INTERVIEWEconoom Ha-Joon Chang

Een pleidooi voor ander kapitalisme: landen die vrijhandel prediken, werden groot door protectionisme

De Zuid-Koreaanse econoom Ha-Joon Chang van de universiteit van Cambridge is kritisch over de manier waarop de wereld zich sinds ‘de gouden jaren van het kapitalisme’ heeft ontwikkeld. Hoewel armoede wereldwijd afneemt, gaat de ongelijkheid binnen landen door het dak. En de minst ontwikkelde landen zouden gebaat zijn bij protectionisme.

Ha-Joon Chang: ‘Je moet aanvaarden dat landen als Ethiopië economisch gezien iets ­fundamenteel anders nodig hebben dan rijke landen.’ Beeld Getty
Ha-Joon Chang: ‘Je moet aanvaarden dat landen als Ethiopië economisch gezien iets ­fundamenteel anders nodig hebben dan rijke landen.’Beeld Getty

‘Een land dat arm en wanhopig is, heeft soms een importtarief van 50 procent nodig. Of het moet de technologie van rijkere landen stelen zonder voor de patenten te betalen. Dat deden Nederlandse bedrijven ook. In Nederland werd de Patentwet afgeschaft in 1859, die keerde pas terug in 1912. In de tussentijd ontwikkelde Philips zich. Als Nederland een patentwet had gehad, had Philips patenten moeten betalen voor zijn gloeilampen aan General Electric en Thomas Edison en had het waarschijnlijk niet kunnen overleven.’

Econoom Ha-Joon Chang groeide op in Zuid-Korea, waar westerse producten schaamteloos werden gekopieerd en vervalst. Met illegaal gekopieerde boeken bereidde hij zich voor op het toelatingsexamen van de universiteit van Cambridge, waar hij tot een kritisch en invloedrijk wetenschapper zou uitgroeien.

Korea had diefstal nodig om zich te ontwikkelen, zegt hij. Toen hij in 1963 werd geboren, was Zuid-Korea een arm en treurig land. Zijn vader was een hoge ambtenaar op het ministerie van Financiën, maar het gezin woonde op een tweekamerflat waar het ’s winters altijd koud was en het toilet niet kon worden doorgespoeld – die luxe was slechts weggelegd voor zeer rijke Koreanen.

Niettemin genoot de familie een zekere welstand. Ze beschikten over een kleine zwart-wittelevisie die als een magneet op de buren werkte, vooral bij belangrijke sportwedstrijden. Toen een neef uit de provincie op bezoek kwam, verwonderde hij zich over een merkwaardige witte kast die pontificaal in de huiskamer was neergezet. Dat was de koelkast, destijds een relatief onbekend fenomeen in Zuid-Korea, die in de kamer stond omdat de keuken te klein was.

Tegenwoordig is Ha-Joon Chang burger van een van de rijkste en inventiefste landen ter wereld. Die verandering voltrok zich niet door vrijhandel en een liberale economie. Integendeel: het ‘economische wonder’ van Zuid-Korea werd tot stand gebracht door een autoritair bewind dat aan staatsplanning deed, hoge tariefmuren optrok en diefstal van intellectueel eigendom toestond.

Changs levensgeschiedenis is medebepalend voor zijn blik op de wereld: er is veel mogelijk, mits het juiste beleid wordt gevoerd. Daartoe moeten we afstand nemen van dogma’s en dominante ideologieën. Een van zijn bekendste boeken is 23 Things They Don’t Tell You About Capitalism, waarin hij een groot aantal mythen over vrijhandel en globalisering ontrafelt. Achter de schijnbare vrijheid gaan grote machtsverschillen schuil, zegt hij. Tussen landen, maar ook tussen burgers binnen landen. Onmiskenbaar heeft hij een voorkeur voor ‘de gouden jaren van het kapitalisme’, de naoorlogse periode met hoge groei, lage werkloosheid, veel staatsinterventie en relatief weinig sociale ongelijkheid.

Het huidige systeem van globalisering en liberalisme betekende toch ook vooruitgang? Miljarden mensen zijn uit de armoede verheven, zegt bijvoorbeeld de Canadese psycholoog Steven Pinker.

‘Dat klopt. Maar dan wordt de relevante vraag: had dat op een betere manier kunnen gebeuren? Tussen 1950 en 1975 groeide de wereldeconomie met gemiddeld 2,6 procent per jaar. Sinds 1980 is dat nog maar 1,5 procent per jaar. Als we de groei uit de vorige periode hadden kunnen handhaven, hadden we nog meer mensen uit de armoede kunnen verheffen. Maar het gaat niet alleen om het aantal armen. In veel landen is de sociale ongelijkheid sterk toegenomen. Het aantal financiële crises sinds 1980 is zo groot geweest dat ik de tel ben kwijtgeraakt.’

‘De gouden jaren van het kapitalisme’ tussen 1950 en 1975 mondden toch uit in werkloosheid en inflatie?

‘Er waren zeker problemen. Maar we hadden het systeem kunnen hervormen. Nu gingen we een compleet andere, neoliberale kant op. Ik ontken niet dat de laatste dertig jaar veel mensen uit de armoede zijn verheven, vooral in China. Maar moet je daarom accepteren dat de ongelijkheid in de Verenigde Staten door het dak is gegaan?

‘Globalisering wordt vaak afgeschilderd als een niet te stoppen kracht. Maar als je naar afzonderlijke landen kijkt, zie je grote verschillen. In de Verenigde Staten en Groot-Brittannië is de ongelijkheid sterk toegenomen. In landen als Nederland en Canada maar een klein beetje, in Frankrijk en Zwitserland is zij zelfs afgenomen. Dus landen hebben wel degelijk de mogelijkheid hun eigen beleid te voeren.’

Raakt het beeld niet vertekend doordat China zo groot is? Als China het goed doet, lijkt het meteen beter te gaan met de hele wereld.

‘Ja, het is ironisch dat de verdedigers van het kapitalisme zich beroepen op China, nog altijd een soort socialistisch land waar 30 tot 40 procent van de bedrijven in handen van de staat is. China heeft het heel goed gedaan, maar er zijn ook landen in Zuid-Amerika en Afrika die het de laatste dertig jaar heel slecht hebben gedaan. Daarom ben ik altijd tegen zo’n algemeen verhaal over ‘de globalisering’.’

Hyundai begon in de jaren veertig als een aftandse garage op een afgelegen bedrijventerrein in het destijds straatarme Zuid-Korea. Het kon uitgroeien tot een wereldconcern doordat het werd gestimuleerd door de Koreaanse staat en beschermd met hoge tariefmuren. De Zuid-Koreaanse economie werd pas geliberaliseerd toen bedrijven als Hyundai, Samsung en Daewoo sterk genoeg waren om de internationale concurrentie aan te kunnen.

Tegenwoordig wordt een kasplantje uit een arm land al snel verpletterd onder het geweld van de internationale concurrentie, aldus Chang. Onder de dominante liberale ideologie krijgen veel landen pas hulp en leningen als zij hun markten openen en intellectueel eigendom beschermen. Daardoor is de wereldhandel net een voetbalwedstrijd tussen het team van Brazilië en het elftal van mijn 11-jarige dochter, schreef Chang in zijn boek Bad Samaritans. De regels zijn voor alle spelers gelijk, maar van een eerlijke wedstrijd is geen sprake. Chang: ‘Het is moeilijker voor landen die zich ontwikkelen om het goed te doen dan in de jaren zestig en zeventig, toen de mondiale regels meer concessies aan zulke landen toestonden.’

Welke landen zouden tegenwoordig van meer protectionisme kunnen profiteren?

‘Het interessante van economische ontwikkeling is dat je niet van tevoren kunt weten wie succesvol is. Landen als Japan, Korea en zelfs Duitsland werden ooit gezien als hopeloze gevallen. Britse reizigers schreven in de jaren twintig en dertig van de 19de eeuw over de ‘diefachtige’ Duitsers, die te langzaam, oneerlijk en emotioneel zouden zijn, bijna het omgekeerde van het stereotype van tegenwoordig. Vlak voor het Wirtschaftswunder van de jaren vijftig beschreef de Amerikaanse hulporganisatie US Aid Duitsland als een bodemloze put. We stoppen er al jaren geld in, schreef US Aid, maar er komt nooit iets uit.

‘Ethiopië, Vietnam, Rwanda: dat zijn landen die het goed hebben gedaan en zich beter zouden kunnen ontwikkelen door een vorm van protectionisme. Maar waar het mij om gaat: je moet de algemene condities gunstiger maken, zodat arme landen het goed kunnen doen. Ik zeg niet dat al die landen totale protectie moeten hebben, zoals in Noord-Korea, maar je moet aanvaarden dat landen als Ethiopië iets fundamenteel anders nodig hebben dan rijke landen als Nederland of de Verenigde Staten. Je zou bijvoorbeeld vijf of zes verschillende regimes kunnen instellen: naarmate een land rijker wordt, moet het zijn protectionisme verminderen.’

Had Donald Trump dan toch een beetje gelijk met zijn kritiek op vrijhandel?

‘Nee! Ik pleit voor het beschermen van de minst ontwikkelde landen. Trumps protectionisme was precies omgekeerd: het rijkste land ter wereld wilde zichzelf beschermen.’

U bent sterk beïnvloed door uw eigen verhaal uit Zuid-Korea. Maar sommige landen, vooral in Afrika en de Arabische wereld, worden zo slecht bestuurd dat het moeilijk voorstelbaar is dat ze ooit rijk worden.

‘Als je ver genoeg teruggaat, waren alle landen ooit dictaturen met veel corruptie. Sommige landen zijn daar uitgekomen, andere niet. Maar je komt er uit door economische ontwikkeling, niet door een campagne tegen corruptie. Armoede maakt mensen oneerlijk. Dat zag je in de 19de eeuw met het voorbeeld van de stelende Duitsers.

‘In de jaren negentig was het idee van de ‘African growth tragedy’ heel populair: Afrikaanse landen zouden structureel onderontwikkeld zijn omdat ze een tropisch klimaat hebben, vatbaar zijn voor ziekten, etnisch verdeeld zijn en vaak zijn ingesloten door land. Helaas voor de verkondigers van dit verhaal deden een heleboel Afrikaanse landen het goed in de jaren tien, al zijn ze weer iets teruggeworpen door dalende grondstoffenprijzen. Maar het liet zien dat het mogelijk was om te groeien. Ethiopië groeide tussen 1995 en 2015 zelfs sneller dan China, uiteraard wel vanaf een heel laag beginpunt.’

De geschiedenis speelt een belangrijke rol in het oeuvre van Ha-Joon Chang. De landen die nu vrijhandel prediken, zijn zelf groot geworden door protectionisme, stelt hij. Vanuit hun comfortabele positie schoppen ze de ladder weg waarmee arme landen omhoog zouden kunnen klimmen.

‘In de geschiedenis heb je maar twee landen die zijn gegroeid door vrijhandel: Nederland en Zwitserland, voor de Eerste Wereldoorlog. Alle andere landen hebben op enig moment een zwaar protectionistisch beleid gevoerd. Het Verenigd Koninkrijk bekeerde zich pas tot vrijhandel toen het de dominante industriële macht was. De Verenigde Staten hadden in de 19de en 20ste eeuw de hoogste tarieven ter wereld om hun industrie tegen Europese concurrentie te beschermen.’

Wat betekent de opkomst van China voor ontwikkelingslanden?

‘Daar zitten goede en slechte kanten aan, maar al met al geloof ik dat de opkomst van China goed is. Begrijp me goed: ik ben een Koreaan, onze voorouders zijn vijfduizend jaar door de Chinezen gepest. Ik ben niet noodzakelijkerwijs een voorstander van een sterk China. Maar vanuit het perspectief van de ontwikkelingslanden is er nu concurrentie tussen China en de VS als donoren en investeerders. Ontwikkelingslanden kunnen China en de VS tegen elkaar uitspelen, zoals ze vroeger de Sovjet-Unie en de VS tegen elkaar uitspeelden. Dat versterkt hun positie.’

Wat zijn de gevolgen van de coronacrisis voor de verhouding tussen arme en rijke landen?

‘Ontwikkelingslanden hebben meer zelfvertrouwen gekregen. De grote imperialistische naties – de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Frankrijk – hebben een rotzooitje gemaakt van de beheersing van het virus. Landen als Vietnam en Ethiopië hebben het virus veel beter ingedamd, hoewel ze erg arm zijn.’

Bent u optimistisch over de mogelijkheden voor een evenwichtiger handelspolitiek die arme landen meer mogelijkheden geeft te groeien?

‘Ik ben wel optimistisch. De succesvolste landen zijn altijd de pragmatische landen geweest, de landen die streefden naar balans, niet naar ideologie. Het idee dat er één waarheid is die je tot elke prijs moet volgen, zoals in China onder Mao of in de VS onder Reagan, heeft tot veel rampen geleid.

‘Op de lange termijn ben ik altijd optimistisch. In het verleden zeiden mensen dat slavernij iets natuurlijks was. Zo’n dertig jaar geleden zei de Britse premier Margaret Thatcher: wie gelooft dat er ooit een zwarte meerderheidsregering in Zuid-Afrika zal aantreden, leeft in cloud cuckoo land.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden