Een indexoerwoud

Beursindexen hebben inmiddels hun eigen masters, hun superbowl en zelfs hun wereldcup. Het aantal indexen groeit vele malen sneller dan het aantal beursfonden....

De Dow Jones-index ging afgelopen maandag met ruim tweehonderd punten omhoog tot boven de elfduizend. Op dezelfde dag verloor een andere index, de Nasdaq-composite, zes punten.

Dit jaar is de Dow-index van dertig industriële fondsen al 20 procent omhoog gegaan. De Standard & Poors 500, de andere toonaangevende index van de VS, is maar met 8 procent gestegen. De Russell 2000 is nog maar 2 procent hoger dan op 1 januari. Er is zelfs een legio kleine indexen (bijvoorbeeld Standard & Poors 600 Small Cap en Standard & Poors Utilities) die voor 1999 nog op verlies staat.

Beleggers raken in het oerwoud van indexen de weg kwijt. Zij weten amper langs welke meetlat (benchmark) zij de eigen portefeuille moeten leggen. 'Er zijn zoveel indexen dat ik zelf soms niet meer de goede weet te vinden', erkent beleggingsexpert Henk Boom van vermogensbeheerder Optimix.

In het verleden konden beleggers gewoon blindvaren op de Dow. Nu kunnen beleggers hun resultaten wel met duizenden verschillende indexen vergelijken. 'Als je een portefeuille samenstelt van een bepaald fonds, houd je al rekening met hoe de benchmark er uit ziet', zegt portefeuillebeheerder Rob van Bommel van Robeco.

Fondsbeheerders willen niet het risico lopen met hun product ver onder de index te scoren. Indien elk fonds belegt in IBM en de koers gaat naar beneden, dan doet IBM het slecht. Maar als een fonds als enige belegt in IBM en de koers gaat omlaag, dan doet het fonds het slecht.

Bij een zeer brede index lopen portefeuillebeheerders het minste risico dat een debacle bij één aaandelenfonds het totale rendement ruïneert. 'Maar het nadeel van een brede index is weer dat er veel moeilijker afgeleide producten zoals opties en futures op te maken zijn', zegt Van Bommel.

De bekende Dow Jones-index telt maar dertig fondsen. Grote beleggers vergelijken hun resultaten dan ook liever met de Standard & Poors 500. Maar er zijn nog veel bredere indexen zoals de Russell 1000, Russell 2000 en zelfs de Wilshire 5000. De laatste index is alleen continu te berekenen met behulp van supercomputers.

Eind jaren tachtig was het handvol indexen al uitgegroeid tot enkele honderden. Maar de echte groei van de indexindustrie begon pas in de laatste tien jaar van deze eeuw. Ineens werden bijna dagelijks nieuwe indexen op de markt gebracht: niet alleen elk land kreeg een eigen beursindex, maar ook elke categorie (aandelen, obligaties, vastgoed en beleggingsfondsen), elke continent, elke regio (Zuid-Europa, Midden-Europa, Verre Oosten, Zuid-Amerika), elke sector (defensief, cyclisch, groei) en elke bedrijfstak (banken, metaal, papier, auto's, chemie, farmacie, elektronica).

De indexen werden steeds verder uitgesplitst. Eerst kwam er een aparte index voor technologie-ondernemingen. De IT-ondernemingen in deze groep kregen weer een aparte IT-index. En van de Internet gerelateerde-ondernemingen in de IT werd een Internet-index samengesteld.

De index-industrie wordt beheerst door vier giganten. Dow Jones is met een productie van vijfduizend indexen nog altijd de belangrijkste. Standard & Poors en het Britse bedrijf FTSE ('Footsie') berekenen ieder dagelijks drieduizend indexijfers. De vierde grote samensteller van beursindexen is Morgan Stanley Capital International (MSCI). Daarnaaat zijn er nog zoveel kleintjes (Bloomberg, Russell enz.) dat de indexindustrie bijna recht heeft op een eigen sectorindex.

In Nederland berekent het CBS inmiddels 85 beursindexen. De beurs zelf heeft er maar zes, waaronder de bekende AEX-index en Midkap-index. Deze week maakte de beurs bekend ook twee sectorindexen (voor financiële waarden en IT-waarden) te exploiteren. Volgens een beurswoordvoerder zullen daar zeker nog meer indexen bijkomen. 'Wij anticiperen vooral op de wensen van de beurshandel. De index is uitgangspunt voor een beleggingsproduct. Het CBS produceert vooral indexen die worden gebruikt voor wetenschappelijke doeleinden.'

Van Bommel zegt dat de keuze van de leidinggevende index voor beleggers steeds belangrijker wordt. 'De eisen die worden gesteld worden ook hoger. De index moet niet alleen respresentatief zijn, maar ook objectief, herkenbaar en reproduceerbaar.'

De indexindustrie voert daarom zijn eigen onderlinge concurrentiestrijd. De evenementen spreken voor zich. De indexindustrie heeft inmiddels zijn eigen Masters (15 en 16 september in Singapore), een eigen superbowl (15 tot 18 december in Phoenix, Arizona) en zelfs een world cup of indexing (februari volgend jaar op een nog onbekende plaats). De leveranciers zullen daar elkaar ongetwijfeld weer met vele nieuwe beursindexen om de oren slaan. De beleggers zullen het kapmes nog verder moeten aanscherpen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden