Einde vut kost bijna vier miljard meer dan begroot

De laatste Nederlander die met behulp van de vut-uitkering vervroegd kon stoppen met werken, gaat deze week echt met pensioen. Daarmee komt na vier decennia een einde aan de vut.

Kabinet, werkgevers en werknemers kwamen in 2004 bijeen, onder andere om afspraken te maken over de vut. Beeld Inge van Mill / ANP
Kabinet, werkgevers en werknemers kwamen in 2004 bijeen, onder andere om afspraken te maken over de vut.Beeld Inge van Mill / ANP

Dat einde was eigenlijk al in 2006 gepland, maar er kwam een overgangsregeling voor 55-plussers. Die heeft het ambtenarenpensioenfonds ABP in de afgelopen tien jaar ruim 15 miljard euro gekost. Dit bedrag werd vrijwel helemaal opgebracht door jongere ambtenaren en overheidswerkgevers.

De laatste vutuitkering stopte eind december 2015 op de 65ste verjaardag van de laatste vervoegd uitgetreden ex-ambtenaar. Door de verhoging van de pensioenleeftijd moesten de laatste vutters het eerste kwartaal van 2016 zelf overbruggen. Vanaf 1 april zijn zij officieel met pensioen.

Overgangsregeling

Het kabinet Balkenende II maakte per 2006 een eind aan de vut. Die regeling maakte het mogelijk dat ambtenaren net zoals de meeste werkenden op hun 62ste konden stoppen met werken. De overgangsregeling die tot dit jaar liep, was destijds zeer omstreden: Het was de eerste keer dat zo klip en klaar was dat jongeren oudere collega's subsidieerden. Toen werd nog gerekend op een kostenpost van 11,4 miljard euro.

Vooral de vakbeweging, de FNV voorop, kreeg de volle laag. De afspraken waren voor twee jonge ambtenaren, Mei Li Vos en Martin Pikaart, aanleiding het Alternatief voor Vakbond, AVV, op te richten. Vos is nu lid van de Tweede Kamer voor de PvdA, Pikaart sluit zelf cao's af.

De regeling kwam er omdat vakbonden en werkgevers het onredelijk vonden dat oudere werknemers plots drie jaar langer zouden moeten doorwerken, tot hun 65ste verjaardag. Dat was toen nog de pensioenleeftijd.

De laatste vutters: zij hebben 15 miljard euro gekost

De laatste Nederlander die dankzij de vut vervroegd kon stoppen met werken, gaat vandaag echt met pensioen. Leve de vut, of toch niet? (+)

Afspraak

Bij het ABP spraken bonden en werkgevers af dat ambtenaren geboren tot 1950 toch nog met vut zouden kunnen. De uitkering zou later beginnen - drie maanden na de 62ste verjaardag. De laatste uitkering startte dus in maart 2013 en eindigde in december vorig jaar.

De vut-uitkeringen eindigden op de 65ste verjaardag. Dat betekent dat de vutters uiteindelijk enkele maanden zelf moesten overbruggen omdat de AOW-leeftijd inmiddels is verhoogd. Degeen die in december vorig jaar 65 werd, krijgt eind deze maand AOW.

15,2 miljard euro

Nu de boeken gesloten worden, staat de kostenteller op 15,2 miljard euro, bijna vier miljard meer dan destijds begroot. Ambtenaren droegen via premies 7,5 miljard euro bij aan de regeling, werkgevers 6,7 miljard. Daarnaast werd 1,2 miljard gebruikt die in het vutfonds zat. De overschrijding is volgens het pensioenfonds ABP geen tegenvaller maar een rekenkwestie: vut-uitkeringen die al in 2004 en 2005 waren ingegaan, en in 2006 al liepen, zijn nu bij de eindafrekening ook meegeteld.

Ambtenaren geboren na 1950 die zelf dus geen profijt van de regeling hadden droegen 6,8 miljard euro af. Het ABP voerde de regeling uit in opdracht van bonden en werkgevers. Ook in andere bedrijfstakken 'repareerden' vakbeweging en werkgevers het afschaffen van de vut met overgangsregelingen voor werknemers geboren voor 1950. Het gros van deze regelingen liep daardoor net als bij het ABP vorig jaar af omdat de vutuitkering op de 65ste verjaardag eindigde.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden