Europese Unie is medeschuldig aan eventuele handelsoorlog met Trump

Vandaag besluit president Trump over de heffing op staalimporten uit de EU. Na een conflict met China dreigt hij ook een handelsoorlog met Europa te ontketenen. Toch is de EU verre van onschuldig.

Een medewerker inspecteert de staalproductie in een fabriek in Dangjin, Zuid-Korea. Foto EPA

‘Het belangrijkste verschil tussen het protectionisme van Donald Trump en dat van andere leiders is dat Trump het van de daken schreeuwt en de anderen het stiekem doen, terwijl ze publiekelijk de vrijhandel prediken’, zegt Simon Evenett, hoogleraar internationale handel aan de universiteit van Sankt Gallen en onderzoeker van Global Trade Alert in Londen.

Na de kredietcrisis beloofden de G20-landen plechtig dat zij niet zouden vervallen in protectionisme. In de jaren dertig was die politieke reflex een van de oorzaken van de Grote Depressie. Dat nooit weer dus. Als extra stok achter de deur werd in juni 2009 een speciale waakhond opgericht, Global Trade Alert, die zorgvuldig alle nieuwe handelsbelemmeringen zou registreren.

Tien jaar later blijken de G20-landen 10.056 nieuwe handelsbarrières te hebben opgeworpen. Elke dag drie. ‘We zijn niet kinderachtig en we hebben ook de handelsbarrières geteld die zijn afgebroken. Dat zijn er 3567. Elke dag één’, zegt Evenett. Landen zijn dus ondanks hun goede voornemens protectionistischer geworden. Ze schermen hun markten steeds meer af. Op het dieptepunt van de crisis in 2009 groeide het aantal handelsbarrières explosief, in weerwil van de beloftes daarvan af te zien. In 2010 en 2011 daalde dat aantal weer. Maar sinds 2012 neemt het aantal handelsbelemmeringen wereldwijd elk jaar weer toe, hoewel de economie sindsdien herstellende is. De grootste boosdoeners zijn niet de Amerikanen, maar de EU-landen: zij hebben 1.588 nieuwe handelsbarrières opgeworpen.

Aantallen zeggen niet alles

Maar nu lijken de handelsbelemmeringen te escaleren in handelsoorlogen. Na China zal de VS mogelijk vandaag de EU de handelsoorlog verklaren. De drie M’s (Merkel, May en Macron) die met tegenmaatregelen dreigen als Trump niet terugkrabbelt, kunnen hun handen niet in onschuld wassen. Aantallen zeggen echter niet alles. Evenett: ‘Als je kijkt naar het effect van de protectionistische maatregelen, dan staat China bovenaan, vooral door subsidiëring (staal, zonnecellen) van de export.’

7 juli 2017. Merkel (links), Trump (midden) en Macron (rechts) tijdens de G20-top in Hamburg. Foto AP

Het overzicht van Global Trade Alert is niet volledig. Veel Aziatische landen weten hun handelsbelemmeringen handig te verdoezelen. Zo stellen ze aan buitenlandse producten soms de meest bizarre veiligheidseisen, die export naar dat land vrijwel onmogelijk maken. Zuid-Korea schaart passers bijvoorbeeld onder de categorie ‘kinderspeelgoed’. Daardoor mogen ze niet geïmporteerd worden omdat passers scherp en dus onveilig voor kinderen zijn.

Een onderzoeksteam van de Rotterdam School of Management dat elk jaar de concurrentiekracht van landen meet, vond dat landen nu 5,4 procent minder open staan voor internationale handel dan in 2008. Teamleider en hoogleraar Ondernemingsbeleid Henk Volberda: ‘Vooral China en de Europese Unie zijn minder open geworden, terwijl dat voor de VS wel meevalt. Wel moet erbij gezegd worden dat het Trump-effect in deze berekeningen nog niet is meegenomen.’

'Economisch wangedrag'

Dat Trump nu als eerste de vrijhandel frustreert is in elk geval een illusie. Elk land en elk handelsblok kent een wirwar van invoerbeperkende maatregelen. Amerikanen en Japanners kunnen met recht klagen over de Europeanen. Zo heft de EU een importtarief van 10 procent op Amerikaanse personenauto’s. Daar staat een Amerikaans importtarief van 2,5 procent op Europese personenauto’s tegenover. Maar Europese pick-uptrucks worden bij import in de VS belast met een heffing van 25 procent. Japan rekent geen importheffing op personenauto‘s, maar heeft via dealerschappen de eigen markt zo afgeschermd dat Japanners amper buitenlandse auto’s kopen.

Vanuit het idee dat landen die met elkaar handelen elkaar minder snel de oorlog zullen verklaren, kregen de voorstanders van handelsliberalisatie na de Tweede Wereldoorlog de wind in de rug. Tussen 1960 en 2007 nam het aandeel van internationale handel in de wereldeconomie toe van 25 toe tot 60 procent. De handel groeide elk jaar gemiddeld twee keer zo hard als de mondiale economie. Na de kredietcrisis veranderde dat. Protectionisme heeft de groei van de wereldhandel sindsdien al met enkele procentpunten afgeremd, zo rekende het IMF eerder voor. IMF-directeur Christine Lagarde noemde de nieuwe handelsbarrières in de wereld een vorm van 'economisch wangedrag'. 'Het leidt tot minder groei, minder banen en lagere lonen', zei ze. 'Vooral voor het armere deel van de bevolking.’

Volberda zegt dat de terugval van de internationale handel niet alleen wordt veroorzaakt door protectionisme. Er zijn ook conjuncturele en structurele oorzaken. Door de eurocrisis nam de handel binnen de interne markt met een derde af. Sommige producten kunnen dankzij automatisering weer in hoge lonenlanden, dichtbij de afzetmarkt, geproduceerd worden. Maar protectionisme is zeker debet aan de terugloop van de wereldhandel. Volberda: 'Het politieke sentiment om een land af te schermen van buitenlandse concurrentie zodat binnenlandse werknemers hun baan behouden heeft averechtse effecten: minder nieuwe bedrijvigheid, minder banencreatie, minder innovatie en uiteindelijk minder economische groei.’ Werknemers in westerse economieën vinden dat zij onvoldoende profiteren van de mondialisering, zegt Andrew Brigden, hoofdeconoom van Fathom consultancy in Londen. ‘Daarom stemmen ze op politieke partijen die tegen de globalisering ageren.’ Brigden kan zich voorstellen dat werknemers denken dat ze baat hebben bij het weren van buitenlandse importen. Niet helemaal onterecht: ‘Mogelijk zouden werknemers een groter deel van de economische koek krijgen als de buitenlandse concurrentie vermindert. Maar de omvang van die koek, de economie, neemt dan wel af. De werknemers krijgen dus een groter deel van een veel kleinere taart.’ Volberda valt hem bij. ‘Open economieën groeien sneller omdat ze innovatiever zijn en door buitenlandse concurrenten scherp worden gehouden.’

Trump is volgens Evenett de eerste leider van een groot handelsblok die protectionisme echt tot beleid verheft. ‘Zijn voorgangers Bush en Obama hebben weliswaar talrijke handelsbelemmeringen ingevoerd, maar die waren in principe altijd tijdelijk. Bij Trump lijkt dat niet zo te zijn.’ Andrew Brigden troost zich met de gedachte dat Trump in eigen land op groeiend verzet stuit. ‘Hij roept dat hij de Amerikaanse arbeiders met protectionistische maatregelen wil helpen. Maar hij zal ook rekening moeten houden met de Amerikaanse zakenwereld. En hij is gefixeerd op de koersen op Wall Street. Beleggers willen geen protectionisme. Hopelijk kunnen zij ervoor zorgen dat hij niet te ver gaat.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.