Een laatste verbaasde blik

Twee varkentjes, Ada en Eva, groeiden drie maanden op onder het oog van verslaggever Mac van Dinther. Vandaag wordt afscheid van ze genomen....

In het holst van de nacht rijden we het erf op van het biologisch varkensbedrijf van Jan Overesch in Heino. Het land slaapt, morgen begint een nieuwe week. De boerderij, de stallen en de akkers liggen in het duister.

Alleen aan de voorkant van de vleesvarkensstal brandt licht. Jan, zijn vrouw Mariet en hun zoon Rick staan buiten voor de deur. Ze hebben bodywarmers aan over hun overalls, hun adem maakt wolkjes in de lucht. Een bleke maan schijnt door de kale takken. Er zit een kring omheen. Het zou weleens kunnen gaan vriezen, zegt Jan. Dat doet het waarschijnlijk al.

Achter de dichte houten deur is vaag het gestommel te horen van tientallen varkens die in de gang tussen de stallen klaar staan om ingeladen te worden. Ze weten het, zegt Mariet. Het is anders dan anders: de varkens voelen dat er iets gaat gebeuren. Ze slaat haar armen over elkaar om warm te blijven.

Een uur eerder zat ik nog in het kantoortje van KBR transport in Hellendoorn. Terwijl buiten de vrachtwagen warmdraaide, dronk ik koffie uit de automaat met Roelof Kamphuis (40). Kamphuis, een zwaarlijvige man in ruitjesblouse, is een van de vennoten van KBR, dat staat voor Kamphuis, Brinkhof en Reimink.

Kamphuis zit al sinds zijn 12de in de varkenshandel. Want dat was het vroeger: handel. Vaak zaten ze op zaterdag nog aan de telefoon om varkens te kopen die maandag naar de slachterij moesten. Na de varkenspest van 1997 is alles veel gestructureerder geworden.

De handel wordt nu gedomineerd door een paar grote slachterijen, zoals Vion dat 60 procent van de markt in Nederland beheerst. KBR doet tegenwoordig vooral het vervoer van varkens, handel is er nauwelijks meer bij. Dat geeft vastigheid. Maar de sjeu is er af. Een beetje handel moet er blijven, vindt Kamphuis. ‘Dan valt er nog eens wat te verdienen.’

De varkensprijs wordt wekelijks op vrijdag bepaald in Duitsland, waar de grootste markt zit. Nederlandse slachterijen stemmen hun prijs daarop af. Als ze er te ver onder zitten, wijken de boeren uit. ‘Zullen we maar gaan dan?’, zegt chauffeur Gerrit van de Vegt met een blik op de klok die op half twaalf staat. Kamphuis knikt. ‘Tot straks dan.’

De truck met oplegger ruikt nog nieuw. Hij is pas drie weken oud, zegt Van de Vegt (46). Zowel de chauffeurscabine als de varkenslaadruimte heeft volledige climate control. Er zit verwarming in tegen de kou en ventilatoren voor als het te warm wordt. De kleppen aan de buitenkant kunnen vanuit de chauffeurscabine open en dicht worden gemaakt.

Achter de voorruit staat een nummerbord met ‘Hetty’ erop. Dat is Gerrits vrouw. Aan de spiegel hangen twee vaantjes met de namen van zijn dochters Chantal (8) en Patricia (5). Patricia gaat weleens met vader mee op stap. ‘Ze vindt het prachtig om mee biggen op te halen.’ De oudste vindt het niks.

Met het levenslied op de radio (Als onze liefde eeuwig kon duren*) rijden we over smalle weggetjes naar Heino om onze eerste vracht op te halen. Met moeite manoeuvreert Gerrit de oplegger achteruit de oprit op, tot vlak voor de deur van de stal.

Hij doet de laadbak omlaag en strooit zaagsel om straks de urine van de varkens op te vangen. Jan en Mariet drijven de varkens met houten schotten naar buiten in groepjes van zeven. Ze maken er sissende geluiden bij. Rick streept ze af op een lijst.

Het eerste groepje gaat moeizaam. Een varken vooraan vertrouwt het niet en blijft stilstaan voor de laadbak. Daardoor deinzen de andere ook terug. Hun argwaan hangt als naderend onweer in de lucht. Jan geeft ze een pets op de billen. Als het laatste varken bijna in de bak zit, duwt Gerrit snel het hek achter zijn kont dicht.

Nog op de klep knijpt Gerrit alle varkens een blikken slachtnummer in het oor, daarna laat hij de bak omhoog gaan en duwt de varkens de oplegger in. Daar zijn hokken gemaakt in twee verdiepingen boven elkaar. In elk hok gaan dertien varkens, dicht op elkaar.

Het tweede groepje gaat al gemakkelijker, het derde loopt zo naar binnen. Je moet de vaart erin houden, zegt Jan. ‘Dan gaan ze wel.’ Dikke zweetdruppels dampen van Gerrits voorhoofd. De varkens in de vrachtwagen krijsen.

Ada is als een van de laatste aan de beurt. Ze aarzelt op de rand van de laadklep, maar dan wordt het hek achter haar al dicht geduwd. Terug is geen optie. Het duurt een uur, dan zitten alle 77 varkens in de oplegger. Jan, Mariet en Rick kunnen naar bed, Gerrit en ik gaan verder naar Dalfsen, Eva ophalen.

Slechte naam

Slechte naam
Je kunt aan de varkens merken hoe de boer is, zegt Gerrit, terwijl hij een boterham uit zijn trommel pakt. Als varkens in de stal al onrustig zijn, willen ze ook de wagen niet in. Gerrit blijft altijd rustig. ‘Als ik vijf minuten later bij de fabriek aankom, zal mij dat een zorg zijn.’ Met de fabriek bedoelt hij de slachterij.

Slechte naam
Varkenstransporten hebben een slechte naam, dat weet Gerrit ook wel. Maar dat komt volgens hem vooral door hoe het er vroeger aan toe ging. Toen moest je zelf de varkens nog uit de stal halen. De boer deed niks. ‘Daar is de stal, zei hij dan. Red je maar.’

Slechte naam
Soms hadden de stallen niet eens deuren. Moest je ze over het muurtje gooien. Dan brak er natuurlijk wel eens een poot. Tegenwoordig beseffen de boeren dat ze er zelf ook belang bij hebben dat hun varkens goed bij de slachterij aankomen.

Slechte naam
Het is geen werk dat hoog in aanzien staat. Gerrit kent genoeg chauffeurs die het niet willen. Maar Gerrit houdt van zijn vak. Hij vindt het leuk om bij de boeren te komen. En soms komt hij nog eens ergens. Afgelopen weekeinde bijvoorbeeld heeft hij biggen gebracht naar Kroatië. Een tijd terug was hij in Polen. Mocht Hetty mee.

Slechte naam
Voor we in Dalfsen aankomen, zetten we de oplegger met biologische varkens op een parkeerterrein in de buurt. Om besmetting te vermijden, mogen we niet met varkens van de ene boerderij op een andere boerderij komen. Vlakbij het reguliere varkensbedrijf van Dick van der Vegt mindert Gerrit vaart. Het is na tweeën en Dick heeft gevraagd of hij zachtjes wil doen om de buren niet te storen in hun slaap.

Rode streep

Rode streep
De slagboom staat open als we het terrein oprijden. Gerrit rijdt de truck naar de achterkant van de vleesvarkensstal tot net vóór de rode streep, die aangeeft hoe ver hij mag komen. Over het hek hangt een schone overall voor hem klaar. Eronder staat een stel groene laarzen.

Rode streep
Bert, de oudste zoon van Dick en zijn vaders jongere evenbeeld, doet open. Achter hem is de lange grijze gang met varkenshokken aan beide kanten. Dick haalt de varkens uit de hokken, Bert drijft ze door de gang naar de vrachtwagen. Hij gebruikt een ‘varkensklepper’; een soort cricketbat van hol plastic dat rammelt. Ze hebben allebei een mondkapje voor tegen het stof.

Rode streep
Het is een klusje dat ze elke week doen en altijd op zondagnacht. De varkens drentelen op hun gemak door de gang naar de vrachtwagen. Alleen het een na laatste groepje stribbelt tegen. ‘Ze hebben het te goed hier’, zegt Dick van onder zijn mondkapje. ‘Ze willen niet weg.’ In de stal achter ons slaat de voermachine ronkend aan. Die werkt op goedkope nachtstroom.

Rode streep
Eva stapt als allerlaatste op de vrachtwagen. Er zitten 120 varkens in, verdeeld over drie verdiepingen. Urine druipt van de wagen, de gang in de stal is bezaaid met mest. Veel boeren laten hun varkens vasten voor ze op transport gaan. Deze hebben vanmiddag nog gegeten. Dan kunnen ze beter tegen een stootje naar Dicks idee. ‘Jij gaat toch ook niet met een lege maag op reis.’

Rode streep
Onderweg halen we de oplegger met biologische varkens op. Aan de zijkant van de wagen zit een schaafplek. Gerrit heeft bij Overesch een boom geschampt. ‘Ik voelde al zoiets.’ Geladen met 197 varkens, goed voor ruim 20 duizend kilo, denderen we over de provinciale wegen naar de slachterij in Groenlo.

Rode streep
Wijthmen, Raalte, Holten, Lochem schuiven in het donker voorbij. Scherpe bochten en rotondes nemen we stapvoets. Met een hooggeladen vrachtwagen lig je zo op zijn kant, zegt Gerrit. Klokslag vijf uur, precies op schema, zijn we bij de slachterij in Groenlo. Als we stilhouden voor de slagboom schudt de wagen van de tweehonderd varkens die achter ons onrustig bewegen.

Rode streep
Gerrit rijdt de vrachtwagen achteruit in een dok. Via een lange hellingbaan worden de varkens uitgeladen. Als de klep opengaat, steken ze hun snuit in de lucht en snuiven achterdochtig de nieuwe lucht op. Onder enige aandrang hobbelen ze naar beneden de hoek om waar ze in betonnen hokken worden gezet om bij te komen. Ada en Eva zitten ieder apart.

Rode streep
De varkens krijgen twee uur om tot rust te komen tussen het transport en de slacht. Dat is de regel, zegt directeur Tom Kolkman in zijn kantoor boven het slachthuis. Van stress wordt het vlees zuur. In de vensterbank staat een groot bronzen Boeddhabeeld. Gekregen van een klant, zegt Kolkman. Het mag niet verplaatst worden. Een keer is het toch gebeurd, toen kregen ze brand in de slachterij.

Rode streep
De slachterij in Groenlo is eigendom van Vion. Hier worden elke dag vierduizend varkens geslacht, waaronder twee- tot driehonderd biologische varkens. Biologische slachterij de Groene Weg is sinds 2004 onderdeel van Vion. Om de twee soorten goed gescheiden te houden worden de ‘eco’s’, zoals Kolkman ze noemt, het eerst geslacht. Als die erdoor zijn, komen de reguliere varkens aan de beurt.

Rode streep
Om zeven uur komt de slachtlijn luid ratelend tot leven. De varkens worden een voor een in een lichtjes omhoog lopende ijzeren tunnel gedreven. Het laatste stukje tilt een rubber band ze bij de borst op. In dezelfde beweging worden elektroden op hun hoofd en lijf gedrukt. Een stroomstoot flitst door het lijf, waarna de varkens verdoofd op hun zij op een lopende band tuimelen.

Slachter

Slachter
Daar staat de slachter klaar. Hij heeft een zwarte voorschoot voor en een groen mutsje op zijn hoofd. Naast hem staat een bakje met messen. Als een varken langskomt, steekt hij het dier een mes in de hals. Het is een kort, bijna sierlijk gebaar waar ogenschijnlijk nauwelijks kracht aan te pas komt. Donker bloed gutst uit de halssnede in een goot.

Slachter
Tussen elk varken door wisselt hij van mes. Hij werkt met ritmische bewegingen. Steek, mes in het bakje, nieuw mes, steek, mes in het bakje, nieuw mes, steek. Af en toe spoelt hij het mes af met water en strijkt het even langs een wetstaal. Het mes is dun en klein, bijna onbeduidend.

Slachter
Ada is het laatste biologische varken. Ze kijkt nog één keer met een verbaasde blik de wereld in voordat de stroomstoot het licht in haar ogen dooft. Meteen na haar komt Eva, als eerste van de reguliere varkens. Ze heeft nog geen tijd om te knipogen. Terwijl het leven uit haar stroomt, spartelt ze nog even na op de band. Het zijn stuiptrekkingen, ze is al dood.

Slachter
Wat erna komt, is lopendebandwerk. De varkens worden door een wasstraat gehaald om de haren te verwijderen. Vervolgens worden ze aan hun achterpoten opgehangen en door een brandende tunnel geleid waar de laatste haren worden weggeschroeid. De herrie is oorverdovend.

Slachter
Een automatische cirkelzaag snijdt de buikwand open, mannen en vrouwen met messen in witte jassen verwijderen de longen en andere organen. Nadat ze zijn gewogen (Ada weegt 99,9 kilo, Eva 103,5) wordt met een prikker het vetgehalte gemeten om de kwaliteit te bepalen. Hoe minder vet, hoe hoger de prijs.

Slachter
Ten slotte hangen Ada en Eva doormidden gesneden gezusterlijk naast elkaar in de koelcel. Twee roomkleurige karkassen waar de ziel uit is. Het varken is vlees geworden. Zozeer als ze verschilden tijdens hun leven, zo sterk lijken ze op elkaar in de dood. Ada is alleen herkenbaar aan haar langere staart, waar de krul nu uit is.

Slachter
Staande naast de twee dode varkens kan ik het gevoel niet van me afzetten dat ik Ada en Eva onrecht heb gedaan door ze om mijnentwille te laten doden. En dat vergeleken bij deze grote zonde alles wat eraan vooraf is gegaan – de manier waarop ze hebben geleefd, gehuisvest zijn, of ze wel of niet buitenlucht hebben gehad – in het niet valt. Niet dat het onbelangrijk is, maar toch.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.