interviewSander Schimmelpenninck

Een jubelton voor alle 25-jarigen – en hoe Sander Schimmelpenninck verder de kansenongelijkheid wil bestrijden

Sander Schimmelpenninck: ‘De rijken worden totaal ontzien. Dat is het bizarre van deze tijd.’ Beeld Ivo van der Bent
Sander Schimmelpenninck: ‘De rijken worden totaal ontzien. Dat is het bizarre van deze tijd.’Beeld Ivo van der Bent

Meer belastingen op vermogens en erfenissen, een jubelton voor elke 25-jarige en een maatschappelijke diensttijd: in zijn pamflet Sander en de brug zoekt journalist Sander Schimmelpenninck oplossingen voor de kansenongelijkheid in Nederland.

Jonathan Witteman

‘Mijn zoon kreeg als schooladvies vmbo-t’, vertelt een elf jaar geleden uit Iran gevluchte scheikundeleraar. ‘Die gast zit nu in 6-technasium. Met wiskunde D!’

‘Dus uw zoon is het voorbeeld van de onderadvisering van leerlingen’, zegt Sander Schimmelpenninck voor een klas vol docenten van de Stichting Confessioneel Onderwijs Leiden. Voor de verandering zitten ze deze avond eens zelf in de banken, om te praten over kansenongelijkheid.

Bijvoorbeeld over schooladviezen, die bij kinderen met laagopgeleide ouders gemiddeld bijna een heel onderwijsniveau lager uitvallen dan bij de spruiten van hoogopgeleiden, zoals het Centraal Planbureau constateert. ‘Slechts ongeveer de helft van dit verschil, 53 procent, is te verklaren door intelligentieverschillen’, zegt Schimmelpenninck. De rest hangt samen met de woonplaats, gezinssituatie, school en andere niet-erfelijke factoren.

Met de zoon van de scheikundeleraar kwam het ondanks het te lage advies nog goed, bij anderen blijkt de achterstand hardnekkiger. ‘Als de helft van de kinderen van laagopgeleiden een te laag schooladvies krijgt’, zegt Schimmelpenninck, ‘is er toch iets structureels mis.’

Met die boodschap – dat er iets mis is met de kansengelijkheid in Nederland – reist Schimmelpenninck dezer dagen stad en land af: van Leidse leraren, Beilense kerkgangers en pensioenfondspersoneel in Amerongen tot aan de Deventer Schouwburg en het Oude Luxor Theater in Rotterdam, waar de 38-jarige journalist, podcastondernemer en Volkskrant-columnist deze week op de planken staat. In de tv-serie Sander en de kloof stelde hij vorig jaar al de internationaal gezien hoge Nederlandse vermogensongelijkheid aan de kaak. In zijn deze week bij uitgeverij De Correspondent verschijnende pamflet Sander en de brug probeert Schimmelpenninck, die overigens absoluut geen politieke ambities zegt te hebben, de oplossingen aan te dragen.

Waarom baart de ongelijkheid u zo zorgen?

‘Ongelijkheid is in de basis geen probleem, een samenleving zonder verschil bestaat niet. De huidige ongelijkheid vind ik wel een probleem, omdat die deels het product is van kansenongelijkheid. Ongelijkheid wringt wanneer ze de uitkomst is van een oneerlijke wedstrijd. Dat betekent niet dat grote groepen mensen in Nederland nu opeens het water aan de lippen staat, wel dat de relatieve armoede en de frustratie daarover bij grote groepen in de middenklasse gevaarlijk begint te worden.’

In uw pleidooi voor hogere erfbelasting schrijft u: ‘Wat hebben je kinderen aan een fraaie erfenis, als zij tegelijkertijd een ongelijke en instabiele wereld erven?’

‘Als de ongelijkheid te groot wordt, leidt dit onvermijdelijk tot instabiliteit. De groep mensen die het een stuk minder heeft is namelijk altijd groter, en die zal het op zeker moment willen komen halen.’

‘Het’ als in ‘het gouden kistje’ van de rijken, zoals u in de serie zei.

‘Ja, dat is natuurlijk een platgeslagen beeld. Het is niet meer zoals in de Middeleeuwen, toen de aristocraten en geestelijken te vrezen hadden van de burgerij. De woede richt zich nu op anderen: op een vermeende elite van brave politici die hun nek uitsteken, en niet op de financiële elite.’

Het is dus niet zo dat u vreest dat de rijken, à la de Franse Revolutie, op een dag ruggelings vastgebonden in de rivier worden gegooid?

‘Nee, de rijken worden juist totaal ontzien. Dat is het bizarre van deze tijd.’

U bent een liberaal met een groot geloof in zelfredzaamheid en pleit tegelijkertijd voor een ambitieuzere overheid. Waarom?

‘Nou ja, ambitieuzer – het gaat mij om het investeren in mensen. Ik wil een ondernemende overheid en veel minder de pleisters plakkende overheid van nu. Dat is het merkwaardige: de overheid ziet dat ons belastingstelsel niet deugt en dat de belastingdruk voor lage inkomens verhoudingsgewijs veel te hoog is. Maar in plaats van het stelsel te hervormen, repareert men de boel door allerlei toeslagen in het leven te roepen.

‘Dat is geen oplossing. Het leidt er bovendien toe dat armoedeproblemen intergenerationeel aan het worden zijn: van de opa’s en oma’s en de ouders tot aan de kleinkinderen worden ze in sommige gezinnen doorgegeven. Dat doorbreek je pas wanneer je investeert in mensen. Daarom pleit ik ervoor de belastingen op vermogens en erfenissen zo te verhogen dat elke 25-jarige een jubelton krijgt, bij wijze van startkapitaal.’

Voor die ton moeten ze als 18-jarigen wel eerst een ‘maatschappelijke diensttijd’ vervullen in de zorg, het leger of elders. ‘Laat een bevoorrechte jongen uit Amsterdam-Zuid een tijd op een slaapzaal liggen met een Nederlands-Marokkaanse jongen uit Apeldoorn-Noord’, dan leren ze elkaar beter begrijpen, schrijft u.

‘Ik vind het belangrijk dat jonge mensen leren dat wij als individuen een collectief vormen. Voor dat collectief moet je iets doen en je krijgt er ook iets voor terug. Dat collectief bestaat uit allerlei mensen met een andere kleur, of een ander accent, et cetera. En met die mensen moet je het dan een schooljaar lang zien te rooien. Je moet mensen gewoon af en toe met een zekere dwang bij elkaar zetten, zodat ze lekker samen kunnen klagen over wat een lul die instructeur toch is. Dat soort hechtingsmomenten heb je nodig in een samenleving. Die zijn er nu veel te weinig. Als je al zo’n moment hebt, is het de ontgroeningstijd van het studentencorps, met allemaal dezelfde mensen. Dat is gewoon niet goed.’

Sander Schimmelpenninck: ‘Als de ongelijkheid te groot wordt, leidt dit onvermijdelijk tot instabiliteit.' Beeld Ivo van der Bent
Sander Schimmelpenninck: ‘Als de ongelijkheid te groot wordt, leidt dit onvermijdelijk tot instabiliteit.'Beeld Ivo van der Bent

In uw boek werpt u zich op als bruggenbouwer, in uw columns gooit u nog weleens een granaat naar de overkant – ‘domrechts’, ‘kleinburgers’, de ‘xenofobe meerderheid’ op het platteland. Vanwaar dit verschil in toon?

‘Dat is een verwijt dat ik uit De Telegraaf-hoek nog weleens krijg: hoe kun je Sander Schimmelpenninck serieus nemen over de kloof, terwijl hij tegelijkertijd de gewone man belachelijk maakt? Ja, dat kan dus beide. Je kunt én vinden dat er een grote groep mensen is met heel terechte zorgen én constateren dat de mensen die de meeste herrie maken niet tot die groep behoren, maar verwende kleinburgers zijn. Mijn eigen klasse bijvoorbeeld, of van die verveelde vinexbewoners, die verwend zijn geraakt na decennia van stijgende huizenprijzen, goedkope boodschappen en lage energieprijzen, en nu bang zijn omdat ze hun levensstandaard achteruit zien gaan.’

In de tv-serie bent u bijna de Kofi Annan van de kloof, terwijl uw columns soms een allitererende artillerieaanval lijken: fascisten-fluisteraar, deeltijddecadentie, testosterontreurnis. Hoe helpt dit de kloof te dichten?

‘Daarbij helpt dat niet, nee. Het verschil in toon tussen m’n columns en het boek is misschien wel vrij groot. In die zin ben ik m’n toon ook wel aan het veranderen. Ik twitter bijvoorbeeld veel minder dan voorheen. En ik vind het ook wel bij m’n leeftijd passen dat ik een wat constructievere toon aansla. Maar af en toe vind ik wel dat ik mensen even scherp mag omschrijven. Dat wordt dan al snel schelden genoemd, dat vind ik zo’n merkwaardig fenomeen – alsof je iemand klootzak of eikel noemt.’

Polariseren kan nuttig zijn, schrijft u.

‘Ja, het dwingt mensen partij te kiezen. Ook in eigen kring merk ik dat veel aardige, fatsoenlijke mensen iemand als Thierry Baudet onderschatten. Die denken dat het een beetje een studentikoze jongen is, ietsjes rechts van de VVD. Dan voel ik me ertoe geroepen om ze erop te wijzen dat Baudet en zijn club helemaal niet onschuldig zijn. Die zijn bezig de rechtsstaat en de democratie te ondermijnen. Hoe zij tegen de wereld aankijken, ik vind dat gewoon fascistisch.’

In uw boek staat niet één sneer naar deeltijdwerkende vrouwen. Is dat een omissie die u in de tweede druk recht wilt zetten, of is dat bewust?

‘Een gemiste kans inderdaad, haha. Daar wordt altijd zo’n ding van gemaakt, alsof dat een stokpaardje van mij is, vrouwen en deeltijdwerken. Ik pleit juist voor financiële zelfstandigheid. Als ik echt een conservatieve klootzak was, dan zou ik me geen zorgen maken over de financiële kwetsbaarheid van vrouwen. Dan zou ik zeggen: blijf lekker thuis joh, en wees afhankelijk van je man.

‘Daarom ben ik benieuwd wat de conservatieve onderbuikkrachten vinden van mijn idee om alle 25-jarigen, dus ook jonge vrouwen, een jubelton te geven. Want je kunt je wel druk maken om de inkomenskloof tussen mannen en vrouwen – die naar mijn idee vaak groter wordt gemaakt dan hij is – de echte kloof zit hem in vermogens. Mannen zijn de bezittende klasse, vrouwen hebben vaak niks. Dus nee, ik kom juist op voor vrouwen.’

‘Het is zo belangrijk voor mij om dit te doen’, zegt Schimmelpenninck na een uur met de klas vol Leidse docenten te hebben gepalaverd over schooladviezen, middenscholen en het nut van gratis warme lunches op school. ‘Want je raakt toch wat afgestompt. Als je de hele tijd op sociale media zit, krijg je de indruk dat Nederland alleen bestaat uit agressieve teringlijers. Terwijl – als je het land ingaat, denk je: wat een aardige, goedwillende mensen allemaal.’

Schimmelpennincks ‘vijf voorstellen voor een eerlijker Nederland’

1: Vermogens en erfenissen zwaarder belasten. Als het aan Schimmelpenninck ligt, gaat onder meer de belasting op erfenissen flink omhoog. De helft van de Nederlanders krijgt nooit een erfenis. De rest krijgt een erfenis die in grofweg 50 procent van de gevallen onder de vrijstelling blijft – 23 duizend euro voor kinderen. Partners en kinderen die meer ontvangen, betalen nu tot een bedrag van 138 duizend feitelijk slechts 8 procent erfbelasting.

2. Stel het schooladvies uit. De ‘extreem jonge leeftijd waarop kinderen worden geselecteerd op niveau’ resulteert dikwijls in te lage schooladviezen voor kinderen uit armere milieus. Slecht voor het kind en voor de maatschappij, qua ‘onderbenut potentieel’. Om de segregatie in het onderwijs tegen te gaan, pleit Schimmelpenninck voor afschaffing van grondwetsartikel 23, dat de vrijheid van onderwijs waarborgt.

3. Belast pensioen eerlijk. De vermogensongelijkheid valt minder hoog uit wanneer ook de pensioenpotten meetellen. Die vormen 47 procent van het Nederlandse vermogen. Tot aan de AOW-leeftijd kunnen mensen echter niets met dit vermogen. Bovendien wordt sparen voor het pensioen flink gesubsidieerd. Stop daarmee, en steek de bespaarde miljarden in het onderwijs, betoogt Schimmelpenninck.

4. Iedereen een jubelton. De belastingen en pensioenen hervormen kan zoveel geld opleveren dat de overheid elke 25-jarige een jubelton zou kunnen geven als startkapitaal, aldus Schimmelpenninck. De staat zou die 100 duizend euro wel moeten oormerken: geen Ferrari mee kopen, wel een huis aanbetalen of bedrijf mee beginnen.

5. Een maatschappelijke diensttijd. Elke 18-jarige zou een schooljaar lang in dienst moeten. Bijvoorbeeld in de zorg, het onderwijs of het leger. Wie de dienst weigert, krijgt geen jubelton.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden