En maar klussen in ‘de communistische gordel’

Van dit soort straten heeft Boekarest er wel meer. Ze zijn niet door de communisten gebouwd met het oog op de heilige koe....

Olaf Tempelman

Grijze betonnen blokken rijzen op aan beide kanten. Het wegdek vertoont gaten en barsten. Rondom de flats geven moestuintjes, slapende zwerfhonden en loerende zwerfkatten acte de présence. Verder vind je hier rokende en roddelende buurvrouwen, drinkende en drammende buurmannen, voetballende buurjongens in trainingspakken en zwaar opgemaakte, flirtende buurmeisjes. Er is nauwelijks een betonnen balkon waarop geen was te drogen hangt. Steeds gaat er ergens wel een autoalarm per ongeluk af. Uit de open ramen klinken oriëntaalse levensliederen, technomuziek en: geboor, getimmer en gezaag.

Welkom in de Sergeant Majoor Blejan Florea-straat in Boekarest. Zoals deze straat heeft de Roemeense hoofdstad er wel meer. Sterker: in heel Roemenië is dit soort straten talrijk.

De mate waarin ze voorkomen is omgekeerd evenredig aan de aandacht die ze krijgen. In toeristische fotoboeken wordt meestal gekoketteerd met de klassieke Parijse boulevards die het centrum van Boekarest nog steeds rijk is. Buitenlandse fotojournalisten hebben vooral oog voor de megalomane bouwprojecten van de geëxecuteerde dictator Ceausescu.

Om het stadscentrum heen ligt een enorme, in de jaren zestig, zeventig en tachtig opgetrokken betonnen banlieu die naar de bijnaam ‘de communistische gordel’ luistert. Ergens in deze betonmassa – in Sector 5 om precies te zijn – ligt de Sergeant Majoor Blejan Florea-straat.

Blejan Florea was een officier die sneuvelde op de eerste dag van de Roemeens-Turkse onafhankelijkheidsoorlog van 1877. Ik ben daar achter gekomen dankzij Google. Niemand in de straat wist mij te vertellen wat Florea in zijn leven had uitgespookt. Dat hij het niet tot generaal schopte, duidt wellicht op het feit dat hij net zo doorsnee was als de naar hem vernoemde straat.

Roemeense vrienden wonen in Blok 12 (ingang B, etage 3, appartement 27). Vroeger kon je er makkelijker met de auto komen. De voornaamste verandering in de straat is de komst van minstens dertig exemplaren van de Logan, het nieuwe succesmodel van de Roemeense autofabriek Dacia. Iedereen is het erover eens dat deze door Renault ontwikkelde automobiel een enorme verbetering is vergeleken bij de oude ‘communistische’ Dacia 1300. Je hebt al een Logan voor zesduizend euro. Je kunt dat makkelijk bij de banken lenen. Het gevolg is een Logan-invasie.

Toen het communistische regime op royale schaal flats neerzette, hield het geen rekening met dit soort materiële expansiedrift. Net als de hele communistische gordel kampt de Blejan Florea-straat met een ernstig parkeerprobleem. Dubbeldik staan de Logans geparkeerd, elkaar constant insluitend. Kan er weer eens iemand niet uit, dan laat hij of zij dat aan de hele straat weten met behulp van de claxon.

Wat de situatie nog problematischer maakt, is dat de oude, kapotte Dacia 1300’s, Lada’s en Trabantjes niet worden weggehaald. Minstens acht auto’s in de Blejan Florea-straat staan al jaren stil. Op de hoek staan twee onhandig weggezette 1300-wrakken langzaam in natuur over te gaan. Het is millimeterwerk om met de auto de straat in te draaien. Ben je veilig langs de wrakken, dan word je meteen beloond met een flinke krater in het wegdek. Hoe de zigeuners met hun paard en wagen iedere dag deze straat in komen, is mij een raadsel. Elke ochtend weer komen ze langs om oud papier op te halen.

Vroeger kon je Blok 12 zomaar inlopen, tegenwoordig is de ingang elektronisch beveiligd. Alle inwoners hebben een pasje. Het nieuwe systeem was echter nog niet geïnstalleerd of het ging kapot. Wie het blok in wilde, moest mobiel een huisgenoot of een buurman bellen. De bovenbuurman van mijn vrienden was daar door toedoen van te veel pruimenjenever een keer niet toe in staat. Om half drie ’s ochtends vloekte hij de hele flat uit de slaap.

Mijn vrienden uit Blok 12 zijn redelijk tevreden over hun straat en hun tweekamerappartement. Het parkeerprobleem (ze hebben een Skoda Fabia) bieden ze met ingenieuze stuurmanskunsten het hoofd.

Wel is hun een doorn in het oog dat de een na de ander in Blok 12 zijn appartement laat opknappen. Dat gebeurt doorgaans ’s avonds of in het weekeinde. De Roemeense bouwvakkers klussen dan massaal bij. Mijn vrienden proberen tegenwoordig ieder weekeinde de stad uit te gaan. ‘Mensen zijn bezig hun eigen situatie te verbeteren’, zeggen ze, de problematiek van het contemporaine Roemenië samenvattend. ‘Maar ze verpesten daardoor vaak elkaars leven.’

Olaf Tempelman

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden