Eten genoeg voor 24 miljard monden

Duizenden doden, wereldwijde onlusten, misschien zelfs oorlogen. Het was een inktzwart scenario dat Dominique Strauss-Kahn, de directeur van het Internationaal Monetair Fonds, vorig weekend schetste voor de de internationale pers.

Nieuw is dat doemscenario niet, toont de Amerikaanse historicus Warren Belasco in zijn vorig jaar verschenen boek Meals to Come. A History of the Future of Food. De angst voor voedseltekorten is zo diep geworteld in onze cultuur, dat ieder decennium wel iemand roept dat we nu echt de grenzen van de bevolking hebben bereikt.

De toon werd in de 19de eeuw gezet door Thomas Malthus, de Britse econoom die waarschuwde dat de graanproductie de bevolkingsgroei op geen stukken na zou kunnen bijhouden. Toen de afgelopen maanden wereldwijd mensen hongerig de straat opgingen, stoften veel commentatoren Malthus’ ideeën maar weer eens af.

Maar kloppen ze wel? Nee, roepen landbouweconomen in koor. ‘Er is geen enkele reden om Malthusiaanse doemscenario’s uit de kast te halen’, zegt Niek Koning, landbouweconoom aan Wageningen Universiteit. ‘Ook niet nu Chinezen opeens varkensvlees en zuivel gaan consumeren. In de rijke landen zag je dezelfde ontwikkeling in de jaren zestig, en toen kon de voedselproductie dat ook makkelijk bijhouden.’

‘De huidige schaarste is niet structureel. Er zit veel emotie in de markt’, beweert Paul Braks, grondstoffenanalist bij de Rabobank. En Michiel Keyzer, hoogleraar economie en directeur van de Stichting Onderzoek Wereldvoedselvoorziening aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, relativeert: ‘Die extreem hoge prijzen van het moment zijn een kortetermijnverschijnsel.’

Met een tekort aan voedsel of een teveel aan monden heeft de huidige crisis dus weinig te maken. De schaarste wordt veroorzaakt door een ongelukkige samenloop van misoogsten en verkeerd beleid. ‘Vroeger was het streven in westerse landen om de landbouwmarkten te stabiliseren. Dat deden overheden door buffervoorraden aan te leggen en door beheersing van het aanbod’, zegt Koning. ‘Maar in de Wereldhandelsorganisatie hebben we afgesproken de markten niet meer te steunen. De buffervoorraden zijn er niet meer. Als er nu droogte is in bijvoorbeeld Australië, stijgen de prijzen onmiddellijk.’

Maar nu is de markt ‘verziekt’, zegt Keyzer, doordat Europa en de Verenigde Staten oliemaatschappijen verplichten biobrandstoffen bij te mengen en de productie ervan subsidiëren. Dat legt een fors beslag op voedsel: Europa stopt 68 procent van zijn oliehoudende zaden (vooral koolzaad) in biodiesel, de Verenigde Staten 20 procent van de maïsproductie in ethanol. ‘Als je die bijmengverplichting loslaat, gaan boeren weer meer voor de voedselmarkt en minder voor biobrandstoffen produceren. De voedselprijzen zullen dan dalen.’

De prijsgolf die de opkomst van biobrandstof veroorzaakte, is verder uitvergroot door de kredietcrisis, zegt Keyzer. Veel beleggers hebben hun geld teruggetrokken uit de financiële markten en zien de landbouwmarkten, die door de kredietcrisis niet zijn geraakt, nu als een ‘veilige haven.’

Verkeerde reacties van regeringen in rijst- en tarwe-exporterende landen zoals Argentinië, Vietnam, India of China doen de rest. Om de bevolking tevreden te houden, legden zij de voedselexport aan banden. China doet dat omdat de inflatiegolf van de tweede helft van de jaren tachtig, die bijdroeg aan de volksopstand van 1989, nog vers in het geheugen ligt. Maar met hun maatregelen creëerden die landen paniek. Buurlanden werden bang dat ze niet genoeg eten kunnen binnenhengelen.

Onterecht, denken de landbouweconomen. Door de hoge prijzen zullen boeren wereldwijd immers snel meer gaan produceren. ‘Dat kan op twee manieren’, legt Braks van de Rabobank uit. ‘In Brazilië en de voormalige Sovjet-Unie kunnen tientallen miljoenen hectaren grond in gebruik worden genomen.’ Op veel van die grond werden in het verleden al gewassen verbouwd, toen de Sovjet-Unie nog de graanschuur van de wereld was. ‘Die grond kan dus snel weer worden gebruikt.’

Het aanbod kan ook omhoog door meer maïs, tarwe of graan van dezelfde hoeveelheid land te halen. Door lage prijzen, drie decennia lang, hadden boeren geen prikkel om de opbrengst te verhogen. In nieuwe machines of landbouwtechnieken werd dan ook nauwelijks geïnvesteerd. Braks: ‘In de voormalige Sovjet-Unie is de opbrengst graan per hectare bijvoorbeeld 2 ton, tegen 8 ton in Nederland of Frankrijk.’ Simpele oplossingen als de aanschaf van goede zaden kunnen een deel van het werk doen. ‘Dus niet zoals in Polen, waar boeren nu een deel van de graanoogst achterhouden om voor het jaar erop in te zaaien.’

Koning schat dat boeren door betere technologie en de ingebruikname van meer land tegen 2050 genoeg voedsel produceren om 16 tot 24 miljard mensen te eten te geven. Meer dan genoeg dus om de 6,5 tot 9 miljard monden te voeden die de wereld tegen die tijd telt.

Eind goed al goed? Nee, want op korte termijn wordt er wel degelijk honger geleden in veel ontwikkelingslanden. ‘Nu kun je niet anders dan ad-hoc-beleid voeren voor arme voedselimporterende landen, bijvoorbeeld via het World Food Program’, zegt Koning. Keyzer vindt dat deze landen ruimhartig inkomenssteun moeten krijgen van het Internationaal Monetair Fonds. ‘De 800 miljoen dollar voor de landbouwsector waar de Wereldbank vorig weekend mee kwam, is echt een schijntje.’

En ook op lange termijn is er werk aan de winkel. ‘Vooral de armen en de natuur zullen bescherming nodig hebben’, zegt Keyzer, in de jaren zeventig werkzaam voor de Club van Rome. Die waarschuwde indertijd dat de grenzen aan economische groei in aantocht waren en de grondstoffenvoorraden dreigden op te raken. Volgens hem zal ‘een enorme druk’ ontstaan op het land dat nog beschikbaar is, zeker als honderden miljoenen Indiërs en Chinezen niet alleen vlees gaan eten, maar ook steeds meer gaan reizen. De energie die daarvoor nodig is, zal een groot beslag leggen op het nog beschikbare land.

‘Wat je zult zien, zijn sprinkhaan-achtige operaties waarbij grote stukken land in korte tijd kaal worden geplukt. Door de hoge energieprijzen zal ieder houtje weer geld waard worden. Armen voor wie andere brandstoffen te duur worden, zullen weer op allerlei smerige troep gaan koken.’

Bovendien gaan de voedselmarkten zonder nieuw overheidsbeleid wispelturige tijden tegemoet. Stabiliserende mechanismen zoals buffervoorraden van de overheid of regulering van het landbouwaanbod zijn er immers niet meer. De vrije markt moet het alleen opknappen. Dat betekent dat ieder hobbeltje in de vraag of het aanbod sterk gevoeld wordt, als een auto die zonder schokdempers over een landweg rijdt.

Vandaar dat er al weer terugverlangd wordt naar het Europese landbouwbeleid dat tot voor kort zo verfoeid werd. Landbouweconoom Koning ziet bijvoorbeeld wel iets in ‘regulering van het aanbod’, bijvoorbeeld door middel van handelsquota voor de grote exportlanden, of, als de vraag dreigt te exploderen, een extra belasting op biobrandstoffen. ‘Vooruitziend beleid’, noemt Koning dat. Heel wat beter dan het ‘Malthusiaans geklaag’ dat nu klinkt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden