Er mag wel wat geld bij, vindt uzelf

Nu het economisch beter gaat, neemt de onvrede onder werkenden over hun salaris toe, blijkt uit het Nationaal Salaris Onderzoek van carrièresite Intermediair en Nyenrode Business Universiteit. De opmerkelijkste bevindingen.

Beeld thinkstock

We zijn meer gaan verdienen, maar zijn minder bereid om in te leveren

Na de jarenlange economische crisis staan alle seinen weer op groen en worden we ontevredener over ons loon. Ook zijn we minder bereid salaris in te leveren dan twee jaar geleden. 'Nu het economisch beter gaat, vinden werkenden dat zij aan de beurt zijn om te profiteren', zegt Bas van der Klaauw, arbeidseconoom aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

We zijn dus niet heel tevreden over ons inkomen: iets minder dan de helft vindt dat er meer in het loonzakje hoort. Vrouwen zijn beduidend minder tevreden dan mannen. Ze hebben recht van spreken, vindt Jaap van Muijen van Nyenrode. 'Ze verdienen gemiddeld nog altijd minder dan mannen. Vaker dan mannen hebben ze tijdelijke banen.'

Er is meer ontevredenheid. Flexwerkers zijn minder tevreden dan vaste medewerkers en laag- en mbo-geschoolde werkenden minder dan hoogopgeleiden. Toch komt de werkvloer niet in actie. Iets minder dan eenderde van de ontevredenen is van plan vanwege het salaris een andere baan te zoeken, twee jaar geleden was dat iets meer dan eenderde. 'Het lijkt er nog steeds op dat werknemers huiverig zijn om de zekerheid van hun vaste baan op te geven. Vooral voor ouderen kan het lastig zijn een nieuwe vaste baan te vinden', zegt Van Muijen.

Hogeropgeleiden zijn in verhouding het meest bereid loon in te leveren voor inhoudelijk interessanter werk, vervolgopleidingen, dichter bij huis werken of om hun baan te houden. Hbo'ers zijn bereid het meest in te leveren voor een leaseauto. Onder lageropgeleiden is de animo om loon in te leveren het geringst. 'Zij kunnen zich dat vermoedelijk ook niet permitteren', zegt Van Muijen.

Loon inleveren in ruil voor een vaste aanstelling is - uiteraard - populair onder flexwerkers. Tijdelijke krachten zijn dan bereid 3,3 procent loon in te leveren. Flexwerkers leveren ook loon in voor het behouden van hun tijdelijke baan, voor inhoudelijk interessanter werk en voor het volgen van een studie. Van Muijen: 'Zij hebben het meest te winnen als ze een vast contract krijgen.'

Hier en daar zijn werkenden er de afgelopen twee jaar ook in inkomen op achteruitgegaan. Van iets meer dan 10 procent is het inkomen gedaald. Bijna een kwart van de werkenden met een tijdelijk contract is er de afgelopen twee jaar op achteruitgegaan. Van de lageropgeleiden moet bijna 15 procent genoegen nemen met minder, bij de universitair opgeleiden is dat 7 procent.

Het is druk aan de onderkant van de arbeidsmarkt, zegt Bas van der Klaauw, arbeidseconoom aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. 'Zeker als flexwerker is het lastig om een volgende baan te vinden waar je meer verdient. De lonen staan aan de onderkant ook onder druk omdat daar veel banen verdwenen zijn.'

Over het algemeen zijn de lonen de afgelopen twee jaar gestegen, zij het bescheiden (zie grafiek). Dat is kenmerkend voor Nederland, het land van de gematigde loonsverhoging die meestal wordt afgesproken in cao's. Meer hoogopgeleiden (40 tot 50 procent) zijn er in loon op vooruitgegaan dan laagopgeleiden (25 tot 28 procent).

Liever economie dan exact, alle campagnes ten spijt

De overheidscampagnes om te kiezen voor exact of techniek dringen niet door tot de arbeidsmarkt. Zowel onder mannen als onder vrouwen is het aantal mensen met een diploma in techniek of natuurwetenschappen afgenomen. Op alle niveaus hebben ouderen (36-plus) vaker een studie techniek of natuurwetenschappen afgerond dan jongeren. 'Onze samenleving is al sinds de jaren tachtig aan het vereconomiseren en het is ontluisterend om te zien dat de campagnes geen verandering brengen', zegt Jaap van Muijen van Nyenrode.

Die ontwikkeling laat zich op een aantal manieren verklaren, zegt Andries de Grip, hoogleraar scholing en arbeidsmarkt aan de Universiteit Maastricht. 'In de industrie, en dus de techniek, zijn op alle niveaus, van hoog tot laag, veel banen verdwenen. Tegelijkertijd kon je in de financiële sector en in managementfuncties het grote geld verdienen. Dat werkt door in de studiekeuze. Nu zie je overigens dat de financiële sector een minder goed imago heeft gekregen. Voor ict-opleidingen en andere hogere technische studies groeit de belangstelling.'

Wat studeren we dan wel? Economische opleidingen zijn nog steeds booming. En verder kiezen we vooral traditioneel: jonge vrouwen kiezen meer voor gedrags- en maatschappij wetenschappen, recht en gezondheidszorg. Typische mannenstudies: economie, informatica en techniek. Wel kiezen iets meer jonge mannen in het hbo en het mbo voor een ict-opleiding.

Studies als economie en recht zijn voor grote groepen studenten ook gewoon beter behapbaar, zegt Joop Schippers. 'Het is natuurlijk fantastisch dat het onderwijs veel toegankelijker is geworden. Maar daarmee is niet iedereen slimmer. Een studie natuur- of geneeskunde is niet iedereen gegeven. Dat blijven de moeilijkste studies die er zijn. Dan is het niet gek dat de meeste studenten kiezen voor studies die beter te doen zijn.'

Onder studenten is er wel een verschuiving richting natuurwetenschappen en techniek te zien, zegt Beatrice Boots van het Platform Bètatechniek. 'Op havo en vwo kiest iets meer dan de helft voor de profielen natuur en techniek of natuur en gezondheid. Ook op hbo's en universiteiten kiezen meer studenten voor een bètaopleiding, ook onder meisjes zien we een toename. Maar het duurt nog even voordat zij de arbeidsmarkt opkomen.'

Boots wijst er ook op dat mensen met een technische opleiding overstappen naar andere sectoren als ze eenmaal aan het werk zijn. 'Ze kunnen veel breder terecht, bijvoorbeeld als consultant. Omgekeerd is dat veel minder het geval.'

Allochtonen en vrouwen nog op achterstand, door 'banenwachtrij'

Vrouwen en allochtonen staan al meteen op achterstand als het om salaris gaat. Dat scheelt soms een paar duizend euro bruto per jaar. Toch is het te snel om te zeggen dat allochtonen en vrouwen gediscrimineerd worden, zeggen de onderzoekers. Onderzocht is wat het effect van het spreken van een andere moedertaal is op het salaris, variërend van Engels, Spaans en Japans tot Arabisch, Berbers en Turks. En dan blijkt dat een andere moedertaal een negatief effect op het inkomen heeft. Tot de leeftijd van 36 jaar verdienen bijvoorbeeld mannen van Turkse en Marokkaanse afkomst (Berbers of Arabisch) daardoor een kleine 1.700 euro minder.

De achterstand laat zich op een aantal manieren verklaren: 'de wachtrij voor banen', zegt Joop Schippers, hoogleraar arbeidseconomie aan de Universiteit van Utrecht. Die rij werkt als volgt: 'Witte mannen tussen de 25 en de 50 jaar worden het eerst aangenomen. Daarna witte vrouwen in dezelfde leeftijd. Dan ouderen. Allochtonen staan wat verder in de rij. Dat verandert wel, maar heeft tijd nodig.'

Wat ook meespeelt is 'de vrouwenvalkuil'. De allochtoon - of de vrouw dus - is blij met de baan die in de wacht is gesleept. Dat is immers het belangrijkste. 'Maar wie pas daarna gaat onderhandelen over zijn salaris staat zwakker', zegt onderzoeker Jaap van Muijen, hoogleraar psychologie aan de Nyenrode Universiteit.

Toch is er zeker een positieve ontwikkeling zichtbaar. Vrouwen lopen hun achterstand in. Het verschil met mannen ten opzichte van Jan Modaal is in vergelijking met twee jaar geleden 7,2 procent tegen 7,8 procent in 2013. Daarbij maakt leeftijd nogal wat uit. De inkomensverschillen zijn kleiner onder werkenden tot 36 jaar. Dan verdienen vrouwen 'slechts' 928 euro minder, oudere vrouwen zijn bijna 3.000 euro slechter af.

'Hoewel het salarisverschil nog duidelijk zichtbaar is, is het wel aan het afnemen', stelt algemeen directeur Sander van den Hout van Intermediair. 'Het is aan werkgevers en aan vrouwen om door te pakken. Werkgevers moeten belonen naar functie en waarde, vrouwen mogen zich sterker opstellen in salarisonderhandelingen.'

Bij allochtonen is een vergelijkbare trend gaande: de salariskloof is voor jonge allochtonen veel kleiner dan voor ouderen. Zo verdienen Turks sprekende vrouwen van 36-plus gemiddeld 6.500 euro per jaar minder, tegen 2.600 bij de 36-minners.

Joop SchippersBeeld Mechel

Beroepskeuze maakt nogal een verschil en daarin blijven Nederlanders vrij traditioneel. Vrouwen kiezen eerder voor de zorg, waar de salarissen doorgaans lager liggen dan in bijvoorbeeld de techniek. 'En als vrouwen na de komst van kinderen parttime gaan werken, heeft dat invloed', zegt Janneke Plantenga, hoogleraar economie aan de Universiteit van Utrecht. 'Onder jonge vrouwen is dat effect nog niet erg zichtbaar, dus zijn daar de verschillen kleiner.'

Voor iedereen geldt: een hogere opleiding betaalt zich uit. Een mbo-opleiding levert per jaar 629 euro extra aan salaris op. Een hbo-opleiding is goed voor een extra 5.567 en een universitaire opleiding 9.877 euro. En dat rendement groeit naarmate men langer actief blijft op de arbeidsmarkt. Bij 36-plussers is het opleidingseffect groter: 1.252 (mbo), 9.654 (hbo) en 18.869 euro (universitair).

Mannen onderbreken hun loopbaan vaker dan vrouwen

Soms is het vrijwillig, vaker dwingen de omstandigheden tot een onderbreking van de carrière: werkloosheid, familie-omstandigheden. Een kleine groep zegt zijn baan op om weer te gaan studeren.

Bijna 60 procent van de mannen onderbreekt zijn loopbaan weleens, tegen 40 procent van de vrouwen. Ruim de helft van de mensen met een lbo- of mbo-opleiding onderbreekt zijn carrière niet. Voor hogeropgeleiden is dat andersom: meer dan de helft van hen heeft weleens een loopbaanonderbreking meegemaakt.

Hogeropgeleiden wisselen makkelijker van baan of gaan er om andere redenen een keer vrijwillig tussenuit, zegt Jaap van Muijen. 'Werkenden met lbo en mbo proberen hun baan te behouden, maar raken wel vaker werkloos dan hogeropgeleiden.'

Familie-omstandigheden zijn voor iets meer dan een kwart van de vrouwen de aanleiding om tijdelijk te stoppen met werken, tegen slechts 2 procent van de mannen. Ook als het gaat om een burn-out gaan vrouwen aan de leiding: 9 procent tegen 6 procent van de mannen. Het volgen van een opleiding is slechts in beperkte mate een reden voor het onderbreken van een carrière.

Waarschijnlijk kiezen vrouwen voor beroepen waar de kans op een burn-out groter is, zegt Janneke Plantenga van de Universiteit Utrecht. 'Een baan in het onderwijs of de zorg vraagt om persoonlijke betrokkenheid. Het is heel goed mogelijk dat dat de kans op een burn-out vergroot.'

100.000 werkenden vulden enquête in

Het Nationaal Salaris Onderzoek is een initiatief van carrièresite Intermediair, uitgevoerd door Jaap van Muijen van Nyenrode Business Universiteit en Eric Melse van de Hogeschool van Amsterdam.

Op basis van het tweejaarlijkse onderzoek, sinds 2013, kunnen werknemers hun salaris en arbeidsvoorwaarden vergelijken met die van anderen in een vergelijkbare baan en kunnen ze opzoeken of die marktconform zijn. Nieuw in het onderzoek was aandacht voor het motief hebzucht.

Het onderzoek in 2015 is gebaseerd op een enquête die honderdduizend werkenden afgelopen zomer hebben ingevuld. Dat is 13 procent meer
dan in 2013. Het overgrote deel van de deelnemers aan het onderzoek is in loondienst. Driekwart werkt in het bedrijfsleven. Meer mannen (59 procent) dan vrouwen deden mee. Afhankelijk van de opleiding werkt ongeveer eenderde op een tijdelijk contract. Mbo'ers werken het minst in vaste dienst (63 procent), afgestudeerden met een universitaire opleiding het meest (71 procent). Vrouwen hebben vaker een flexbaan dan mannen.

Het aandeel hoogopgeleiden onder de ondervraagden is groot: 26 procent heeft een universitaire studie afgerond, 39 procent heeft hbo en 25 procent mbo; 10 procent heeft een lbo-opleiding. In de uitwerking van de data is die onevenwichtigheid representatief gemaakt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden