Eens per week een andere baan: Rotterdamse OV-chauffeurs gaan het experiment aan

Verzuimen oudere werknemers minder met gevarieerde taken?

De trambestuurder op de bus en de buschauffeur op de tram: het Rotterdamse vervoersbedrijf RET geeft een eigen invulling aan de term 'een leven lang leren'.

Foto Arie Kievit

Enkele buschauffeurs en trambestuurders van de Rotterdamse regiovervoerder RET hoeven één dag per week niet meer achter het stuur plaats te nemen. In plaats daarvan werken ze als servicemedewerker op de perrons om de veiligheid te verhogen en reizigers de weg te wijzen. Er zijn ook buschauffeurs die een dag per week op de tram gaan rijden en trambestuurders die een buslijn gaan runnen. Een aantal kaartjescontroleurs wordt parttimedienstverlener en mag een dag per week vragen van reizigers beantwoorden. Monteurs werken bij de Centrale Verkeersleiding.

De RET wil zo onderzoeken of oudere werknemers minder verzuimen en langer inzetbaar zijn als hun taken gevarieerder zijn. Aan het experiment doen 25 werknemers mee, voornamelijk 55-plussers.

Het ministerie van Werkgelegenheid en Sociale Zaken reageerde tijdens een werkbezoek enthousiast, vertelt Sietske van Rossum. Als programmamanager duurzame inzetbaarheid is zij bij de RET de aanjager van het project. Het bedrijf geeft hiermee een eigen invulling aan de term 'Een leven lang leren'.

Overheden, werkgevers en vakbonden hameren op het belang van voortdurende bijscholing nu de pensioengerechtigde leeftijd omhoog gaat. Alleen 'een leven lang leren' houdt werknemers vitaal op een arbeidsmarkt die steeds flexibeler wordt en bij een opschuivende pensioenleeftijd.

De trambestuurders en hun collega's leren niet in een klaslokaal, maar tijdens het werk. 'Het mes snijdt aan twee kanten', zegt de programmamanager. 'De oudere medewerkers leren iets nieuws en werken een dag met een andere belasting. Daardoor houden ze het werk hopelijk langer vol en zijn ze ook tevredener over hun werk.'

Prikkel

Het kost geld om 55-plussers op te leiden, te vervangen en te begeleiden bij hun nieuwe werk. Heeft de RET zo veel over voor een opgefriste monteur en een blije klant? Van Rossum: 'Ruim eenderde van de oudgedienden heeft gezondheidsklachten. Het kost de RET ook geld als zij langdurig ziek of arbeidsongeschikt worden. Als werkgever hebben we er belang bij dat onze medewerkers gezond blijven tot aan hun pensioen.'

Tinka van Vuuren, bijzonder hoogleraar vitaliteitsmanagement bij de Open Universiteit, is enthousiast over het experiment van de RET. 'Dit is precies de prikkel die we willen geven op het gebied van duurzame inzetbaarheid. Door een dag in de week ander werk te doen, verbreden de medewerkers hun werkervaring. De variatie is goed voor hun gezondheid en motivatie. Bovendien hebben ze meer te bieden als ze toch ander werk moeten zoeken.'

37 procent van de laagopgeleiden en 64 procent van de hoogopgeleiden in Nederland volgt een cursus.

Bron: Arbeidsmarktanalyse UWV, 2017

Een onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau in 2016 wees uit dat slechts vier op de tien werknemers in de twee jaar voor het onderzoek iets aan scholing hadden gedaan. Onder hoogopgeleiden was dat 57 procent en onder laagopgeleiden 24 procent. Juist voor de groepen met een zwakke positie op de arbeidsmarkt, zoals laagopgeleiden en ouderen, lijkt 'een leven lang leren' niet van de grond te komen. Terwijl die groepen scholing het hardst nodig hebben.

Van Vuuren: 'Laagopgeleiden hebben vaak een aversie tegen bijleren, omdat hun schooltijd één grote faalervaring was. We moeten dus zoeken naar alternatieven - niet alleen omdat nieuw werk hun geest helder houdt, maar ook omdat er een zakelijk belang is. Medewerkers die minder gemotiveerd zijn of vaak ziek zijn, zijn duur en minder productief. Op de lange termijn leveren projecten om hen fris en fruitig te houden hun geld dus wel op.'

Teleurstellend vindt de hoogleraar wel dat informeel leren het formele leren niet kan compenseren. Mensen die veel trainingen en opleidingen volgen, blijken ook tijdens het werk beter te leren. Van Vuuren kan deze constatering in het SCP-rapport wel verklaren. 'Het werk van laagopgeleiden is vaak routinematig, waardoor er tijdens het werk weinig te leren valt.'

Trambestuurder André den Exter helpt donderdag, zoals hij elke week een dag doet, reizigers op de perrons van de RET in Rotterdam Foto Arie Kievit

Helpdesk

Twee jaar geleden kregen ict-medewerkers van Wageningen University & Research een ander rooster. Een groot deel van de 160 techneuten verhuisde een dag per week naar de helpdesk. Voor een enkeling onder hen was het te hoog gegrepen om medewerkers en studenten in het Engels te woord te staan. Maar het merendeel greep de kans om extra ervaring op te doen met beide handen aan. 'Wij zien dat het werk verschraalt', vertelt Maarten Brouwer, hoofd ict. 'Leveranciers nemen taken over en medewerkers gebruiken vaker hun eigen apparatuur. Als maatschappelijk betrokken organisatie zijn we er niet op uit mensen op straat te zetten. We willen hen tijdig helpen hun blikveld te verruimen.' Uit een recent tevredenheidsonderzoek onder de ict'ers blijkt dat ze nu meer werkplezier ervaren en beter samenwerken. De verzuimcijfers blijven stabiel. En projecten zoals de invoering van nieuwe telefonie lopen gesmeerder nu de ict'ers ook bij de helpdesk werken. Brouwer: 'Voor ons een bevestiging dat we zo'n 20 procent van ons opleidingsbudget moeten besteden aan informeel leren.'

'Meneer, u bent een schat'

'Ik mag nog negen jaartjes werken', zegt André den Exter (58) in onvervalst Rotterdams. Mag, niet moet. De trambestuurder heeft er nog lol in na 33 dienstjaren bij de RET. Sinds twee maanden ziet zijn rooster er anders uit: drie dagen per week zit hij achter het stuur en één dag loopt hij met twee collega's als servicemedewerker op het perron. 'In het begin was ik niet bekend met alle lijnen. Als mensen naar Alexanderpolder moesten, kon ik ze niet snel genoeg vertellen welke lijn ze moesten hebben. Maar nu weet ik al zo veel dat de tramconducteur passagiers met vragen vaker naar mij stuurt.'

Den Exter vindt dat het experiment veel voordelen heeft. Hij leert bij, zijn werk is afwisselender en hij beweegt meer. 'Het was even wennen na al die jaren op mijn kont. Maar lopen houdt me fit. Laatst heb ik een fiets van een mevrouw de trap op gesleept. 'Meneer, u bent een schat', zei ze. Was mijn avond ook weer goed.'

Hij snapt wel waarom de RET hem vroeg voor de proef. 'Ik ben gezond en ik kan het werk op de tram nog aan. Maar als ik het niet meer trek, kan ik het hopelijk blijven combineren. Als servicemedewerker sta ik in de zomer het liefst naast een boerenerf in Berkel en Rodenrijs. Maar geef me in de winter station de Beurs maar. Lekker warm en overdekt.'

Meer over