De onderneming Rikkers Gitaarbouw

Eén gitaar is 60 tot 120 uur werk: ‘Wij bouwen vaak voor mensen die alles al gehad hebben’

Rikkers Gitaarbouw uit Groningen maakt sinds 35 jaar handgemaakte (bas-)gitaren. Zagen en frezen is de uitdaging niet meer, wel uitvinden wat de klant precies wil. ‘Niemand speelt hetzelfde. Iedereen zoekt een andere klank.’ 

Bas- en gitaarbouwers Ferdinand Rikkers (links) en Jacco Stuitjes van Rikkers gitaarbouwers. Beeld Harry Cock / de Volkskrant

Wie de schatkamer van Rikkers Gitaarbouw in Groningen zoekt, loopt door de showroom via de werkplaats door naar de houtopslag. Dikke planken liggen er opgestapeld, latten, balkjes, allemaal cryptisch gecodeerd. Essenhout uit de moerassen van de VS, perfect voor bodies. Een stammetje van een goudenregenboom die op een begraafplaats in het Drentse Tiendeveen stond, bedoeld voor de toets waarover de snaren lopen. Een partijtje Rio palissander, beschermd tropisch hardhout uit Brazilië. ‘Dat heb ik in 1983 gekocht, toen mocht dat nog’, zegt Ferdinand Rikkers. ‘Nu is het net zo beschermd als ivoor.’

Het karakter van het instrument zit in de houtsoort, Ferdinand kan het niet vaak genoeg benadrukken. ‘Niet alleen bij akoestische gitaren, maar ook bij elektrische. Een snaar gaat in elke houtsoort op een andere manier trillen, met andere boventonen. De elementen zijn alleen de microfoontjes die dat oppikken.’

Contrabas

Rikkers (57) begon 35 jaar geleden als gitaarbouwer, het jubileumfeest was vorige maand. ‘Ik was altijd al aan het knutselen. Mijn hele familie zit in de muziek, ik speelde contrabas. Als je puber wordt, is popmuziek en dus een basgitaar cooler. Maar in die tijd was een goede basgitaar onbetaalbaar voor mij.’

Dus ging hij zelf aan de slag. De zolder van zijn oma richtte hij in als werkplaats. Internet was er nog niet, goede instructieboeken evenmin. ‘Ik moest alles zelf uitvogelen. Maar mijn derde basgitaar verkocht ik al aan de bassist van het Metropole Orkest.’

Jacco Stuitje (50) werkte toen nog als informaticus. Maar zijn passie lag bij de muziek. ‘Ik speelde gitaar in een band. Toen ik ging werken en wat meer geld kreeg, zei iemand: je moet geen Fender kopen. Jij zoekt iets wat er niet is, maar Ferdinand kan het wel voor je maken.’

Het klikte tussen de twee en Ferdinand vroeg Jacco hem bij te staan op een beurs. Toen hij in 1993 vervolgens iemand zocht om hem te assisteren in de zaak lag de keuze voor de hand. ‘Ik heb alleen voor de vorm nog even getwijfeld’, zegt Jacco. Sinds 2000 zijn ze volwaardige compagnons in de tweemanszaak.

Het liefst doen de mannen alles zelf, al betekent vakmanschap ook dat je je eigen beperkingen moet kennen. Beeld Harry Cock / de Volkskrant

Roemenië

Zeker zo’n 350 gitaren hebben ze in al die jaren gebouwd. Met de hand, ongeveer één per maand. En elk instrument is anders. Dat kost soms 60, soms 120 uur. Alleen contrabassen laten ze in Roemenië bouwen. ‘Dat is zo arbeidsintensief, dat kan in Nederland niet uit.’

Daarnaast repareren ze (bas-)gitaren en stellen ze instrumenten af. Dat blijft nodig, vinden ze, om ontwikkelingen te volgen en om contact met zo veel mogelijk, bijvoorbeeld ook jonge, muzikanten te houden. De winkel is drie middagen per week open. ‘Anders houden we geen tijd over om te bouwen’, zegt Ferdinand. ‘Als mensen steeds binnenlopen, kom je niet aan bouwen toe. Je moet je echt goed concentreren.’

Want een gitaar bouwen is een ambacht. In de werkplaats staat een vlakbank uit 1952, een lintzaag, een frees. Aan de wand al het handgereedschap, waaronder een setje beitels van veertig jaar oud. Boven de werkbank hangt een tandartslamp.

Toch is het houtbewerken na 35 jaar niet meer het moeilijke van het vak. ‘Uitzoeken wat de klant precies wil, dat is het belangrijkste. Niemand speelt hetzelfde en iedereen zoekt een andere klank. Voor we beginnen met bouwen is een klant vaak meerdere keren langs geweest.’

Het liefst doen de mannen alles zelf, al betekent vakmanschap ook dat je je eigen beperkingen moet kennen. Zo maakte het duo lange tijd eigen pick-ups, de elektromagnetische microfoons in een gitaar. Jacco: ‘Toen ik op een internationaal symposium vijf elementmakers aan de tand voelde, wist ik na tien minuten: dat werk moeten we aan specialisten overlaten.’

De gitaarmarkt wordt gedomineerd door massaproductie. Lange tijd waren die instrumenten van matige of zelfs slechte kwaliteit. Maar door de opkomst van de computergestuurde CNC-frees kun je inmiddels voor een paar honderd euro prima gitaren kopen uit landen als Zuid-Korea en China.

Toch is dat geen concurrentie voor de Groningse gitaarbouwers. Jacco: ‘Wij bouwen vaak voor mensen die alles al gehad hebben.’ Gepassioneerde muzikanten, daar maken ze het liefst gitaren voor. ‘Die halen er het geluid uit dat erin zit.’ Prijzen variëren van 2.250 tot 7.000 euro. Gitaarhelden als Steve Vai worden gesponsord door grote gitaarmerken, zoals profvoetballers voetbalschoenen dragen van een bepaald merk tegen forse betaling. ‘Wij zijn al blij dat we er zelf van kunnen leven’, zegt Ferdinand.

Ondanks de grote groep jonge gitaarspelers, onder wie steeds meer vrouwen, zijn klanten vaak mannen van boven de 50 die al langer spelen en nu graag een keer een instrument willen dat echt voor hen is gemaakt. Met een persoonlijke noot, zoals een basgitaar uit het teakhout van de oude toonbank uit een warenhuis in Assen. Of een gitaar met een fossiel in de body. Natuurlijk speelt niet iedereen die een instrument koopt als een tweede Jimi Hendrix. ‘Maar als wij iemand heel erg blij maken, zijn wij blij.’

Handtekening

Vorig jaar deed de computergestuurde frees ook bij Rikkers Gitaarbouw zijn intrede. Een cultuuromslag, dat zeker, maar geen voorbode van een overstap naar serieproductie. ‘Jarenlang hebben we gedacht: we willen op de traditionele manier blijven bouwen’, zegt Jacco. ‘Toch zagen we om ons heen dat collega’s met een CNC-frees net wat mooier en preciezer werk konden leveren. Bijkomend voordeel is dat we nu dingen kunnen maken die we niet eerder konden.’

Toch is het apparaat zeker niet het einde van het ambacht. ‘Het blijft handwerk, maar met een nieuw stuk gereedschap. We hebben een heel nieuw vak moeten leren.’ Al priegelen ze nog steeds het liefst met een minuscuul vioolbouwersschaafje of pakken ze hamer en beitel om een vloeiende overgang tussen hals en body te maken. ‘Daarin zit onze handtekening.’

Bedrijf: Rikkers Gitaarbouw
Waar: Groningen
Sinds: 1983
Medewerkers: 2
Jaaromzet: 90.000 euro

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.