Ex-voetballers belanden in zwart gat

Tegen profvoetballers wordt opgekeken. Het is voor hen moeilijk toe te geven: 'ik ben werkloos’.

Van onze verslaggeefsters Sara Berkeljon en Elsbeth Stoker

Jaarlijks verliezen zo’n 150 voetballers hun baan. Sommigen komen goed terecht, zegt Danny Hesp, oud-prof en voorzitter van voetballersvakbond VVCS. Zo heb je Benny Dekker met zijn kledingmerk Vingino en Hans van Breukelen, directeur van een consultancybureau. Anderen eindigen met een uitkering. ‘Veel jongens komen in financiële en emotionele problemen. Ze kunnen niet omschakelen naar de nieuwe werkelijkheid.’

Werkloze profs kunnen vanaf deze maand terecht bij een speciaal reïntegratietraject, bedacht door Sport United en VVCS. Het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) ondersteunt het project. Gisteren ondertekenden de partijen een overeenkomst om jaarlijks vijftig oud-profs aan het werk te helpen. Inmiddels hebben zich er dertig gemeld.

Hesp is na zijn carrière bij onder andere Ajax en RBC Roosendaal ‘makkelijk in de normale wereld gerold’. ‘Maar voor velen is het lastig de voetbalcultuur los te laten. Ze zijn niet gewend aan werktijden van 9 tot 5, ze leefden van wedstrijd naar wedstrijd.’

Veruit de meeste profvoetballers kunnen het zich niet veroorloven na hun sportcarrière te gaan rentenieren. Topspelers verdienen misschien twee miljoen per jaar, maar in de eerste divisie is het maximum zo’n 50 duizend euro, aldus Hesp. ‘Het gros verdient niet veel meer dan het minimumloon.’

Bij het zoeken naar ‘normaal werk’ speelt het opleidingsniveau en gebrek aan werkervaring veel ex-profs parten. Pol: ‘De meesten zeggen: ik kan niks anders. Wij helpen ze ontdekken dat dat niet zo is. Het risico bestaat dat oud-profs, zeker als ze door een blessure moeten stoppen, in een zwart gat vallen. Psychisch is het een groot obstakel je neer te leggen bij het einde van een voetbalcarrière.’

Een programma als dit is dus hard nodig, aldus Pol. Er is al wel een sollicitatietraining, maar dat houdt volgens haar niet meer in dan ‘het invullen van WW-formulieren’. De ex-profs krijgen een jaar de tijd voor hun banenjacht, terwijl het CWI werkzoekenden normaliter een half jaar geeft. ‘Vanaf je achtste droom je om stervoetballer te worden. Als het niet lukt, heb je even tijd nodig om dat te accepteren’, aldus Farzad Lajmiri van het CWI.

Wat hem betreft beperkt het project zich niet tot voetballers. Het CWI overlegt inmiddels ook met sportkoepel NOC*NSF om andere ex-topsporters aan werk te helpen. Lajmiri: ‘Ik verwacht dat het bij sommigen van hen makkelijker gaat dan bij de oud-voetballers. Ze zijn vaker goed opgeleid, en bovendien verdienden ze met sporten vaak te weinig om rond te komen. Hierdoor hebben ze bijbaantjes gehad en ervaring opgedaan.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden