Reportage Estland draait op hout

Estland bestaat voor meer dan de helft uit bos, maar voor hoelang nog?

Waar bomen worden gekapt, verschijnen snel nieuwe. Beeld Marlena Waldthausen

Ondanks houtwinning blijft het bos in Estland maar uitdijen. Lucratief voor de export. Maar met de steeds verder oplaaiende discussie over hout als energiebron, lijkt een kentering onvermijdelijk. Ook vanuit Estland zelf klinkt kritiek.

In het gehucht Osula, in het zuidoosten van Estland, staat een van Graanuls twaalf fabrieken, midden in een eindeloos leeg land met veel bos en af en toe wat akkers of weilanden. Vanaf het gehucht met een paar honderd mensen in huurkazernes is de fabriek makkelijk te vinden. Ze hangt vast onder de dikke rookwolk, die op een dag als vandaag versmelt met de laaghangende bewolking.

Raul Kirjanen, meerderheidsaandeelhouder en directeur van Graanul, leidt zelf zijn bezoekers rond. ‘Ach’, zegt hij, ‘we zijn maar een klein bedrijf.’ Tijdens de rondleiding van drie kwartier door dikke harsgeur komen we alleen mensen tegen die voor computerschermen zitten. ‘We hebben de productie heel sterk geautomatiseerd’, zegt Kirjanen. ‘We moeten wel, want personeel is moeilijk te krijgen. Dit deel van het land heeft veel last van ontvolking.’

Bevolking en bebossing hangen nauw samen in dit gebied. Waar de bevolking wegtrekt, rukt het bos op. In 1921 was 20 procent van Estland bedekt met bos, tegenwoordig al 53 procent. ‘Als een landeigenaar hier wegtrekt, staat er binnen vijftien jaar bos. De geschiedenis van Estland is de geschiedenis van strijd tegen oprukkend bos.’

Lucratief zaagsel

Kirjanens eigen carrière begon niet in het bos. Tot 2003 was hij advocaat, ‘een slechte’. Hij werd ingehuurd voor een juridische kwestie rond een windpark, en zo kwam hij in aanraking met de wereld van de hernieuwbare energie. Daar zag hij mogelijkheden die anderen niet zagen. ‘Zaagsel was een groot probleem. Houtzagerijen wisten door de steeds strengere milieuregels niet meer hoe ze ervan af moesten komen. Ik hoorde van een houtzagerij die dat zaagsel voor veel geld naar Portugal verscheepte, waar het door maneges werd gebruikt.’

Hij zag lucratievere mogelijkheden. Het zaagsel bleek prima geschikt om pellets van te maken, en met pellets opende hij nieuwe, verder weg liggende markten voor het Estlandse brandhout. Zijn fabriek in Osula staat niet toevallig naast een grote houtzagerij. Nog maar zestien jaar is Kirjanen pelletfabrikant, en nu al is hij een van de rijkste mannen van het land, met een geschat vermogen van 212 miljoen euro. Vorig jaar produceerde Graanul 1,76 miljoen ton pellets, een groei van 6 procent.

Estland draait op hout: 17 procent van de export betreft hout en houtproducten. De bedrijfstak is goed voor meer dan 50 duizend banen. In dunbevolkte delen van het land waar weinig werk is, is de branche goed voor een kwart van de banen. Van alle woningen en bedrijven wordt 40 procent verwarmd met hout. Niet met de pellets die Kirjanen in zijn fabriek maakt, maar met simpeler producten zoals houtsnippers. De pellets zijn vrijwel uitsluitend voor de export. De grootste afnemers van Baltische pellets zijn Engeland, Denemarken, Italië en, in toenemende mate, Nederland.

Op de voorgrond herbebossing door Graanul, rechts een ontbost gebied. Beeld Marlena Waldthausen

En daarmee zit Kirjanen in het hart van de steeds verder oplaaiende discussie over hout als energiebron. Hout stoken leek, met het oog op het klimaat, zo’n briljant idee. Voor het klimaat zou het gunstig uitpakken, immers: de CO2 die vrijkomt bij het verbranden van een boom, wordt de komende jaren weer opgenomen door de jonge bomen in het bos. Cirkel gesloten. Vooralsnog is het verstoken van biomassa de enige vorm van hernieuwbare energie die niet afhankelijk is van zoiets wispelturigs als het weer. Geen wonder dat wereldwijd de helft van alle hernieuwbare energie uit biomassa komt.

Weg bos

Maar brandhout heeft ook nadelen. Want waar zijn de bossen gebleven die ooit een groot deel van Europa bedekten? De mens bouwde niet alleen schepen en huizen van hout, maar gebruikte het ook om zich te warmen en voor de productie van ijzer en bakstenen. Gevolg: weg bos. In Europa hield de ontbossing pas op toen steenkool op grote schaal werd gebruikt.

En nu wordt steenkool, omwille van het klimaat, dus weer vervangen door hout. Dat gaat in een behoorlijk tempo. Van alle pellets in de wereld wordt driekwart in de EU verbruikt, en dat gebruik neemt jaarlijks met zo’n 10 procent toe. In 2017 werd volgens het Internationaal Energie Agentschap 22,5 miljoen ton verstookt. In 2025 zal dat ongeveer het dubbele zijn.

De kritiek op het gebruik van hout voor energiedoeleinden zwelt steeds verder aan, in Nederland net zo goed als in Estland. In Nederland schrijven hoogleraren open brieven tegen het gebruik van hout voor energiedoeleinden. In Estland waren er demonstraties tegen het verruimen van de wetten die het kappen in bos reguleren.

Tegenstanders beschuldigen de houtindustrie ervan bomen te kappen speciaal voor de energieopwekking. Niks van waar, zegt Kirjanen. ‘Graanul heeft zelf 50 duizend hectare bos. Als we een boom kappen die naar de houtzagerij kan, gaat hij daarheen. Dat doet elke boseigenaar, want de houtzagerij betaalt veel meer.’

Hij kent de kritiek en is op zijn hoede. Als de fotograaf hem wil portretteren voor een stapel mooie dikke stammetjes, grijpt hij in voor ze kan afdrukken. ‘Als je me hier wilt portretteren, moet er een verhaal bij.’ Hij draait zich om naar de stammetjes en trekt er met duim en wijsvinger wat wit, zacht hout uit. ‘Kijk, ze zien er goed uit, maar de kern is verrot. Daar kan de zagerij niets meer mee.’

Mikado

Later, na een half uurtje rijden, toont hij een plek in een eigen bos waar Graanul net een dunning heeft uitgevoerd. De meeste stammen liggen om, in stukken van drie meter; enkele staan er nog. Kirjanen wijst op een paar gevelde stammen, die als een mikadospel door elkaar liggen: ‘Dat daar is een mooi formaat berk, daar kan misschien zelfs wel multiplex van gemaakt worden. Dat levert hier het meeste op.’ Andere berken zijn te dun, een paar populieren ook: die komen bij Graanul terecht. Een paar fikse stammen van een spar ‘gaan naar de zagerij’, die den daar ook. Maar verderop liggen dunnere en krommere. ‘Misschien is dat nog iets voor de pulpindustrie, anders komen ze bij ons.’

Een dag later en enkele tientallen kilometers verderop beent Siim Kuresoo in hoog tempo door het dichte, druipende bos. Hij is nauwelijks bij te houden, maar wacht af en toe even op zijn volgers, die bukkend voor zwiepende twijgen en struikelend over dode takken in de blubber proberen zijn spoor te houden.

Dan staat hij stil, op een open plek. Hij kijkt vorsend om zich heen, en zegt dan: ‘Dit was tot vorig jaar een bos. Ik ken het nog uit mijn jeugd, toen kwam ik hier ook wel.’ Dan is hij even stil. ‘En kijk nu eens. Wat een ravage.’

Het hele stuk bos is gekapt: een geval van ‘clear cut’. Het is geen groot stuk, misschien twee hectare. Bomen zat in dit land, zou je zeggen, maar Kuresoo zit het niet lekker. ‘Dit was een heel oud bos. Er stonden oude bomen en jonge, er lagen dode stammen. Er stonden berken, sparren, dennen, nog meer soorten. Er groeiden verschillende soorten mos, speciale schimmels. Het is weg.’ Natuurlijk zullen er weer bomen groeien, dat weet hij beter dan wie ook. Je hoeft niet eens te herplanten: elk stuk land in Estland waar je een paar jaar niets aan doet, kan zo overwoekerd zijn door bos. Nou ja, bos: ‘Door bomen. Maar een bos wordt het niet. Het zijn allemaal bomen van dezelfde generatie. Dat wordt een heel andere biotoop dan een echt bos, veel minder rijk. Voordat het weer echt bos is, dat duurt tachtig jaar.’ Hij zucht nog eens diep. ‘Vroeger, als kind, kon ik wel huilen bij zo’n aanblik. Ik heb een dikkere huid gekregen.’

Drogen, malen, persen
Pellets maken van hout is vooral een kwestie van drogen. Vers hout heeft een vochtgehalte van meer dan 30 procent, pellets minder dan 10 procent. Dat drogen gebeurt door verhitting. Het hout wordt gedroogd, gemalen, en vervolgens samengeperst in korrels. Bij gebruik in een elektriciteitscentrale worden de pellets opnieuw gemalen, zodat het hout als stof de centrale in gaat.

Hout wordt bijna alleen tot pellets verwerkt als het over lange afstanden moet worden vervoerd.

Het bos zit hem in de genen. Zijn vader is de oprichter van Estlands grootste organisatie voor natuurbehoud, ELF, en kreeg nog een Nederlandse koninklijke onderscheiding, overhandigd door niemand minder dan prins Bernard. Nu werkt hij, ook alweer jaren, zelf voor het bosfonds.

Met lede ogen ziet hij aan dat de bossen steeds intensiever worden geëxploiteerd. Steeds vaker wordt er gekapt. Ook oude bossen, ook bossen in beschermde gebieden. Illegaal is het niet, maar erg vindt hij het wel.

Meer verdienen met houtkap

De houtpelletindustrie speelt daarin een grote rol, zegt hij. Hij heeft ze zien liggen, de stapels dikke stammen langs de kant van de weg, met daarop de naam Graanul gespoten. Bewijs dat die rechtstreeks tot brandhout werden verwerkt is het niet, geeft hij toe. En als Graanul knalhard ontkent ooit zaagbare stammen te verwerken tot houtpellets, dan zal dat wel zo zijn. Al denkt hij er het zijne van. Maar zelfs dan versnelt Graanul indirect de boskap. ‘Boseigenaren krijgen nu ook geld voor stammetjes die eerder niets opleverden. Dat betekent dat ze meer verdienen aan het kappen van bomen.’

Kuresoo en Kirjanen staan pal tegenover elkaar. Kirjanen wappert met onderzoek waaruit blijkt dat het oppervlak en volume aan bos in Estland nog altijd toenemen, Kuresoo heeft er een waaruit blijkt dat door het kappen binnenkort het bosvolume zal gaan krimpen. Kirjanen zegt dat de bossen groeien omdat eraan verdiend wordt, Kuresoo diept een overheidsrapport op dat stelt dat door de boskap de hoeveelheid in hout opgeslagen CO2 zal gaan afnemen.

Kubieke meter bos
De vliegreizen om dit artikel te maken leverden een uitstoot op van 1.000 kilo CO2, ongeveer de hoeveelheid die opgeslagen zit in een kubieke meter hout. Je hebt een bos nodig van 40 bij 40 meter om in één jaar zo veel hout te laten groeien.

Toch blijkt ook Kuresoo niet faliekant tegen het stoken van hout. Hij doet het zelf. ‘Ik heb een huis gekocht met een hectare bos erbij. Ik kap weleens een boom, ook om te stoken.’ Voor Estland, zegt hij, is hout stoken een uitkomst. ‘De Estlandse regering heeft besloten dat we in 2035 CO2-neutraal zullen zijn. Volgens ons kan dat alleen lukken als we zelf ons hout gebruiken. Met zijn export ontneemt Graanul ons de mogelijkheid in 2035 CO2-neutraal te worden.’

Administratief

Dat komt door het systeem van registratie van biomassa. In CO2-boekhoudingen geldt niet het opstoken als het moment dat hout overgaat in CO2. Dat zou veel te ingewikkeld worden. Je zou dan de levensduur moeten volgen van alle producten die van hout worden gemaakt, en moeten registreren wanneer dat product uiteindelijk in de onvermijdelijke vlammen terechtkomt. Dat is niet te doen, en daarom kiest bijvoorbeeld het IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties, voor een andere methode: het moment dat de zaag in de boom gaat, is het moment dat hij geacht wordt in CO2 op te gaan. Bij verbranden treedt administratief gezien dus geen uitstoot van CO2 op. 

Met merkwaardige gevolgen. Landen die (brand)hout exporteren, hebben administratief een flinke ‘CO2-uitstoot’. Landen zoals Nederland, die afstappen van steenkool en overgaan op hout, stoten volgens natuurwetenschappers daardoor méér CO2 uit. Maar volgens de boekhouding veel minder: immers, het verbranden van steenkool stopt en er komt iets voor in de plaats wat volgens de boekhouding geen uitstoot heeft. Kuresoo: ‘Ik zou al heel blij zijn als landen als Nederland ophield dat stoken van hout te subsidiëren.’

En Kirjanen, hoeveel denkt hij nog te kunnen groeien met zijn pelletfabrieken? ‘In Estland is geen ruimte voor nog meer groei. Maar elders op de wereld is heel veel groeipotentie. In Amerika, maar vooral in Azië. Daar zijn we ook bezig.’

MEER LEZEN

De grootste houtkachel van Nederland

Vattenfall (Nuon) bouwt een superhoutkachel om klimaatneutraal te worden en straks 90 duizend huishoudens te verwarmen. Een stap op weg naar een klimaatneutrale toekomst, zegt het energiebedrijf. Maar het stoken van hout staat steeds meer ter discussie. Is dat wel duurzaam?

Elektriciteitscentrale verruilt steenkool voor hout, maar is dat wel zo duurzaam? 

Sinds twee weken is de Amercentrale bij Geertruidenberg officieel Nederlands eerste elektriciteitscentrale op biomassa. In 1994 gebouwd als kolencentrale draait hij nu verder op houtkorrels, met nog maar 20 procent kolen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden