Export van tweedehands kleding wordt steeds minder rendabel, maar 'we moeten toch echt wat met die textielbende'

Rwanda en andere Afrikaanse landen sluiten hun grenzen voor afdankertjes uit Nederland. In Wormerveer hebben handelaren in tweedehands textiel daar wel begrip voor. Ze zoeken naar alternatieven. ‘Over twintig jaar is er geen tweedehands markt in Afrika meer.’ 

Textielsorteerbedrijf Wieland in Wormerveer Foto Guus Dubbelman / De Volkskrant

Een spijkerbroek zwiert een bak in, een bloes belandt in de bak ernaast. Zes vrouwen, van een mix aan nationaliteiten, mikken geroutineerd kledingstukken op soort in vijftig bakken. Gescheurd spul wordt opzij gelegd. Een kleurige knuffelbeer heeft nog geen bestemming. Textielsorteerder en handelaar Wieland Textiles uit Wormerveer heeft vooral vrouwen in dienst, zegt directeur Hans Bon. ‘Zij hebben gevoel voor mode en wat herdraagbaar is. Sorteren is een vak.’

‘Zie je die blonde dame daar?’ Bon wijst op een vrouw aan de overzijde van de grote loods, verscholen tussen grote zakken textiel. ‘Die staat de hele dag broeken te sorteren tot op ik weet niet hoeveel soorten.’ Hoog in een andere hoek zoeken de schoensorteerders paren bij elkaar. Weer een ander naait automatisch de kledingzakken dicht. Ieder heeft zijn specialisme bij Wieland, er wordt gesorteerd op kwaliteit, mode, seizoen en specifieke eisen van de diverse afzetmarkten in vooral Afrika en Oost-Europa. Beneden draaien twee grote drogers een was. ‘In die slecht onderhouden textielcontainers zit veel nat textiel. Bon: ‘Zonde om te verbranden, komt nog mooie kleding uit.’

8 miljoen kilo

Het is letterlijk bergen werk verzetten bij het Zaanse bedrijf. Jaarlijks sorteert Wieland, 65 man personeel, 7 tot 8 miljoen kilo tweedehands textiel uit tot zo’n driehonderd artikelen. De gemeentelijke textielcontainers, afdankertjes van de kringloop of het Leger des Heils – ‘alle rommel komt hier’, zegt Bon. Inclusief een hoop huishoudelijk afval. ‘Keukentroep, natte viezigheid, mensen gooien alles in de textielbak, omdat die open is.’ Een grote vrachtwagen vol zakken rijdt net aan, wordt buiten vol en leeg gewogen en kiepert tussendoor een berg textiel op een lopende band. Een jongen met pet filtert er afval uit, inclusief kussens en dekbedden, dat met een heftruck wordt afgevoerd.

Textielsorteerbedrijf Wieland in Wormerveer Foto Guus Dubbelman / De Volkskrant

Ongeveer de helft van wat er binnenkomt is herdraagbare kleding, vertelt Bon bij stapels zakken geperste kleding, bestemd voor Afrika. Kinderkleding, broeken, er staat precies op wat erin zit. ‘Topkwaliteit’, zegt Bon. ‘De tijd dat we onze meuk gewoon zo naar Afrika stuurden is voorbij. En in Wit-Rusland willen ze ook niets dragen wat al drie jaar uit de mode is.’ De markten worden steeds kritischer, aldus de handelaar. ‘Je moet de mode kennen.’ Ter illustratie plukt Bon ‘een best leuk vestje’, met streep, uit een grote bak met truien. ‘Helemaal heel, maar er is geen markt voor. Het sterft van de truien in deze wereld.’ Tegelijkertijd neemt de kwaliteit van tweedehands kleding en daarmee het herdraagbare deel af, constateert Bon. ‘Dankzij de Primarks en Zara’s met hun spullen van 2 euro.’

Zo’n 10 procent van wat niet herdraagbaar is, wordt bij Wieland in pakketjes geperst om in Hongarije te worden versneden tot poetslap, ‘voor garages en olieplatforms’. Een ander deel verdwijnt als duurzaam isolatiemateriaal ‘in de muren’ of wordt als vulmiddel verwerkt in auto’s en matrassen. ‘Allemaal laagwaardige toepassingen’, waar Bon vanaf wil, want dat is ‘commercieel minder interessant.’ Ja, er zijn ontwerpers die er mooie tassen van maken. ‘Maar gezien de volumes aan textiel die we binnenkrijgen, blijft dat een niche.’

Importban

De meeste van de herdraagbare kleding gaat naar Afrika en Oost-Europa. Maar hoe lang nog, is de vraag. In 2016 besloot de Oost-Afrikaanse economische gemeenschap (EAC) tot een ban op de import van tweedehands kleding per 2019. Een land als Rwanda, zo meldde de Volkskrant op woensdag 2 mei, heeft importtarieven om zijn eigen kledingindustrie te helpen. Kenia neemt soortgelijke maatregelen. Tot groot ongenoegen van grote exporteurs als de Verenigde Staten, die met sancties hebben gedreigd. Komt allemaal door China, denkt Bon. ‘Dat wil in ruil voor hun investeringen in havens, spoorlijnen en wegen in Afrika een afzetmarkt voor hun kleding. En ja, dan zit onze tweedehands kleding in de weg.’

Textielsorteerbedrijf Wieland in Wormerveer Foto Guus Dubbelman / De Volkskrant

De Zaanse handelaar gelooft niet dat het zo’n vaart zal lopen. Toch houdt hij rekening met een ban in de toekomst. ‘Over twintig jaar is er geen tweedehands markt in Afrika meer.’ Nu al verhogen de landen daar geleidelijk aan hun invoerrechten. Een container kleding naar Kenia verschepen kost het dubbele van wat Bon er vroeger voor betaalde. Dat maakt export steeds minder rendabel voor textielhandelaren als hij. Ook doordat de concurrentie groot is en de marges kleiner worden. ‘En ik moet mee in die achterlijke marktprijs.’ Bon snapt de Afrikanen en Oekraïners wel, maar voorziet een ‘ecologische ramp’ als alles wat ze daar dragen ook allemaal nieuw geproduceerd moet worden. ‘Want het is giga wat daarheen verscheept wordt.’ Wereldwijd gaat er naar schatting 4 miljard dollar om in de tweedehands kledinghandel.

‘We moeten wat met die bende’, aldus Bon. ‘We willen minder verbranden, meer scheiden, maar wat gaan we er dan mee doen?’ Nieuwe recyclingtechnieken zijn in ontwikkeling, maar dat gaat hem niet snel genoeg. Zelf lanceerde Wieland begin dit jaar een nieuwe detectiemachine, om nog meer waardevolle vezels uit gebruikt textiel te herwinnen. ‘Zelf bedacht, negen jaar aan gewerkt’, zegt Bon niet zonder trots bij het apparaat dat nog in de testfase zit. Infrarood en software meet de kleur en samenstelling van een kledingstuk. Vijftien verschillende materialen en blends, van onder meer katoen, acryl, viscose of polyester, kunnen worden gemeten en afgeblazen. ‘En weer in de markt gezet om er wat nieuws van te maken.’ Want het liefst ziet Bon dat een oude broek of trui ‘tot op de vezel uit elkaar wordt gehaald’, en weer wordt ‘gesponnen tot iets nieuws’.

'Halvezool'

Iedereen moet zijn verantwoordelijkheid nemen, vindt Bon, staande bij zijn vitrine vol kleurige pumps die hij de afgelopen jaren zelf uit de kledingbergen viste. De grote kledingfabrikanten, ‘die al die bende in de markt zetten’, voorop. Ze zouden hergebruikte vezels moeten afnemen en verwerken in nieuwe kleding. Ook zijn eigen branche moet innoveren, ‘maar steekt de kop in het zand’. Bon: ‘Ik word voor halvezool versleten dat ik hierin investeer, maar ze komen van Japan tot de Verenigde Staten kijken wat we hier verzinnen. Want iedereen weet dat het zo niet langer kan, dat we iets met die textielbende moeten.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.