'Extreme armoede zal blijven'

Minder dan 3 procent extreem arme mensen in de wereld, dat lukt niet in 2030. Die doelstelling van de Wereldbank is onhaalbaar, zegt armoede-expert Richard Bluhm.

Een meisje in een sloppenwijk in San Pedro (Ivoorkust). Veel inwoners hoopten werk te krijgen in de cacaostad, maar zijn op zichzelf teruggeworpen. Beeld Daniel Rosenthal
Een meisje in een sloppenwijk in San Pedro (Ivoorkust). Veel inwoners hoopten werk te krijgen in de cacaostad, maar zijn op zichzelf teruggeworpen.Beeld Daniel Rosenthal

Jim Yong Kim denkt dat het kan: de extreme armoede in de wereld afschaffen. We zijn de afgelopen dertig jaar al ver gekomen, zei de president van de Wereldbank in oktober vorig jaar. In een kwart eeuw is het aantal extreem armen immers al met tweederde gedaald. In 1990 moest nog 36 procent van de wereldbevolking rondkomen van 1,25 dollar (1,15 euro) of minder, in 2015 volgens de meest optimistische schatting nog maar 12 procent.

Dit is het moment om door te pakken, vindt Kim. In 2030 moet het te doen zijn: het percentage extreem -armen tot onder de 3 procent terug te brengen.

Maximaal 8 procent

Het is jammer voor Kim, voor de wereld, maar vooral voor de armen zelf: dat gaat niet lukken, zegt armoede-expert Richard Bluhm. Hij promoveerde vorige week aan de Universiteit van Maastricht op een studie naar de ontwikkeling van extreme armoede in de wereld. 'Zelfs in het meest optimistische scenario komen we daar niet aan', zegt hij. Terugdringen tot 8 procent, dat is het maximaal haalbare.

Dat de armoe de laatste decennia zo lekker hard terugliep, is vrijwel geheel toe te schrijven aan de ontwikkeling in twee landen: India en China. Dat succes uit het verleden geeft een garantie voor de toekomst: de daling van de armoede zal vertragen. In 1981 leefde in China ruim 80 procent van de mensen onder de armoedegrens. In 2010 was het iets meer dan 10 procent. Bluhm: 'Er zijn in China en India relatief dus niet veel extreem-armen meer. Zelfs als de economische ontwikkeling zich daar blijft doorzetten, zal het aantal armen steeds trager afnemen.'

Trage daling

In Afrika beneden de Sahara is er de afgelopen decennia gemiddeld weinig vooruitgang geboekt. Zelfs als daar de economische groei de komende decennia verdubbelt, zal wereldwijd de daling van het aantal armen toch veel trager gaan. Dat komt doordat de Afrikaanse armen vaak veel armer zijn dan de Aziatische.

Zelfs als de groei in die landen op pijl blijft en ten goede komt van de armsten, zal het nog vele jaren duren voordat zij ook maar in de buurt van die 1,25 dollar per dag komen.

Als de Wereldbank vasthoudt aan haar beleid zal dat falen, en dat is natuurlijk vervelend. Bluhm vindt dat de Wereldbank haar grens voor extreme armoede moet optrekken van 1,25 dollar per dan naar 2 dollar. 'Dat is nog altijd een inkomen dat we niet riant kunnen vinden. Als we dat doen, hebben we veel meer extreem-armen en dan kunnen we de komende jaren dat cijfer weer mooi zien dalen.'

Bovendien, zegt hij, wordt die grens van 1,25 dollar per dag langzamerhand irrelevant. Met uitzondering van Afrika bezuiden de Sahara is dat inkomen in de meeste landen voor veruit de meeste mensen wel bereikt. Een beleid om inkomens op te trekken naar 1,25 dollar heeft voor hen dus geen nut meer.

Verleden

Bluhm onderzocht niet alleen de toekomst van de armoede, ook het verleden. Welke factoren zijn van invloed op perioden van economische neergang? Want als een land die weet te vermijden, of perioden van neergang kort weet te houden, dan groeit het over een langere termijn meer.

Crises vermijden lijkt een mooie strategie, maar volgens Bluhm is dat vrijwel niet te doen. Er zijn zoveel aanleidingen die een krimp van de economie kunnen veroorzaken. Eén factor helpt overigens wel iets: landen met een open economie hebben minder kans op recessies. Tenminste, als ze ook een ondergewaardeerde munt hebben.

Interessanter is wat hij vond over de duur van krimpperioden. Daar spelen heel andere factoren een rol. Neergang duurt het langst in landen die etnisch verdeeld zijn en waar de regeringsmacht nauwelijks beperkt is. Dat zijn twee factoren waar Aziatische landen veel beter scoren dan Afrikaanse, zegt Bluhm. Afrikaanse landen zijn vaak etnisch extreem verdeeld. Bijna altijd is er één groep die de boventoon voert. 'Als de regering zich dan niet inhoudt, zal een groot deel van de bevolking die regering nooit vertrouwen. En dat betekent dat er geen samenwerking komt.'

Goed bestuur

Hij haalt Togo aan als duister voorbeeld. Het land is etnisch sterk verdeeld en de grootste bevolkingsgroep, de Ewe, werd tientallen jaren buiten de macht gehouden door semi-dictator Gnassingbé Eyadéma. Patent recept voor problemen, en die heeft Togo gekregen. Het land had in de periode die Bluhm bestudeerde, van 1951 tot 2007, maar één periode van economische krimp, maar die duurde dan ook van 1971 tot 2008, 29 jaar dus. In die periode daalde het nationaal inkomen (bbp) per hoofd van de bevolking maar liefst met 54 procent.

De Centraal Afrikaanse Republiek deed het niet veel beter: 27 jaar van krimp, met een daling van 46 procent van het bbp per hoofd.

Dus arme landen die niet willen krimpen, doen er goed aan een goed bestuur te hebben dat met zijn tengels af blijft van andermans eigendommen. Simpel, maar wat heb je aan zo'n advies? Bluhm: 'Uit onze bevindingen blijkt hoe belangrijk het is om goede instituties te hebben. Om een systeem te hebben waarmee etnisch wantrouwen kan worden vermeden. Daar zou het beleid op moeten inspelen.'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden