Eindloon

De meeste pensioenfondsen hanteren nu het eindloonsysteem. Het pensioen wordt opgebouwd in 40 dienstjaren. De opbouw is 1,75 procent van het jaarsalaris....

Bij pensionering wordt het pensioen berekend over het laatste loon. Bij volledige diensttijd en zonder pensioenbreuken is het beoogde pensioenresultaat (inclusief AOW) 70 procent van het laatste loon. Dit is bruto. Netto valt het pensioen hoger uit, omdat ouderen over de eerste belastingschijf alleen belasting en premie AWBZ betalen.

De term 'laatste loon' moet niet letterlijk worden genomen. Fondsen hanteren vaak een knip-bepaling. Bijvoorbeeld: vanaf het vijftigste jaar tellen promoties en dienstjarentoeslagen niet meer mee voor de pensioenopbouw. Of: eindloon is het gemiddelde over de laatste 5 dienstjaren. Of: het salaris bij 55 jaar is de grondslag voor de berekening van het pensioen.

Deze knip-bepalingen voorkomen dat iemand die aan het eind van de loopbaan een (forse) promotie maakt, dit ook in zijn pensioen terugziet. Want dergelijke promoties zijn zeer kostbaar. Een pensioen op basis van eindloon betekent immers dat geacht wordt dat gedurende de hele loopbaan dit salaris is verdiend. Dit is niet het geval, zodat in het verleden ook te weinig premie is betaald. Achteraf moet dus geld bijgestort worden. Dit heet back service.

De back service is kostbaarder naarmate over meer achterliggende jaren premie moet worden bijgestort en tevens de promotie forser is. Bij pensionering van een werknemer wordt zijn pensioenopbouw afgefinancierd. Dit brengt met zich mee dat de kosten hiervan worden opgebracht door actieve werkenden.

Pensioenfondsen werken met een doorsneepremie: iedereen betaalt dezelfde procentuele premie. De kosten van de back service worden doorberekend in de premie. Wie dus geen promotie maakt, betaalt mee aan het pensioen van de collega die wel carrière maakt. De laatste betaalt voor zijn pensioenopbouw minder dan eigenlijk nodig zou zijn.

Deze overheveling van 'arm naar rijk' is een grote onrechtvaardigheid van het systeem. Het probleem treedt nauwelijks op in een bedrijf met een homogeen personeelsbestand, waar iedereen vrijwel dezelfde carrière volgt. In bedrijven waar verschillende groepen van het personeel verschillende carrières volgen, treedt de overheveling wel op. Ook binnen een groep is sprake van overheveling als een klein deel van de groep wel promotie maakt en de rest niet.

De omvang van de back service worden bepaald door het promotiebeleid en door de loonstijging. Met name dat laatste is niet te voorzien. Ze is afhankelijk van de onderhandelingen tussen cao-partijen. Dit maakt de kosten van het eindloonstelsel moeilijk beheersbaar.

Pensioenbreuken ontstaan bij verandering van werkkring en tevens verandering van pensioenfonds. Gebruikelijk was dat het oude pensioenfonds de rechten bevroor en niet meer aanpaste aan de inflatie. Hieraan is goeddeels een eind gemaakt door het wettelijk recht op overdracht: voortaan kan men zijn pensioenrechten meenemen naar de nieuwe werkgever. Oude breuken worden echter doorgaans niet meer gerepareerd.

De pensioenbreuk ontstaat niet als iemand verandert van baan, maar binnen dezelfde bedrijfstak blijft waarvoor één pensioenfonds geldt.

Het eindloonsysteem stelt de verzekerde in staat grosso modo in dezelfde welstand door te leven als voor pensionering. Maar als de inflatie te hoog oploopt, zullen pensioenfondsen korten op de uitkeringen. Want de indexatie van de pensioenen is voorwaardelijk gegarandeerd. Hierdoor komt de zekerheid van een goed pensioen weer op losse schroeven.

De vakbeweginmg is geen tegenstander van het overschakelen van eindloon naar middelloon, echter onder de strikte voorwaarde dat de franchise wordt verlaagd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden