Een overvloed aan geld en agressie

SAB Miller koopt Grolsch, TomTom koopt Tele Atlas, Binck koopt Alex: alsof er nooit zoiets is geweest als de opkomst van opkoopfondsen, lijkt de fusie- en overnamemarkt weer geheel te draaien om ‘echte’ bedrijven, die ‘echte’ bedrijven kopen, concurrenten of branchegenoten....

Maar ze zijn er nog wel, de opkoopfondsen, alleen zie je ze niet meer. Nadat ze dit voorjaar de show stalen met overnamen zoals die van het Texaanse energiebedrijf TXU (44 miljard dollar), de betalingsverwerker First Data (29 miljard dollar) en de kredietverstrekker Sallie Mae (25 miljard dollar) leek weinig een langdurige heerschappij van deze zogeheten ‘financiële partijen’ in de weg te staan.

‘Strategische’ kopers – de genoemde gewone, ‘echte’ bedrijven, concurrenten, branchegenoten – zouden voortaan het nakijken hebben als er een mooi bedrijf in de etalage zou staan.

Het sprookje van de opkoopfondsen werd ruw verstoord door de kredietcrisis. Logisch: hun werkwijze is gebaseerd op krediet: aankopen worden gefinancierd met gigantische leningen, veelal opgebracht door hedgefondsen en andere grote beleggers die niet vies zijn van een beetje risico.

Dezelfde groep beleggers dus die gek is op beleggen in subprime-hypotheken. En daar ging het mis, met grote gevolgen voor de stabiliteit in de financiële wereld.

Met name hedgefondsen – volgens een rapport van de OESO deze week, goed voor ongeveer de helft van de subprime-ellende – likken nu hun wonden. Crisismanagers maken overuren, nog steeds is onbekend hoeveel schade de sector in totaal heeft geleden.

Intussen is duidelijk dat hedgefondsen geen trek meer hebben in andere avonturen. Voor opkoopfondsen – private equity – betekende dat in augustus het abrupte einde van overnamen van meer dan 1 miljard euro: niemand is meer geïnteresseerd in de financiering.

‘Die markt is dood’, zegt Jurgen van Breukelen, voorzitter van KPMG Corporate Finance. ‘Niet dat private equity uit de markt is, maar deze investeerders richten zich nu op het segment onder het miljard. Dat zijn sommen geld die de grote, internationale banken nog wel in hun eentje willen financieren, zonder de hulp van bijvoorbeeld hedgefondsen.’

Opkoopfondsen moeten ook wel blijven kopen, zegt Van Breukelen, want de kas is nog steeds overvol. De aansprekende resultaten die dit soort investeringsmaatschappijen in 2004 en 2005 behaalden, leidden in 2006 en begin dit jaar tot een toestroom van enkele honderden miljarden euro’s ‘nieuw geld’. En dat geld is nog lang niet op.

Maar toch: het achterwege blijven van de grote deals is fnuikend voor het marktaandeel van de opkoopfondsen. Konden zij in de voorbije recordmaanden mei en juni nog pronken met een aandeel van meer dan 30 procent, dat is de laatste maanden gedaald tot minder dan 10 procent. In november zakte het tot 4 procent van de gehele markt.

Móeten kopen: dat geldt ook voor de categorie overnemers die schijnbaar moeiteloos in het gat sprong dat private equity liet vallen: de strategische partijen, de bedrijven die door te kopen kans zien een concurrent uit te schakelen, hun marktaandeel te vergroten of allerlei kostenvoordelen te boeken.

Het gevolg? ‘Hoge prijzen’, zegt Arnoud van der Slot van de adviesfirma Roland Berger. ‘Hele hoge prijzen.’ Roland Berger onderzocht onlangs de prijsvorming op de fusie- en overnamemarkt.

Alsof er niets aan de hand is wordt er momenteel gemiddeld twaalf keer het bedrijfsresultaat betaald voor overnamen. De 12,3 miljard euro die Danone voor Numico neerlegde, de 11 miljard euro voor Organon, de 2,7 miljard voor Tele Atlas: het zijn uitzonderlijk hoge bedragen vergeleken met de winsten die de ondernemingen maken.

Gewone bedrijven, buiten de financiële sector, blijken niet veel last te hebben van de kredietcrisis. ‘Ze hebben goedgevulde kassen en hun winsten stijgen nog steeds. Ze weten bovendien dat ze dat geld niet zomaar kunnen oppotten. Dan komt er druk uit de hoek van de aandeelhouders’, aldus Van der Slot.

Nog een reden om te kopen is dat een bedrijf met een goedgevulde kas een aantrekkelijke prooi is voor opkoopfondsen – niet altijd een door het management gewenst scenario.

Zo is de koopwoede omgeslagen in koopdwang en dat drijft de prijzen op.

De moordende concurrentie heeft daarnaast geleid tot een aanzienlijke spelverruwing. In 2006 werd bij de toenemende activiteit van opkoopfondsen nog opgemerkt dat het ‘toch wel anders’ ging dan in de wilde jaren tachtig, toen de opkoopfondsen als piraten te keer gingen, lukraak bedrijven overvielen en conglomeraten in mootjes hakten. Hoogtepunt: de plundering door KKR van het voor 31 miljard dollar aangekochte RJR Nabisco.

Nee, in 2006 ging dat heel anders, zo werd bezworen. Voortdurend lieten de financiële partijen weten dat er toch niemand gediend was met vijandigheid: van een overname zonder een gemotiveerd management zou toch geen succes te maken zijn.

Maar eind 2006, onder druk van de steeds heviger wordende concurrentie tussen opkoopfondsen onderling, werd de sfeer grimmiger. Het Britse opkoopfonds Apax kwam ongevraagd met een bod op de Zweedse ziekenhuisketen Capio, de Australische winkelketen Coles-Myer kreeg de Amerikanen van KKR op zijn dak, tegen zijn zin.

In 2006 waren het nog incidenten, in 2007 begon het te wennen. Vijandige biedingen zijn nu eerder regel dan uitzondering en als het even kan wordt er gesplitst. En het zijn zeker niet de opkoopfondsen die een en ander tot kunst hebben verheven: de strategische partijen hebben zich een snelle leerling van de financiële partijen getoond.

In de overnamestrijd om ABN Amro kwam alles samen: het nieuwtje van de consortiumvorming, vijandig bieden en splitsen. Dit najaar was het de beurt aan Hagemeyer (wordt verdeeld tussen concurrenten Rexel en Sonepar), werd er zwaar gevochten om Tele Atlas en werd Alex Beleggersbank tegen de wil van het zittende management door de Rabobank verkocht aan concurrent Binck.

Heineken biedt momenteel samen met de Deense brouwer Carlsberg vijandig op Scottish & Newcastle – met het plan de Britse concurrent op te knippen.

De meeste marktpartijen verwachten niet dat de overnamemarkt binnenkort stilvalt. Zoals gezegd, private equity beschikt nog over volle kassen en de winstgevendheid van bedrijven blijft op peil.

Er is echter een belangrijk verschil met de periode tot juli: meer dan ooit is Europa de kurk waarop de overnamemarkt drijft. Naar omvang gemeten heeft de Amerikaanse markt zwaar te lijden onder de aftocht van de opkoopfondsen.

Volgens cijfers van het Britse databureau Thomson Financial werd er in de recordmaand mei wereldwijd voor 565 miljard dollar aan bedrijven verhandeld, waarvan 42 procent in Europa plaatsvond. In juni (495 miljard dollar) daalde dat percentage naar 30, in juli (526 miljard dollar) herstelde het Europese deel zich enigszins tot 34 procent.

In november is Europa echter ineens goed voor 77 procent van de wereldwijde bedrijvenhandel. De teller staat – met nog een week te gaan – op 241 miljard dollar, bijna net zoveel als in de recordmaand mei, toen er voor 255 miljard dollar aan Europese bedrijven werd verkocht. De kredietcrisis gaat aan de Europese overnamemarkt voorbij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden