wel een duurzaam shirtje heeft aangetrokken. Een kwart van alle pesticiden in de wereld wordt gebruikt bij de productie van katoen. ‘Het gif maakt de boeren ziek en vergiftigt hun drinkwater.’

‘Hiphonest’ heet het modedebat. ‘Want kleding moet oprecht zijn – onder goede arbeidsomstandigheden gemaakt en van duurzame materialen – maar er wel hip uitzien’, zegt voormalig modestudente Annouk Post (27), die de term bedacht en voor één keertje heeft uitgeleend aan de debatavond. Van een bezoek aan New York voor haar afstudeeronderzoek kwam ze in 2003 terug met een koffer vol eerlijke kleding van jonge ontwerpers, ‘die er vooral leuk en mooi uitzag’. ‘Hier in Nederland had je toen alleen nog maar Kuyichi, verder was het toch nog een geitenwollensokkengedoe’, zegt Post, die op het debat haar zachte truitje van soja en schoenen van textiel aanprijst.

Met een goede vriendin richtte ze daarom de stichting YOI op, ‘Your Own Identity’. YOI kreeg een eigen conceptstore vol hippe-maar-toch-duurzame kledij in de Amsterdamse Jacob van Campenstraat, maar die sloot na anderhalf jaar weer de deuren. Er waren wel klanten, vertelt Post later aan de telefoon, maar zij en haar vriendin hadden ervaring noch ambitie om de winkel verder uit te bouwen. ‘De consument wordt steeds kritischer, de markt pikt dat toch wel op, dacht ik.’ Op de website hiphonest.com is Posts boodschap nog altijd te bekijken, handig verpakt in een leuk filmpje.

Wat ze ervan vindt dat grote ketens als H & M en C & A nu ook beperkte collecties van biologisch katoen uitbrengen? Post: ‘Super dat ze inhaken op de trend natuurlijk, ik heb net zelf een ecotrainingsbroek bij de H & M gekocht. Alleen is het zo jammer dat het maar bij een paar rekjes blijft. Want als het aanbod zo beperkt is, blijft de prijs hoog en neemt de vraag ook niet toe.’

Want onbekend maakt onbemind. Meer dan de helft van de winkelende jongeren zou eerlijke kleding kopen als ze daarover meer informatie krijgen, blijkt uit FairFashion, een onderzoek dat vakbond CNV Jongeren deze zomer hield naar het bewustzijn rond eerlijke kleding onder 350 shoppende jongeren in negen steden. Slechts een op de vijf kon een eerlijk merk opnoemen, 61 procent kende er geen enkel. Daarnaast vinden jongeren de kleding ook duur: 38 procent zegt dat ze eerder zouden kopen als de prijs omlaag zou gaan.

En dat geldt niet alleen voor jongeren. ‘Als je een T-shirt van 9,99 euro ziet hangen, denk je gewoon automatisch eerst ‘Waw’!’, zucht een deelneemster aan een workshop over duurzame kleding van consumentenorganisatie Goede Waar & Co, eerder die dag. ‘Ik koop zelf mijn kleding nu in de winkel van Floortje Dessing. Maar daarvoor moet ik de files trotseren, rondjes rijden op zoek naar een parkeerplekje en flink meer betalen. Het kost toch moeite.’

‘We leggen de link niet. Zelfs wie verontwaardigd naar een documentaire als China Blue kijkt over de zielige arbeidsomstandigheden in Chinese jeansfabrieken, legt de dag daarop niet het verband met die leuke spijkerbroek in de winkel’, zegt Nienke Steen een paar weken later, op het hoofdkantoor van het Nederlandse kledingmerk Expresso Fashion. Steen (25) is er coördinatrice maatschappelijk verantwoord ondernemen, heeft daarnaast met twee vriendinnen het verantwoorde textieladviesbedrijfje FTF Productions, en was een van de andere panelleden bij het debat in de Bitterzoet. ‘Ik heb voor Expresso tien van onze winkelmanagers geïnterviewd en gevraagd waarom klanten een stuk van biologisch katoen kochten. Gewoon omdat het een mooi shirtje was, zo bleek. Dat biolabel is gewoon een leuk extraatje. Veel mensen zijn ook bang dat het merk duurder wordt nu we omschakelen.’

Steens werk bij Expresso is gegroeid uit een afstudeerproject dat ze er heeft gedaan. ‘In Nederland hebben voorlopig alleen de hele grote bedrijven, zoals Nike, iemand in deze functie. De meeste managers doen het er zo’n beetje bij. Maar de eigenares van Expresso leeft vrij bewust en wilde weten waar haar producten vandaan komen. Ze had net een contract afgesloten met een producent in India toen ik hier stage kwam lopen, en maakte zich daar nogal zorgen om.’ Steen ging het uitzoeken en leidde en passant zichzelf op. ‘Zijde en wol zijn dieronvriendelijk, wist je dat?’ Geregeld reist ze naar leveranciers in landen als Hongkong, Griekenland, Turkije, India, Tunesië en Polen. ‘Persoonlijke contacten, dat is het hele eieren eten. Zo bouw je een band op en voelen ze zich ook verantwoordelijker. Inkopers van modemerken zien meestal alleen de hoofdkantoren van hun leveranciers in het Verre Oosten, maar heel veel orders worden uitbesteed. In zo’n labyrint te weten komen wie je kleding precies maakt, is niet zo eenvoudig.’

Zo kwam de Amerikaanse keten Gap vorige maand negatief in het nieuws toen in een sweatshop van een Indiase onderaannemer kinderen in miserabele omstandigheden 16 uur per dag bleken te moeten werken, vaak onbetaald. Kledinggigant H & M werd vorige week nog door het Zweedse actualiteitenprogramma Agenda beschuldigd van het verkopen van kleding die gemaakt is van katoen dat geplukt is door onderbetaalde kinderen in Oezbekistan. H & M zei in een reactie dat het ‘onmogelijk is besmet katoen helemaal uit te bannen’.

‘Expresso had ook geen idee, de kledingindustrie is zeer ondoorzichtig’, zegt Steen. ‘Bij die onderaannemers langsgaan was een echte eyeopener. De omstandigheden zijn veel primitiever, er is niets geregistreerd.’

Sinds de komst van Steen is haar werkgever lid van de Fairwear Foundation, een organisatie van 34 kledingbedrijven die de productie op sociaal vlak en qua arbeidsomstandigheden ter plaatse streng controleren. 5 procent van de collectie wordt intussen gemaakt van biokatoen, dat is 30 à 40 procent van alle gebruikte katoen. Drie procent van de winst van Expresso gaat naar een stichting, alle kleerhangers en plasticfolies worden via een door Steen opgezet systeem gerecycleerd.

Haar eigen kleerkast? Die bestaat ‘natuurlijk’ voor driekwart uit zelf ontworpen spullen en dingen van Expresso. ‘Ik heb onlangs over vegasneakers gehoord, die wil ik nog kopen. Maar verder heb ik ook heel wat H & M’tjes en Zara-dingen hoor. Eigenlijk ben ik een modemeisje dat met de trends wil meegaan, en dat moet kunnen ook. Al vraag ik steeds vaker in winkels of ze ook iets van biologisch katoen hebben, om het personeel bewuster te maken.’

Niet dat je ‘enorm spastisch’ moet gaan leven, benadrukt Steen. ‘Af en toe een duurzaam shirtje kopen, of een website bezoeken, is al een begin. Je kan heel leuk op hoge hakken naar een feestje in een jurkje van biologisch katoen.’ *

Dit artikel is het tweede in een reeks over praktisch idealisme. Over twee weken: vervoer. Reacties kun je mailen naar banen@volkskrant.nl.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden