Veel van het vermogen van boeren zit in hun landerijen.
Veel van het vermogen van boeren zit in hun landerijen. © Hollandse Hoogte

Een op vijf werkende miljonairs is boer - zijn vermogen bestaat vooral uit grond en stallen

Ze zijn nog zeer actief, maar hebben hun financiën allang op orde: de boeren van Nederland zijn niet zelden miljonair. Hun vermogen bestaat vooral uit grond en de stallen die erop staan.

De landbouw is in Nederland de sector met de meeste miljonairs (gemeten naar waarde van het bezit, niet het inkomen). Een op de vijf werkende miljonairs is boer. Vooral melkveehouders (de helft) en boeren die granen of groenten telen (een kwart) hebben een miljoen euro of meer aan vermogen.

Dat blijkt uit gereviseerde cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek vandaag presenteert. In het meetjaar 2015 waren er 106 duizend miljonairshuishoudens in Nederland. Dat is een fractie meer dan een jaar eerder. De waarde van de eigen woning is daarbij niet meegerekend. Het gaat dus om spaargeld, aandelen en andere effecten en ander onroerend goed dan de eigen woning, zoals grond, bedrijfsgebouwen en beleggingspanden. Eventuele schulden zoals bedrijfskredieten en consumptieve leningen heeft het CBS van het vermogen afgetrokken. De cijfers gaan dus over huishoudens die een netto vermogen (bezit minus schulden) van minimaal een miljoen euro bezitten.

Ongeveer eenderde van de miljonairs is met pensioen, in de overige tweederde van de miljonairshuishoudens was er een werkende kostwinner.

De grootste groep (19 procent) van die werkende miljonairs is dus boer. Hun vermogen bestaat vooral uit de landbouw- en weidegrond en de stallen die ze bezitten. Acht op de tien (werkende) miljonairs zijn ondernemer, en de landbouwsector telt relatief veel zelfstandigen. Dat boeren veel vermogen hebben, wil niet zeggen dat boeren van alle beroepsgroepen ook het meest verdienen. Hun inkomen fluctueert nogal van jaar tot jaar en hangt af van de sector waarin de agrarisch ondernemer actief is. Het ene jaar zijn de melkprijzen hoog en de graanprijzen laag, het andere jaar is dat bijvoorbeeld andersom.

Na de landbouw volgt de financiële dienstverlening als sector met de meeste werkende miljonairs. Hierbij gaat het om directeuren-grootaandeelhouders (zogeheten dga's) met een eigen bedrijf. Daarna volgen de handel en de specialistische zakelijke dienstverlening. Dat zijn volgens het CBS vooral advocaten en organisatieadviseurs. Ook de gezondheids- en welzijnszorg telt met 7 procent van het totaal nog relatief veel miljonairs. Dat zijn vooral medisch specialisten en tandartsen.

De vandaag gepresenteerde cijfers zijn een vervolg op onderzoek dat het CBS eerder deed voor het jaarlijkse miljonairsrapport van Van Lanschot Bankiers. Het CBS heeft die cijfers geactualiseerd en gereviseerd. Uit die actualisatie blijkt dat miljonairshuishoudens begin 2015 (exclusief de eigen woning) gemiddeld 2,9 miljoen euro aan vermogen bezaten. Ter vergelijking: het gemiddelde niet-miljonairshuishouden had 53 duizend euro aan bezittingen naast de (eventuele) eigen woning. Het gemiddelde vermogen van miljonairs is daarmee 55 keer zo hoog als dat van niet-miljonairs. Tweederde van de miljonairs heeft een vermogen van tussen de 1 en 2 miljoen euro, eenderde bezit tussen de 2 en 5 miljoen euro en 3 procent (dat zijn circa drieduizend huishoudens) heeft 10 miljoen of meer.

Het besteedbaar inkomen van miljonairshuishoudens was in 2015 met 136 duizend euro gemiddeld 3,6 keer hoger dan dat van 'gewone' huishoudens, die het met 32 mille moesten doen. Voor bijna eenderde (29 procent) van de miljonairshuishoudens was het vermogen in 2015 de belangrijkste inkomstenbron, in de vorm van rente-, dividend- en huurinkomsten.


1 procent van miljonairs heeft een uitkering

De meeste miljonairs halen hun inkomen uit hun bedrijf (in de vorm van winst) of uit hun vermogen (rente, dividend en huur), maar niet allemaal. Voor ongeveer 1 procent van de 106 duizend miljonairshuishoudens bestond de hoofdmoot van het inkomen begin 2015 uit een socialezekerheidsuitkering. Daarbij ging het niet om de bijstand, want die kent een vermogenstoets, maar om een uitkering wegens werkloosheid of arbeidsongeschiktheid. Het gaat dus om mensen met een vermogen van een miljoen euro of meer die werkloos of arbeidsongeschikt zijn geworden.

Uit de nieuwe CBS-cijfers blijkt net als bij eerdere metingen dat de vermogensongelijkheid in Nederland groot is. De 106 duizend miljonairshuishoudens (1,4 procent van het totaal aantal huishoudens) bezaten in 2015, net als een jaar eerder, 44 procent van het totale vermogen van huishoudens. Daarbij is de eigen woning niet meegerekend. 'Dit geeft aan dat het vermogen van huishoudens scheef is verdeeld', schrijft het CBS.

De inkomensverdeling is in Nederland minder scheef, omdat hoge inkomens worden afgeroomd door belastingen en premies. De 10 procent huishoudens met het hoogste inkomen incasseert 27 procent van het totale inkomen dat huishoudens in Nederland verdienen.