Een grote bank mag niet kapot

De Amerikaanse zakenbank Bear Stearns mag niet over de kop gaan. De bank is volgens economen too big to fail (te groot om failliet te laten gaan)....

Van onze verslaggever Frank van Alphen

Datzelfde geldt voor Northern Rock. Deze Britse hypotheekbank kwam vorig jaar ook in de problemen door de kredietcrisis en werd gered door Britse centrale bank en uiteindelijk genationaliseerd.

Het predicaat too big to fail werd twee jaar geleden niet geplakt op Van der Hoop. Deze kleine bank voor vermogende particulieren ging ten onder zonder dat De Nederlandsche Bank klaarstond met een noodverband. Het faillissement was pijnlijk voor werknemers, aandeelhouders en klanten, maar veroorzaakte slechts een rimpeling in de Nederlandse financiële sector.

‘Zodra de toezichthouder vreest dat het faillissement van een bank het financiële systeem in gevaar brengt, zal de toezichthouder trachten de bank te redden’, zegt Sylvester Eijffinger, hoogleraar financiële economie aan de Universiteit van Tilburg.

De vraag is welke instellingen zo groot zijn dat ze worden gezien als de dominosteen die een kettingreactie in gang kan zetten.

Bear Stearns is in elk geval te belangrijk om te laten instorten, gezien de snelle actie van de Fed, het stelsel van Amerikaanse centrale banken. Carlyle Capital Corporation (CCC), een hedgefonds dat vorige week schipbreuk leed, kan daarentegen niet rekenen op een helpende hand.

Dat Bear Stearns wordt gered, is niet verwonderlijk: het is de vijfde zakenbank van Amerika. Zakenbanken zoals Merrill Lynch en JP Morgan verdienen hun geld met advies en de financiering van fusies en overnamen. Bear Stearns is bovendien een grote speler op de markt voor pakketten met hypotheken. Ook leende de bank veel geld uit aan hedgefondsen.

Bij Bear Stearns stonden geen verontruste spaarders voor de deur zoals vorig jaar bij Northern Rock. Toch was het probleem identiek: de grote klanten van Bear Stearns wilden hun geld terug omdat ze vreesden dat de bezittingen van de bank in waarde daalden.

Ook hedgefonds CCC, dat met geleend geld belegt in hypotheken, was in acute geldnood gekomen. De geldschieters verloren hun vertrouwen in het fonds en wilden meer onderpand of hun miljarden terug.

Hierdoor was CCC gedwongen zijn bezittingen te verkopen. In de huidige markt een zelfmoordactie. Die actie verziekte de stemming op de financiële markten, maar had verder geen impact.

De Angelsaksische wereld heeft tijdens de kredietcrisis tot nu toe twee grote banken ernstig zien ontsporen. In continentaal Europa hebben banken zoals UBS en Société Générale harde tikken gekregen, maar zijn nog geen grote banken ingestort.

Volgens hoogleraar Eijffinger is dit te danken aan het strengere toezicht op het vasteland van Europa. ‘Zo hebben Europese toezichthouders de strengere internationale vermogenseisen eerder ingevoerd dan de Amerikanen.

‘Het Amerikaanse en Britse toezicht is minder streng omdat de toezichthouders willen voorkomen dat financiële instellingen delen van hun activiteiten verplaatsen naar landen met minder streng toezicht’, zegt Eijffinger. ‘In die zin beconcurreren toezichthouders elkaar.’

Eijffinger wijt het mildere toezicht in de Angelsaksische wereld ook aan de ijzersterke lobbyclubs van de zakenbanken. Verder is het Amerikaanse toezicht minder effectief omdat het gefragmenteerder is dan in Europa.

‘Als Amerikaanse en Britse toezichthouders minder laks waren geweest, hadden veel problemen kunnen worden voorkomen’, aldus Eijffinger. ‘Nu plukken we in Europa de vruchten van het strengere toezichtregime.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden