Een poldermodel voor miljonairs

Goldman Sachs, de laatste en tevens beroemdste financiële maatschap op Wall Street, gaat naar de beurs. Ruim twintig jaar broedden de 'monniken' van de Firma op dit ei....

TIM OVERDIEK; JOOST RAMAER

door Tim Overdiek en Joost Ramaer

BEHALVE de niet meer te bevatten omvang - 34 miljard dollar - was er nóg iets bijzonders aan het huwelijk tussen Norwest en Wells Fargo: beide banken gebruikten dezelfde adviseur. Dat mag gerust een unicum heten. Huwelijken tussen Amerikaanse bedrijven vinden plaats in een mijnenveld van strenge regels en kritische aandeelhouders. En toch eisten Norwest en Wells Fargo beide dezelfde begeleider: investeringsbank Goldman Sachs, beter bekend als de Firma.

Hun dringende verzoek leidde tot lichte paniek in het Goldman-klooster aan 85 Broad Street, nabij Wall Street. Want de bewoners mogen door hun toewijding en beslotenheid dan wel bekend staan als 'de monniken', zij werken in dezelfde explosieve omgeving als iedere andere bankier. De bank vond er iets op. Goldman Sachs formeerde twee teams, voor iedere bank één, die in strikte vertrouwelijkheid en onafhankelijk van elkaar opereerden. Fusiebank Wells Fargo werd geboren zonder complicaties.

Dit verhaal illustreert een karaktertrek van Goldman Sachs die nogal onderbelicht bleef, toen de bank deze week bekend maakte naar de beurs te zullen gaan. Geld, heel veel geld, domineerde de reacties op dit bericht. Geheel onbegrijpelijk was dat niet. De waarde van de bank in zijn geheel wordt geschat op zestig miljard gulden. De 189 partners van de Firma verdienen ieder tussen de honderd en tweehonderd miljoen gulden aan de beursgang. Zij sloten 1997 af met een balanstotaal van 178 miljard dollar - bijna 360 miljard gulden, ongeveer de helft van het Nederlandse nationaal inkomen.

Maar de geboorte van Wells Fargo laat zien dat Goldman Sachs meer is dan een miljardenkluis. Samenwerking is de andere pijler onder de bank - intern, maar ook met en voor de klanten. Overlopers die elders meer willen verdienen, een epidemie onder investeringsbanken, kent Goldman Sachs niet of nauwelijks. Schandalen zijn even schaars - maar dan ook meteen van indrukwekkende omvang. De bank vermeed de vele vijandige overnames die Wall Street in de wilde jaren tachtig overspoelden. De partners zijn verplicht hun enorme verdiensten grotendeels in de Firma te laten - ook na de beursgang.

Goldman Sachs is een soort poldermodel, gebouwd en bewoond door miljonairs.

Het besluit om de Firma naar de beurs te brengen, viel tijdens een bijeenkomst in Goldmans eigen, zwaarbewaakte congresoord, in een bosrijke omgeving even benoorden New York. De partners vergaderden in Quaker-stijl: zij kwamen in stilte de zaal binnen, maar mochten na het begin opstaan en het woord nemen zodra en wanneer zij maar wilden.

Volgens ooggetuigen, geciteerd in onder meer The Wall Street Journal, werd het een emotionele bijeenkomst. Twee legendarische oud-voorzitters bepleitten handhaving van de maatschap. 'If it ain't broke, don't fix it.' Ook twee leden van het huidige, zeskoppige bestuur waren tegen een beursgang. Hun verzet was begrijpelijk.

Een maatschap is besloten, en geheimhouding is cruciaal voor een zakenbank. Omdat hun fortuin in de Firma zit, denken de partners wel drie keer na over grote financiële risico's: goed voor de klanten. Jonge sollicitanten zoals Johan Friso, prins van Oranje, moeten zich bij Goldman Sachs een twintigtal gesprekken laten welgevallen - met partners, maar ook met secretaresses en telefonistes. Vervolgens werken zij jarenlang harder en voor minder geld dan bij andere banken - al lijden ze geen armoe - , in de hoop ooit partner te worden. Welke beursgenoteerde bank gaat zo met mensen en klanten om? Goldman Sachs is uniek in de financiële wereld.

Meer dan twintig jaar hebben de monniken van de Firma dan ook de tijd genomen om tot hun Grote Stap te komen. Als de grote architect geldt Jon Corzine, een vriendelijk ogende, brildragende vijftiger met een baard. Meteen nadat de partners twee jaar geleden voor de zesde en laatste keer een beursgang verwierpen, vormden Corzine en zijn co-chairman Henry Paulson twee commissies, elk met negentien zwaargewichten uit de bank. Daarnaast organiseerden zij een studie naar de marktkansen voor Goldman Sachs. Intussen trokken Corzine en Paulson de wereld rond, pratend en handenschuddend met wantrouwige partners, die zij aanmoedigden vrijuit hun mening te spuien.

Er was toen al veel veranderd bij de Firma. In datzelfde jaar werd de titel 'partner' formeel afgeschaft. Er kwam een nieuwe hiërarchie van managing directors en limited partners. De laatste zijn vergelijkbaar met houders van preferente, niet-stemgerechtigde aandelen, die een vast dividend krijgen uitbetaald. Bredere spreiding van de rijkdom door alle lagen van het bedrijf was de opzet.

Volgens het jaarverslag over 1997 telt Goldman Sachs 394 managing directors. Onder hen bevinden zich minstens drie herkenbare Nederlanders: Wiet Pot, Pieter Maarten Feenstra en Hugo van Vredenburch.

Onder hen ook Abby Cohen, een van de naar verluidt achttien vrouwelijke managing directors die Goldman Sachs een jaar geleden telde. Cohen, een nuchtere moeder van twee tienerdochters die met de metro naar haar werk gaat, is de beste en best betaalde beleggingsanalist op Wall Street. De reden: sinds 1991 hield zij in haar voorspellingen vast aan stijgende beurzen, en tot dusver kreeg zij gelijk. Cohen is geen partner. Dit najaar zal Cohen naar verwachting in de prijzen vallen, en daardoor ook optimaal kunnen profiteren van de beursgang.

De conclusie van Corzines en Paulsons marktstudie was ondubbelzinnig: de Firma zal de komende tien jaar agressief moeten uitbreiden. Goldman Sachs is een grootmacht in fusiebegeleiding, obligatiehandel, beleggingsanalyse en beursintroducties - maar niet in vermogensbeheer, dé groeimarkt van de toekomst. Dat betekent: vermogensbeheerders overnemen , en dat gaat het beste door eigen aandelen uit te geven.

Tot een stemming is het niet gekomen tijdens die Quaker-vergadering: 'een overweldigende meerderheid' van de partners was vóór de beursgang.

De kloosterorde van Goldman Sachs is door schade en schande gerijpt. Net als zoveel andere Amerikaanse instituten is Goldman Sachs in de negentiende eeuw opgericht door een joodse emigrant uit Duitsland. Marcus Goldman uit Beieren begon in 1869 in New York een handel in schuldbekentenissen van juweliers. Tijdens zijn dagelijkse wandeling naar kantoor stak hij deze papieren achteloos in de band om zijn hoge hoed.

Het bleek een populair alternatief voor dure bankkredieten, en Goldman kon al spoedig zijn schoonzoon Samuel Sachs laten overkomen. In 1906 bracht Goldman, Sachs & Co. de warenhuizen van Sears Roebuck naar de beurs, het begin van duurzame relaties met de meeste hoofdfondsen van de beurs.

Maar een eigen beursvehikel van de bank bezorgde beleggers tijdens de krach van 1929 zulke enorme verliezen, dat het jaren duurde voordat Goldman Sachs weer een grote onderneming mocht begeleiden. In deze moeilijke jaren kwam de man bovendrijven die Goldman Sachs werkelijk groot zou maken: Sidney Weinberg, begonnen als schoonmaker en geëindigd als voorzitter. Een van Weinbergs grootste wapenfeiten was de beursgang van autogigant Ford in 1956.

Meteen na zijn overlijden in 1969 kreeg Goldman Sachs de tweede grote klap te verwerken. De ondergang van spoorwegmaatschappij Penn Central in 1970, een van de grootste faillissementen uit de Amerikaanse geschiedenis, bezorgde Goldman Sachs een golf van schadeclaims. De meeste werden geschikt. Zes jaar later had de bank een vermogen van minder dan honderd miljoen dollar.

Gus Levy, voorzitter tijdens het Penn-debâcle, bedacht een pakkende term voor de cultuur die Weinberg had geperfectioneerd: long-term greed, hebzucht op de lange termijn. Het werd een sleutelwoord voor Goldman tijdens de wilde jaren tachtig. De bank zei medewerking aan vijandige overnames te zullen weigeren. Dat lukte niet helemaal: in 1997 bleek Goldman Sachs drie keer short-term greedy, onder meer als adviseur van staalfabrikant Krupp Hoesch bij de mislukte overval op Thyssen.

In 1994 trad voorzitter Friedman af - hij is nog steeds limited partner - , na zo'n veertig collega's te hebben ontslagen. Oorzaak: de winst bedroeg dat jaar 'slechts' vijfhonderd miljoen dollar, na een record van een dikke twee miljard het jaar daarvoor.

Ook dit laatste trauma zal de geesten rijp hebben gemaakt voor een beursgang. Nee, geld was niet het hoofdmotief, bezwoeren Corzine en Paulson afelopen maandag tijdens wat de New York Times omschreef als 'een wervelstorm van conference calls, video- en persconferenties en handenschudsessies'. Corzine: 'In tegenstelling tot wat u overal kunt lezen, doen wij dit niet voor het geld. '

Hij had gemakkelijk praten: prominente partners zoals hijzelf verdienen ook vóór de beursgang al vele miljoenen per jaar. Maar het is wel waar dat het bestuur er alles aan doet om zoveel mogelijk medewerkers in het beursmanna te laten delen, naar eigen zeggen op 'ongebruikelijk genereuze' voorwaarden.

Als prins Johan Friso een beetje geluk heeft, blijft Goldman Sachs ook na de beursgang een unicum.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden