Columnkoen haegens

Fantoomgroei? Ook de journalistiek treft blaam

Koen Haegens Beeld VK
Koen HaegensBeeld VK

Is deze krant objectief? Lezers zullen aanvoeren dat dat onmogelijk is. Of ze wijzen op de politieke voorkeuren die door sommige artikelen heen sijpelen. Maar er is nog iets anders. Toen ik dit weekeinde Fantoomgroei uitlas, de bestseller waarin Sander Heijne en Hendrik Noten al dan niet terecht betogen dat we ‘steeds harder werken voor steeds minder’, bleef ik met de vraag zitten wat ik zelf heb bijgedragen aan de achterblijvende lonen.

Op het eerste gezicht treft journalisten niet heel veel blaam. Tot de kredietcrisis van 2008 praatte menigeen de politici of economen na die beweren dat loonmatiging en flexibilisering onvermijdelijk zijn. Sinds mijn beroepsgroep aan den lijve heeft ondervonden wat tijdelijke contracten of een overname door private equity betekenen, is de toon een stuk kritischer.

Maar er is ook nog zoiets als een ‘diepere’, vaak onbewuste framing. Dan gaat het bijvoorbeeld om de wijze waarop wij de lezer aanspreken. Tijdens mijn eerste journalistieke stage bij het AD moesten alle ballen op de consument. Dat was een reactie op kranten als NRC of op De Financiële Telegraaf. Die leken in die tijd meer te schrijven met de belegger of de hogere regionen van het bedrijfsleven in het achterhoofd.

Zulke rollen maken nogal wat uit. Voor een aandeelhouder is het dividend dat een bedrijf uitkeert belangrijk. De meeste consumenten willen goede en goedkope spullen. Heel begrijpelijk, maar het zijn deelbelangen. Als werkenden zouden we misschien vaste contracten belangrijker vinden. Als inwoner van Nederland schone lucht.

Voor wie de krant de schrijft, kortom, is ideologisch. Dat geldt nog meer voor de keuze óver wie de economische journalistiek bericht. Ik heb het niet geteld, maar mijn sterke indruk is dat het perspectief van de bestuurskamer dominanter is geworden. Met de CEO als een soort voetbalcoach of sterspeler van wie alles afhangt. Inclusief transfernieuws en analyses van winnaars en verliezers.

Die trend is begrijpelijk, want goede journalistieke verhalen hebben een hoofdpersoon nodig. En aangezien een leger voorlichters de rest van een onderneming afschermt voor de buitenwereld, kom ik als verslaggever met chronisch tijdgebrek al snel uit bij de top. Maar doet dat recht aan de economische werkelijkheid?

Ik vrees van niet. Eén gevolg van die personalisering is dat mensen steeds meer moeite hebben om in systemen te denken. Het is veel makkelijker om oud-ING-topman Ralph Hamers als een held of schurk te zien, dan de complexe optelsom van financiële prikkels en belangen na te lopen die maakt dat banken te weinig deden tegen witwassen.

Misschien nog wel een groter probleem is dat op deze manier de doorslaggevende bijdrage van de werkvloer aan onze welvaart wordt verdoezeld. Bedrijven zijn collectieven. Maar in de journalistiek lijkt het al snel alsof een handvol slimmeriken verantwoordelijk is voor winst en verlies, voor innovatie of stilstand.

Is het dan gek dat die in ruil daarvoor steeds hogere beloningen eisen? Of dat gewone werknemers hun loon amper zien stijgen? Om dat te stoppen is niet zozeer idealisme, als wel meer economisch realisme nodig in de journalistiek.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden