Een rocheltje? Dan grijp je in

De antibiotica gaat er door het drinkwater, want zie negentienduizend kippen maar eens uit elkaar te houden. Kippenhouders Bert en Elly de Kort: ‘De kunst is zoveel mogelijk vlees uit een kilo voer te halen.’..

‘Kijk hoe actief ze zijn’, zegt kippenhouder Bert de Kort. Voor onze voeten schieten de kippetjes naar alle kanten weg. Ze zijn elf dagen oud, geel en donzig. Meer kuiken nog dan kip.

In deze schuur van 15 bij 50 meter zitten er tienduizend van. Op de betonnen vloer ligt een laagje houtkrullen, lange pijpen met gele voerbakken en drinknippels lopen door de stal. Daglicht valt door de ramen in het lage schuine dak.

Aan de zijkant zitten luikjes naar de overdekte uitloop buiten. Die zijn nu dicht. Maar over een week, als de kuikens sterk genoeg zijn, gaan ze open, zegt Bert. Hij raapt een dood kuiken op. ‘Dat hou je altijd.’

Even later staan we in een stal die er bijna identiek uitziet. Alleen zijn hier geen ramen. Het licht komt van tl-bakken, die een zacht geel schijnsel verspreiden. Er is ook geen uitloop naar buiten, en alhoewel deze kuikentjes nog kleiner zijn – ‘Ze zijn nog maar twee dagen uit het ei’ – lijkt de stal veel voller.

Dat klopt ook, want in plaats van tien- zitten hier negentienduizend kuikens bij elkaar, legt Bert uit. Het is ook tropisch warm, maar dat is omdat de kuikens nog klein zijn. ‘Uiteindelijk is een kip een tropisch dier.’

Het is de kippendiscussie in een eierdop. De kip uit stal wordt verkocht als Volwaard, scharrel of Puur & Eerlijk (bij Albert Heijn), de donsballetjes van stal 2 zijn de vleeskippen uit de intensieve houderij die hun leven eindigen bij de kiloknaller en als aanbieding in het schap van de supermarkt.

Kip 1 wordt acht weken oud, zit met dertien op een vierkante meter, heeft buitenuitloop en één sterretje van de Dierenbescherming. Kip 2 wordt zes weken, doet het met half zoveel ruimte en ziet nooit daglicht, laat staan sterren.

Maar in het licht van de huidige discussie valt vooral dit op: kip 2 wordt behandeld met antibiotica, kip 1 zelden. ‘Ik zeg niet nooit’, benadrukt Bert, die baas is over beide soorten. ‘Maar toch bijna nooit.’

Antibiotica is ineens een hot item in de kippenhouderij. Het gebruik van antibiotica door kippenmesters wordt mede als oorzaak gezien van het oprukken van ESBL-bacteriën die bestand zijn tegen antibiotica en daardoor ook de mens kunnen schaden.

86,5 procent van het kippenvlees in de winkel is besmet met ESBL-bacteriën, blijkt uit onderzoek. ‘Een jaar geleden had nog niemand van ons ervan gehoord’, zegt Elly, de vrouw van Bert. ‘Als je dat weet, krab je je als kippenhouder toch wel even achter de oren.’

Bert (60) en Elly (61) de Kort zitten al bijna veertig jaar in de kippen. Ze hebben hun bedrijf in Loon op Zand, in de schaduw van de Efteling. Maar de moderne kippenhouderij is geen sprookje. Het is een door en door gerationaliseerd bedrijf waar elke cent telt.

Topsporter
Het moderne vleeskuiken is een topsporter, vertelt Bert terwijl we door de warme stallen slenteren. ‘Van niks naar 2,5 kilo in zes weken, dat is een prestatie.’ Zoals atleten grijpen naar anabolen, zo gaat dat bij het vleeskuiken met antibiotica.

Een rocheltje, dunne poep, een ontstekinkje, het zijn allemaal aanleidingen om antibiotica in te zetten. ‘Als er iets is, moet je meteen ingrijpen. Je kunt het je niet permitteren ze een weekje te laten uitzieken.’

En als er een deel van de kippen antibiotica moet hebben, krijgen ze het allemaal, want probeer maar eens negentienduizend kippen uit elkaar te houden. ‘We doen het door het drinkwater.’

Kippen mesten is een balanceeract, zegt Bert. ‘De kunst is zoveel mogelijk vlees uit een kilo voer te halen. Niet te actief, dat kost alleen maar energie. Je zit altijd op het randje. Groeien ze te hard, dan gaan ze kapot, groeien ze te langzaam, dan verdien je niks.’

Alles, benadrukt Elly even later aan de keukentafel, is tot de laatste komma doorgerekend. ‘Het is zo jachtig geworden.’ Laatst hoorde ze iemand van Wakker Dier die kipfilet en een blikje kattenvoer had gekocht. Kattenvoer was goedkoper. ‘Dan denk ik: zo kan het toch niet langer.

‘Nu krijgt de boer de schuld’, zegt Bert. ‘Maar dat is niet eerlijk, want we zijn met z’n allen tot hier gekomen.’ Na de oorlog moesten de boeren goedkoop eten produceren voor de consument. Toen dat was gelukt, werd de export ontdekt. ‘We werden door de regering gestimuleerd om te exporteren. Dat bracht werk en geld in het laatje.’

Recentelijk werden ze losgelaten op de wereldmarkt. ‘In Brazilië produceren ze 30 eurocent goedkoper dan wij. Dat komt in containers deze kant op.’ Het antwoord is: nog groter, nog intensiever, nog goedkoper produceren. Het wordt er niet leuker op, vindt Bert. ‘Ik voel me meer vleesproducent dan boer.’

Vandaar dat Bert opveerde toen Elly, die veel in besturen zit, een jaar of zes geleden thuiskwam van een overleg met onder andere de Dierenbescherming over Volwaard kip: iets tussen gangbaar en biologisch in. ‘Hij riep meteen: ‘Vrouw, hou dat in de gaten, dat is iets voor ons.’

Natuurlijk is biologisch het beste, beaamt Bert. Maar duur. ‘Er is maar een kleine groep die dat wil betalen.’ Volwaard zit dichter bij gangbaar dan bij biologisch. Het verschil in prijs tussen een kilo scharrelkip en een kilo gangbare filet is 2 euro. Biologische is drie keer zo duur.

Weerbaarder
Volwaard begon met zes boeren en een aantal supermarktketens. Maar het kreeg pas vaart toen Albert Heijn er vorig jaar in stapte met Puur & Eerlijk. Sindsdien zijn er dertig bedrijven bij gekomen. Boeren hebben niet veel op met AH, bekent Bert. ‘Maar dit hebben ze goed gedaan.’

Bert en Elly hebben achter hun huis 75 duizend gangbare kippen en een paar kilometer verderop een schuur met twintig duizend Volwaard kuikens. Daarvoor gebruiken ze een ander kippenras, legt Bert uit, terwijl hij in de stal een kuiken uit een gele kluwen plukt.

Het piept tussen zijn vingers. ‘Ze zijn sterker en groeien langzamer.’ Daardoor zijn ze weerbaarder dan hun soortgenoten in de intensieve stal en hebben dus ook minder medicijnen nodig.

Hij laat het kuiken los; het schiet er vandoor. Eigenlijk is het weer bijna zoals het was toen hij veertig jaar geleden begon. ‘Toen hielden we de kuikens ook acht weken en waren ze op het eind 1,5 kilo. Geen 2,5 zoals nu.’

Elly weet nog wat Bert zei toen ze, leunend tegen de muur van de buitenren, voor het eerst stonden te kijken naar hun nieuwe scharrelkippen. ‘Jij zei: nu voel ik me weer kippenboer.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden