Energiezuinig huis

TEMPERATUUR- EN ENERGIEBEHEERSING IN NIEUWBOUWHUIZEN KAN NOG ZUINIGER, VOLGENS HET ENERGIEONDERZOEK CENTRUM NEDERLAND...

Heel gewone nieuwbouwhuizen lijken het, zoals je overal in Nederland op Vinexlocaties kunt aantreffen. Alleen hebben die doorgaans niet zo'n enorme batterij zonnecollectoren op het dak. En ook vreemd: nergens spelende kinderen of een fietsje voor de deur; wat meeuwen hangen er rond.

Het rijtje van vier eensgezinswoningen staat in de Pettense duinen op het terrein van het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) in Petten. Op gezette tijden stroomt hier warm water door de leidingen en als het koud wordt, gaat de verwarming aan. Toch woont er niemand. Computers maken hier de dienst uit.

Dikke verwarmingsspiralen zijn aanwezig om de warmteafgifte van de bewoners te simuleren. Een centrale gasfles kan op afroep kooldioxide in de kamers blazen om de luchtkwaliteit te beïnvloeden.

Hier heeft het ECN de afgelopen vier jaar metingen verricht om inzicht te krijgen in de omstandigheden die een optimaal energiegebruik in huis garanderen. De precieze resultaten van het project, dat op 1 april is afgesloten, worden aan het begin van de zomer bekendgemaakt.

Dat nieuwbouwwoningen in de toekomst met aanzienlijk minder energie toe kunnen, staat in elk geval vast, zegt Niels Sijpheer van het ECN. Als er maar slim wordt gebouwd en installaties voor verwarming, ventilatie en koeling goed op elkaar worden afgestemd.

Kunnen de Pettense huizen met de helft van de energie toe vergeleken met een gemiddelde Vinexwoning, het verbruik ligt zelfs 80 procent lager dan dat van een gemiddelde jarendertigwoning, waar de spouwmuren niet zijn gevuld met isolatieschuim, de ramen enkelglazig zijn, de verwarmingsketel geen al te hoog rendement heeft en dak en vloeren niet zijn geïsoleerd .

In de ECN-huizen, die nu worden verhuurd aan andere onderzoeksinstanties, werden installaties uitgeprobeerd en is de algehele 'energieprestatie' in kaart gebracht. Die metingen gaan volgens de zogeheten epc-waarde.

Dit begrip werd in 1995 geïntroduceerd bij het vastleggen van een nieuwe energienorm in de woningbouwvoorschriften. Voortaan kon de aannemer niet langer volstaan met een dikke laag isolatie onder de vloer, op de muren en op het dak, naast een hoogrendementsketel op zolder voor de verwarming. Met de epc-waarde kwam er een controleerbare maat voor het energieverbruik van een kaal huis mét ruimteverwarming, luchtkoeling, 'tapwater' in de keuken en een douche, maar zónder televisies, stereoapparatuur, strijkijzers, stofzuigers en computers.

Eind 1995 was de epc-norm 1,4. Sinds 2000 moeten nieuwwoningen voldoen aan een strengere norm van 1,0. Die komt overeen met een aardgasverbruik van ongeveer duizend kubieke meter per jaar. De helft daarvan is nodig voor het verwarmen van de ruimte, de andere helft voor het warme water voor de douche en de afwas.

Voor het perspectief: in een slecht geïsoleerde dertigerjarenwoning ligt het aardgasverbruik op het drie-tot viervoudige.

Een gemiddelde Vinex-woning van dit moment heeft een epcwaarde van 1,0. Vermoedelijk wordt begin 2006 een waarde van 0,8 als geldende norm in het Bouwbesluit opgenomen. Volgens Niels Sijpheer van het ECN is die waarde redelijk makkelijk, zonder al te veel meerkosten, te realiseren. Met een dikkere isolatielaag, een zuinige hoogrendementsketel en enkele zonnecollectoren op het dak voor het tapwater is het haalbaar.

De vier onderzoekswoningen in Petten hebben een epc-waarde van ongeveer 0,5: de helft zuiniger dan wat er nu her en der wordt gebouwd. Eerst zijn de muren, het dak en de vloer ingepakt in een dikke laag isolatie, waarvoor twintig centimeter dikke blokken polystyreen zijn gebruikt. Enkele centimeters dikker dus dan het huidige bouwbesluit voorschrijft. Verder zijn overal goed geïsoleerde beglazing en kozijnen gebruikt.

Maar een huis heeft ook goede ventilatie nodig - energiezuinige ventilatie. Daarvoor zijn er warmtewisselaars op de markt, die 90 procent van de warmte uit de bedompte, uitgaande lucht kunnen halen. Die warmte wordt vervolgens gebruikt om verse ingaande buitenlucht te verwarmen.

De zonnecollectoren op het dak regelen het warmwatergebruik voor het tapwater en de verwarming van het huis. Andere apparatuur is uitgezocht om de rest van de benodigde warmte zo efficiënt mogelijk op te wekken en weer af te geven aan het huis.

Dat kan met lucht-of vloerverwarming, waar warm water doorheen gaat van ongeveer 30 tot 35 graden Celsius. Zo blijven de warmteverliezen in de gasketel en van de vloerlussen die de warmte afgeven beperkt. Veel cv-installaties met wandradiatoren gebruiken water met een hoge temperatuur, van 70 tot 90 graden Celsius; dan is het warmteverlies groot.

Een lage temperatuur vereist wel een groot warmteoppervlak om toch voldoende warmte (of desgewenst kou om te koelen) af te kunnen geven. Vloerverwarming, al bijna standaard in de nieuwbouw, leent zich daar goed voor.

Al met al gebruiken dergelijke huizen de helft minder energie tegen hooguit 10 procent hogere bouwkosten, zegt Sijpheer.

Een puntje van aandacht: na oplevering van de vier onderzoekshuizen bleek bij metingen dat de woningen zo 'lek' waren als een mandje. Naden en kieren werden opgespoord en gedicht met folie, tape en kit, waarmee het lekverlies met de helft was teruggebracht. n

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden