Er is hoop voor de middenklasse

De secretaresse, drukker, boekhouder en meteropnemer, het zijn allemaal bedreigde middenbanen. Tel daar de functies bij op die verdwijnen bij V&D of verzekeraar Vivat en het is duidelijk: de middenklasse verschrompelt, toch is er hoop.

Bankmedewerkers worden steeds vaker overbodig door technologische ontwikkelingen.Beeld anp

Als Jos, Edgar, Storm en Juffrouw Jannie anno 2016 nog niet met pensioen zijn, dan zeggen de kantoortijgers uit de tv-serie Debiteuren Crediteuren dezer dagen waarschijnlijk 'Goeiesmorgens!' tegen hun werkcoach bij het UWV. Door de digitalisering is het namelijk een peuleschil om hun banen op de financiële administratie te automatiseren. Dus is de kans groot dat de vier helden nu werkloos zijn, als ze zich tenminste niet tijdig hebben weten om te scholen naar een toekomstbestendiger beroep.

Omscholen naar een toekomstbestendiger beroep, dat was precies wat verzekeringsacceptant Andrea Zammito (45) van Aegon dacht toen hij in december 2014 een toespraak hoorde van zijn baas Rob Spuijbroek. Het Aegon-directielid was net terug van een bezoek aan Silicon Valley en hield zijn werknemers voor met welke snelheid de veranderingen vanuit het beloofde land van de technologie op een verzekeraar als Aegon kwamen afrazen.

Beeld Martyn F. Overweel

Veredeld archief

Niet dat Zammito, een Voorburger met Italiaanse wortels, zijn ogen in zijn zak had zitten. Toen hij in 2001 bij Aegon begon als acceptant brandverzekeringen telde zijn afdeling acht man. Dertien jaar later waren er van hen nog twee over. In 2001 moesten winkeliers en fabrikanten hun aanvraag voor een brandverzekering nog insturen op papieren formulieren. Zammito ging dan langs in het te verzekeren bedrijfspand om het brandrisico in te schatten. Was het risico in orde, dan accepteerde hij de aanvraag. Daarna typte hij de gegevens op het formulier over in het computersysteem van Aegon - de computer was weinig meer dan een veredeld archief.

Anderhalf decennium later regelen klanten hun aanvraag gewoon zelf via internet. Dat gaat een stuk sneller dan vroeger. Het systeem van Aegon beoordeelt in enkele seconden aan de hand van allerlei variabelen de risico's van het te verzekeren pand en keurt de aanvraag dan goed of af. Verzekeringsacceptanten van vlees en bloed komen er nauwelijks nog aan te pas. Slechts bij uitzondering is het nodig dat iemand van Aegon een bezoek brengt aan het bedrijfspand. Zammito is trots op zijn bijdrage aan de 'internettool' voor Aegons schadeverzekeringen. Maar ook toen hij er nog samen met de techneuten aan sleutelde, besefte hij al dat hij in feite meewerkte aan zijn eigen overbodigheid.

Voor- en nabeschouwing

'Hier ligt niet mijn toekomst', besloot Zammito tijdens Spuijbroeks toespraak. 'Ik wil me omscholen tot event manager', zei hij tegen z'n werkgever. Zammito had bij Aegon ervaring opgedaan met het organiseren van relatiedagen voor makelaars en tussenpersonen. Aegon ging akkoord met Zammito's verzoek. Naast zijn fulltimebaan studeert hij nu in de avonduren en weekeinden voor zijn master event management aan het Johan Cruyff Institute - volledig betaald door zijn werkgever. Ondertussen helpt Zammito sponsorevenementen organiseren voor Aegon: een roeiwedstrijd voor Alzheimer Nederland en andere benefieten voor het goede doel, of het ontvangen van zakenrelaties in de Aegon Lounge tijdens thuiswedstrijden van Ajax. Hij neemt daarbij de voor- en nabeschouwing voor zijn rekening, samen met oud-voetballers als Aron Winter, Rob Witschge of Simon Tahamata.

'Ik had best moeite met m'n stap, want ik zette toch mijn eigen baan op het spel. Een heel botte werkgever had misschien gezegd: hartstikke leuk idee, maar zoek maar meteen wat anders. Maar dankzij Aegon zijn er juist een hoop deuren voor me opengegaan.'

Sterker, als Zammito eind juni zijn master heeft voltooid, zwaait de deur voor hem misschien wel open naar buiten, naar een andere werkgever. 'Als er het komend half jaar iets moois voorbijkomt als event manager buiten Aegon zal ik daar zeker op reageren.' Een beetje vreemd, op het eerste oog, want een andere werkgever profiteert dan van Aegons investering in Zammito's masteropleiding. 'Maar Aegon heeft daar vrede mee', zegt hij. 'Ze beschouwen het als hun zorgplicht om de inzetbaarheid van werknemers te vergroten, ook als dat buiten Aegon is. En ze kijken ook naar wat iemand al voor het bedrijf heeft betekend.'

Omscholen

U wist het misschien niet, maar u leeft niet alleen in het informatietijdperk, maar ook te midden van de Grote Disruptie, het Tweede Machine Tijdperk en de Vierde Industriële Revolutie. Soms lijkt het wel alsof er een prijsvraag loopt onder economen, journalisten en futurologen om bombastische namen te verzinnen voor het huidige tijdsgewricht. Al deze termen komen grofweg op hetzelfde neer: robots, smartphones, nanogeneeskunde, internet der dingen, 3D-printers en tal van andere technologieën veranderen onze wereld ingrijpend. Vooral ten goede waarschijnlijk, als de geschiedenis een betrouwbare gids is voor de toekomst: technologische vooruitgang heeft onze levensstandaard de afgelopen eeuwen tot verbluffende hoogte helpen opstuwen.

Maar op korte termijn zijn de zegeningen van deze veranderingen ongelijk verdeeld over de bevolking, is de vrees. Vooral de middenklasse wordt wereldwijd bont en blauw gedisrupteerd - zij het in Nederland minder hevig dan in de Verenigde Staten. Bankmedewerkers, documentalisten, machinebedieners, secretaresses, drukkers, boekhouders en meter- opnemers zijn zomaar wat voorbeelden van bedreigde middenbanen. Waar het aandeel in de werkgelegenheid aan de boven- en onderkant van de arbeidsmarkt toeneemt, slinkt het midden.

Dat wil niet zeggen dat er een bordje met 'Laat varen alle hoop, gij die hier binnen treedt' boven de middenklasse moet komen te hangen. Onderzoek van de econoom Matias Cortes van de universiteit van Manchester laat zien dat ontslagen middenklassers die van beroep veranderen op de lange termijn - tien jaar om precies te zijn - beter af zijn dan middenklassers die hetzelfde blijven doen. Dit geldt vooral als ze vanuit een routinematig - en dus makkelijk te automatiseren - beroep omscholen naar beroepen waarvoor creativiteit, vingervlugheid, sociale vaardigheden en/of analytisch talent nodig zijn. Picasso's beroemde sneer over computers geldt nog net zo goed voor de meest geavanceerde robot of smartphone van onze tijd: 'Computers zijn waardeloos. Ze hebben alleen maar antwoorden.'

'Het geldt ook voor middenklassers die naar traditioneel laagbetaalde beroepen wisselen', zegt Cortes over de uitkomsten van zijn onderzoek. De belangrijkste reden is dat veel relatief laagbetaalde beroepen, zoals ober, schoonmaker of kapper, moeilijk te automatiseren zijn. 'De vraag naar dit soort beroepen neemt toe, terwijl de vraag naar veel middenbanen daalt. Omscholing is daarom waarschijnlijk vaak nuttiger dan proberen banen te redden die aan het verdwijnen zijn.'

Technologiespook

Wie zijn kansen op de arbeidsmarkt wil vergroten, moet op tijd de overstap maken naar een beroep waar computers en robots nog wel even de tanden op stuk zullen bijten. Makkelijker gezegd dan gedaan natuurlijk, zeker voor oudere werknemers, die het in Nederland ondanks de verhoogde AOW-leeftijd onevenredig moeilijk hebben om weer aan de bak te komen als ze hun baan verliezen. Maar een keus is er niet. Zoals het computerspelfiguur Pac-man zich de vier beroemde rode, blauwe, oranje en groene spookjes van het lijf moest zien te houden, zo rennen middenklassers voor het technologiespook uit. Wie stilstaat, wordt opgepeuzeld.

'Op het moment dat je mensen al aan het ontslaan bent, ben je eigenlijk te laat', zegt Monique Kremer van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). De WRR publiceerde onlangs het rapport De robot de baas, over de gevolgen van technologische vooruitgang voor de werkgelegenheid. Zoals een skelet is opgebouwd uit botten, zo bestaat een baan uit taken. Bedrijven kunnen het zien aankomen als technologische innovaties de mens de ene na de andere taak uit handen nemen, en daarmee banen uithollen, zegt Kremer. De grote ontslagronden bij de banken of het faillissement van V&D laat zien dat veel bedrijven de put pas dempen als het kalf verdronken is. Maar idealiter anticipeert een bedrijf zo goed op technologische veranderingen dat ontslag helemaal niet nodig is.

De meteropnemers van het energiebedrijf Enexis zijn een goed voorbeeld. Als bij u binnenkort de bel gaat en een man - het zijn meestal mannen - met een geel fluorescerende jas en een handcomputer staat voor de deur om de meterstand op te nemen, prent hem dan nog eens goed in uw geheugen. Want de kans is groot dat het respectabele beroep van meteropnemer de komende tien, twintig jaar de weg zal gaan van de schillenboer, trekschuitjager en lantaarnfitter. Dankzij de zogeheten 'slimme meters' zullen meteropnemers steeds minder nodig zijn, verwacht Paul-Peter Feld, hrm-directeur van Enexis. 'Dankzij de slimme meter kunnen huiseigenaren veel beter inzicht krijgen in hun energieverbruik. Waar vroeger een keer in de zoveel tijd de meteropnemer langskwam om de goede meterstand door te geven, kunnen we dat nu op afstand doen. Dat betekent dat die banen gaan verdwijnen.'

'Ontwikkelbudget'

Maar dit betekent niet per se dat een flink deel van de 4.300 werknemers van de netbeheerder uit Den Bosch ook werkloos zullen raken. Samen met de vakbonden en de ondernemingsraad heeft Feld een programma uitgedokterd, 'Duurzame Inzetbaarheid Plus', om te voorkomen dat mensen 'boventallig' raken, zoals dat in jargon heet. Werknemers met functies waarvan de kans groot is dat ze door nieuwe technologieën zullen verdwijnen, krijgen de kans zich om te scholen. Enexis heeft een bedrag ter waarde van 1 procent van de totale loonsom gereserveerd om opleidingen, snuffelstages, loopbaanscans, sollicitatietrainingen, proefplaatsingen en andere zaken te betalen voor werknemers. Op kosten van Enexis welteverstaan, niet van werknemers.

'De gedachte achter het programma is niet alleen om boventalligheid te voorkomen bij Enexis, maar ook binnen Nederland als geheel', zegt Feld. 'Want onze hele verzorgingsstaat is gebouwd op solidariteit. Als maatschappij hebben we er dus belang bij dat mensen mee kunnen veranderen met alle technologische ontwikkelingen.'

Aegon doet iets vergelijkbaars. De verzekeraar heeft net als Enexis 1 procent van de loonsom gereserveerd als 'ontwikkelbudget' voor werknemers, boven op Aegons reguliere scholingsbudgetten. In de jaarlijkse functioneringsgesprekken beoordeelt Aegon personeel niet alleen op hun prestaties, maar ook op de vraag of ze genoeg doen om van waarde te blijven voor Aegon te midden van alle technologische veranderingen, vertelt Aegons 'chief information officer' Kees Smaling. Ruim eenderde van het personeel heeft een loopbaancheck gedaan. 'Als je een enorme specialist bent op het gebied van een oude technologie, dan is het van belang dat we vroeg aan de bel trekken.' Zelfontplooiing is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de werknemer, maar Aegon voelt ook een verantwoordelijkheid om daarbij te helpen, zegt Smaling.

Nieuwe banen

Ook bij Aegon verandert technologie in hoog tempo de werkgelegenheid. De verzekeraar is bijvoorbeeld samen met IBM een proef aan het opzetten op het gebied van kunstmatige intelligentie, zegt Smaling. IBM's beroemde supercomputer Watson, die met zijn onevenaarbare encyclopedische kennis al door ziekenhuizen wordt gebruikt om diagnoses te stellen, kan in de toekomst misschien ook gebruikt worden om financiële diagnoses te stellen over verzekeringen, hoopt Aegon. 'Als je informatie over een paar miljoen polissen in Watson stopt, kan die meer weten dan een willekeurige adviseur van Aegon', zegt Smaling. Dat kan op den duur gevolgen hebben voor de werkgelegenheid.

Toch is Smaling daar niet pessimistisch over. 'Er verdwijnen banen, maar er komen nieuwe banen bij. Neem onze webanalisten, die kijken naar het klikgedrag van klanten. Vroeger was onze website alleen een etalage, verder deden we er niet zo veel mee. Nu werken er dertig data-analisten bij ons om het onlinegedrag van onze klanten te interpreteren. Dat is een functie die een jaar of vijf, zes geleden niet bestond.'


Wat is de middenklasse?

Wat betreft de middenklasse zijn westerlingen een soort omgekeerde eskimo's: waar eskimo's volgens de overlevering honderd verschillende woorden voor sneeuw hebben, zo hebben wij honderd verschillende betekenissen voor het woord middenklasse. Sterker, een Franse studie uit 2011 inventariseerde zelfs 150 definities van de middenklasse. De middenklasse kan gedefinieerd worden aan de hand van inkomen, opleiding, sociale status, beroep, cultureel kapitaal, noem maar op. Alleen al tussen landen onderling verschillen de definities.

Ook in studies over de gevolgen van technologische veranderingen voor de middenklasse is het niet altijd duidelijk wat nu precies met dat midden wordt bedoeld, schrijft het Centraal Planbureau (CPB) in een recente studie. 'In de Verenigde Staten gaat het om mensen met een highschooldiploma plus de mensen met een aantal jaren college-onderwijs. In Nederland wordt vaak gedacht aan mensen met een mbo-2, -3 of -4-diploma. Dat is een groep van bijna drie miljoen mensen en daarmee eenderde van de beroepsbevolking.'

In de meeste studies over het verdwijnen van banen door technologie wordt middenklasse gedefinieerd aan de hand van negen beroepsgroepen in het midden van de loonpiramide. Daartoe behoren bijvoorbeeld kantoorpersoneel, machinebedieners, detailhandelaren en ambachtslieden.

Ontvang elke dag de Volkskrant Avond Nieuwsbrief in uw mailbox, met het nieuws van vandaag, tv-tips voor vanavond, en alvast zes artikelen uit de krant van morgen. Schrijf u hier in.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden