Een knal en gekrijs van spreeuwen in doodsangst

Vogels vormen een gevaar voor vliegtuigen. Vogelwachten gaan ze met vogelverschrikkers, valken en explosies te lijf...

Als je vogels wilt verjagen’, zegt Jouke Osinga, wiens beroep het is om op Schiphol vogels te verjagen, ‘dan moet je onvoorspelbaar zijn.’ Vervolgens stapt hij in zijn gele terreinwage om te laten zien hoe hij ze verjaagt.

De mens is een gewoontedier, en dat maakt hem voorspelbaar en in principe ongeschikt als verjager van vogels. Vogels zijn slim en wennen overal aan. Maar Jouke Osinga heeft er iets op gevonden. ‘Ik weet niet altijd van tevoren hoe ik ga rijden’, zegt hij, terwijl hij zijn auto tussen de geparkeerde vliegtuigen van KLM door stuurt, richting landingsbanen. Natuurlijk zijn er vaste plekken waar vogels vaak komen, en daar worden ze continu door vogelwachten van Schiphol verjaagd. Maar als Osinga zijn rondes volgens een vast patroon rijdt, dan passen de vogels zich aan. En als hij zelf niet weet hoe hij gaat rijden, dan weten de vogels het ook niet. ‘Je moet ze verrassen’, zegt Osinga.

Zoals nu.

Op een meter of 100 heeft Osinga, die onder het callsign ‘Kievit 3’ met de luchtverkeersleiding communiceert, een zwerm spreeuwen gezien. Als hij ze is genaderd, pakt hij zijn luchtpistool, waarmee hij een patroon (BIRDSCARER) in de richting van het veldje schiet. Een hoog gillend geluid weerklinkt, het patroon knalt uiteen in lichtgevende deeltjes. Terwijl tientallen spreeuwen wegvliegen, drukt Osinga op een knop waarmee hij uit een luidspreker het krijsen van spreeuwen in doodsangst laat klinken – om de spreeuwen ervan te doordringen dat het niet pluis is op de luchthaven.

Vogels vormen een serieus gevaar voor landende en opstijgende vliegtuigen. Begin juni werd dat weer eens duidelijk, toen een Boeing 737 van Royal Air Maroc met een brandende motor laag over Haarlem scheerde, nadat er vlak na het opstijgen ganzen in de motor waren gevlogen. Volgens de International Bird Strike Committee bedraagt de schade door vogelaanvaringen jaarlijks wereldwijd 1,5 miljard euro, nog afgezien van de kosten van de vele vertragingen die vogels veroorzaken. Niet zelden moeten de Kievits uitrukken om vogels weg te jagen voordat een vliegtuig kan vertrekken.

Schiphol heeft een aparte afdeling voor dit probleem: Bird Control. Bij Bird Control zijn behalve Osinga nog eens vijftien vogelwachten werkzaam, die 24 uur per dag op Schiphol patrouilleren, als Kievit 1, 2 en 3. Hun hoofdtaak is het actief bestrijden van vogels.

Grasbeleid
Maar Bird Control doet ook aan vogelpreventie, een onderwerp waarover een weelde aan kennis is opgebouwd.

Dat blijkt al uit het grasbeleid, de belangrijkste vorm van preventie op Schiphol. Wetenschappers hebben lang en hard nagedacht over de ideale lengte van gras op vliegvelden. Als het gras te laag is, creëer je een ideale verblijfplaats voor vogels, omdat ze alle gevaar kunnen zien. Aan de andere kant: door het vele maaien ontstaat er humus, en humus geeft meer wormen, wat weer vogels aantrekt. Het devies is dus: hoog gras – maar niet te hoog, want dan kunnen sommige vogels zich er weer in verschuilen en zelfs nestelen. Bovendien: lang gras wordt bij regen plat gras, en dan is het weer veilig uitkijkgebied voor de vogels. De International Bird Strike Committee voert een tall grass policy van 12 cm, een lengte die Bird Control ook hanteert voor de voedingsstoffenarme grassoort die Wageningen Universiteit voor Schiphol heeft ontwikkeld.

Maar toch. Hoezeer er ook aan preventie wordt gewerkt, niet alles is te voorkomen. In 2008 waren er 4,2 aanvaringen per tienduizend vliegbewegingen, in 2009 waren het er 7,1, en voor dit jaar lijkt het cijfer weer lager uit te vallen. Dat heeft niet met repressie of preventie te maken, zegt Sanne Patijn van Bird Control, maar met het weer. De winter van 2009 was mild, waardoor er meer muizen overleefden. Meer muizen betekent meer roofvogels, meer roofvogels betekent meer aanvaringen. De afgelopen winter was streng, en dat zie je terug in het kleinere aantal botsingen. ‘We kunnen vogels niet uitsluiten op het vliegveld’, zegt Patijn. ‘De natuur is niet volledig beheersbaar.’

Toeval blijft dus een rol spelen, en het behoort min of meer tot de taken van de vogelwachten om dat toeval uit te sluiten. Alle vogelwachten kampen met wat Valter Battistoni van de International Bird Strike Committee ‘het klassieke probleem’ van bird controllers noemt, ‘het probleem waar alles om draait’: de gewenning van vogels aan afschrikmethoden. Ook in Nederland heeft dit tot zeer creatieve oplossingen geleid.

Eind jaren tachtig bedachten de vogelmannen van Rotterdam The Hague Airport een methode om de hazen- en konijnenplaag op het vliegveld te bestrijden. Ze stapten naar Diergaarde Blijdorp, praatten er een enorme hoeveelheid leeuwenpoep los, en strooiden die over het vliegveld uit om de hazen bang te maken. Het was briljant. En faalde. ‘De hazen waren niet onder de indruk’, zegt Betty Kooy, die op voormalig Zestienhoven als Kievit verantwoordelijk is voor het tegenwerken van vogels.

Later installeerden ze gaskanonnen om vogels te laten schrikken. ‘Eerst zegt zo’n ding: boe! En die vogel denkt dan: waah!’, zegt Kooy. ‘Maar een ding dat stilstaat, vinden vogels na een tijdje niet eng meer.’ Ook het verplaatsen van de kanonnen hielp niet. Schiphol had de afgelopen jaren een radiografisch bestuurbare robotvogel in gebruik. Hij werkte niet omdat hij niet snel genoeg bleek om de vogels voor de gek te houden. Ook zette Schiphol bordercollies in, waar vooral spreeuwen bang voor zouden zijn. ‘Maar’, schrijft Schiphol in een folder over de vogelwachten, ‘ook aan deze viervoetige verjagers gingen de vogels wennen.’

Vogelverschrikkers
De meeste innovaties worden nog wel toegepast, maar met mate. Zo gebruikt Schiphol nog steeds gaskanonnen, maar die worden zo ingesteld, dat ze met onregelmatige intervallen knallen afgeven. Ook gebruikt Bird Control opblaasbare, licht- en geluidgevende oranje vogelverschrikkers, genaamd Scary Men. Zij gaan 24 uur per dag gemiddeld om de achttien minuten omhoog. Gemiddeld, dus soms ook twee keer binnen vijf minuten en een half uur niet. ‘Er mag geen ritme zijn’, zegt Osinga.

Rotterdam The Hague Airport koos er uiteindelijk voor om de vogeloverlast met roofvogels te lijf te gaan. De vader van Betty Kooy was valkenier en mocht eind jaren negentig proberen om met zijn roofvogels de strijd aan te gaan. Binnen drie weken was de te bestrijden populatie vogels met eenderde gekrompen en had Kooys vader een nieuwe baan. Betty volgde haar vader op. Samen met haar dochter verzorgt ze nu de veertien slechtvalken en woestijnbuizerds die Rotterdam The Hague Airport veiliger moeten maken. ‘Aan roofvogels wennen vogels nooit’, zegt Kooy.

Schiphol zet sinds vorig jaar vooral ’s zomers valkeniers in om ganzen weg te jagen. Maar voor de 2.700 hectare van het totale vliegveld heb je mensen nodig die snel van plek naar plek kunnen.

Dat zijn mensen als Jouke Osinga, die zijn rondleiding besluit door een stel spreeuwen te verjagen met een paar welgemikte, vertraagd exploderende lichtkogels. Een passagier van Kievit 3 merkt op dat de vogels al wegvlogen voordat hij zijn kogels afschoot. Osinga: ‘Dat was ik nog vergeten te zeggen. Soms weet ik niet of ze schrikken van die kogels of van mijn lelijke kop.’

Ganzenproblemen
Vliegvelden kampen niet alleen op eigen terrein met vogelproblemen. Zo maakt Schiphol zich zorgen over de grote populatie ganzen die zich ophoudt in enkele naburige beschermde natuurgebieden. In 2006 concludeerde bureau Alterra uit een eigen onderzoek in opdracht van Schiphol dat de ganzenpopulatie snel toenam en een serieus gevaar vormden voor de luchtvaart.

Oplossingen had Alterra ook: de akkers rondom Schiphol moesten anders worden beplant, en na de oogst moesten resten snel worden opgeruimd.

Vier jaar later is er op de akkers echter niets veranderd, en zijn Schiphol, de provincie Noord-Holland en landbouworganisatie LTO nog steeds in gesprek over de te nemen maatregelen.

Intussen blijft de ganzenpopulatie groeien. Elk jaar worden rond Schiphol duizenden ganzen afgeschoten – vierduizend in 2009 – maar de gans plant zich snel voort. ‘Zolang er op de akkers niets verandert, is afschot niet meer dan dweilen met de kraan open’, zegt onderzoeker Bart Ebbinge van Alterra.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden