Een jaar lang klagen over euro-inflatie

Je zou politiek-filosofische bespiegelingen verwachten na verlies van de eigen munt. Maar op de eerste verjaardag van de tastbare euro klaagt Europa vooral; over inflatie, nikkel en onhandige centen....

Misschien schieten Britten soms wat door in hun afkeer van vreemde mogendheden - door Two World Wars and One World Cup te brullen zodra een Duitser zich op een voetbalveld vertoont bijvoorbeeld. Maar consequent in hun anti-Europeanisme zijn ze wel. Aan het afstaan van zijn monetaire soevereiniteit aan een pan-Europese entiteit in Frankfurt is het Verenigd Koninkrijk derhalve mentaal nog niet toe.

Tot dat wel het geval is, zullen daar, net als in euro-weigeraars Denemarken en Zweden, nog vele bespiegelingen volgen over de eigen munt die meer is dan een middel om soepel spullen van eigenaar te doen wisselen. Controle over het geldaanbod is dé manier om de economie en het lot der onderdanen te beïnvloeden. Valuta belichamen de macht van de heerser over zijn mensen.

Een tastbaarder bewijs van het afstaan van soevereiniteit aan het Europese ideaal was er dan ook niet toen op 1 januari 2002 in twaalf landen de euro ging circuleren. Je zou filosofische bespiegelingen verwachten. Maar waar ging het debat dit eurojaar over?

Over verdacht gestegen prijzen. Over gehannes met eurocenten - Finland schafte de centen meteen af, wat hun verzamelwaarde tot grote hoogte opstuwde. Over nikkel in euromunten dat eerst wel, en toen toch niet een gevaar was voor de volksgezondheid.

Zelfs in Frankrijk, waar je volgens de Fransen zelf het beste terechtkunt voor het intellectuele debat over Europa, beperkte het gesprek zich tot duurdere drank en het nut van de eurocentime.

Omdat de autoriteiten aanvankelijk volhielden dat er 'helemaal geen' schokkende eurogerelateerde inflatie was, werd een nieuw woord gemunt: gevoelsinflatie. Ofwel, de inflatie ís niet exorbitant, maar omdat wel creatief is afgerond in branches waar het opvalt - met de horeca als schandelijkste voorbeeld - denkt men dat de inflatie giert. Terwijl de huren amper in prijs stegen. Bovendien zouden slecht weer, dierziektes en dure olie een rol spelen.

Statistiekbureau Eurostat gaf uitsluitsel: gemiddeld stegen de prijzen in de eurozone hooguit 0,2 procent door de euro. Met uitschieters van bijna 10 procent in de horeca.

Er kwam advies van de Duitse minister van Financiën Eichel: 'Boycotten, alle euro-oplichters.' Op de valreep, deze week bij RTL Nieuws, gaf Wim Duisenberg, president van de Europese Centrale Bank (ECB) het toch toe: hij had 'veel eerlijker moeten zijn' over de sectoren waar ruige euro flatie woedde. 'Dan hadden we kunnen uitleggen dat het effect over het totale goederenpakket beperkt is.'

'Een groot succes' noemt de Europese Commissie de euro niettemin juichend. Het 'bewijs'? Vervalsers krijgen geen poot aan de grond - Europol vond tot dusver 22 duizend valse bankbiljetten en een handvol nepmunten.

Verder reist de euro veel, ook een succes volgens de Commissie. Duisenberg verhaalt graag van die keer in Genève, toen hij zonder Zwitserse francs iets wilde kopen. Van de indrukwekkende plastic kaartjes en vreemde valuta die hij uit zijn zakken trok, wilde de winkelier niets weten. Tot Duisenberg met een eurobiljet wapperde. De transactie werd gesloten.

Ruim de helft van de Europeanen neemt euro's mee op verre reizen. Ze vinden aftrek, op de Balkan, in Zwitserland en steeds vaker in Denemarken, Zweden en Engeland - het in eurofobe kringen zo gevreesde eurocreep.

Mentaal leeft Europa nog in het pre-euro tijdperk: slechts 42 procent van de Europeanen zegt in de Eurobarometer, een periodieke enquête, in euro's te rekenen. Dit percentage keldert dramatisch naar 12,5 als het gaat om de aankop van een huis of een auto.

Vaak geven winkeliers nog de oude prijzen. 'Dit vertraagt de mentale overstap', stelt de Commissie streng, die erop aandringt op 30 juni 2003 voorgoed te stoppen met dubbel prijzen.

Eén succes heeft de euro wel geboekt: voor het eerst sinds zijn girale geboorte in 1999 sluit de munt op de valutamarkt een jaar met winst af. Dat ligt niet aan de economische kracht van de eurozone: 2002 was het beroerdste jaar sinds begin jaren negentig. Bovendien ging, zoals de cynici al voorspeld hadden, in dit economische annus horribilis het keurslijf rond de euro knellen, en lichtte de ene lidstaat na de andere de hand met de eisen voor het begrotingstekort.

Dat desondanks de euro klom, ligt aan de Verenigde Staten. Omdat het daar al even slecht gaat, terwijl een oorlog dreigt en de Europese rente boven de Amerikaanse zweeft, raakte de euro op zijn eerste echte verjaardag plots toch nog in trek.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden