Een fijne neus voor kunst en commercie

Op veilig spelen was aanvankelijk het devies bij Warner Bros. Records. Maar met de opkomst van de popmuziek, groeide de zucht naar avontuur binnen het label....

Met liefde voor muziek had het weinig te maken, toen Jack L. Warner (1892-1978) in 1958 besloot om naast zijn veertig jaar eerder opgerichte filmmaatschappij Warner Bros. ook een platenlabel op te richten. De geboren Canadees, telg uit een geslacht van Poolse joden, had weinig met muziek en zéker niet met die herrie van tegenwoordig.

De oprichting van Warner Bros. Records was een zakelijk besluit, zoals het ook een zakelijk besluit was geweest om in mei 1956 zijn oudere broers Harry en Albert een lelijke loer te draaien: de vier Warner-broers (Sam was al in 1927 overleden, maar bestond formeel nog als aandeelhouder) besloten hun aandelen te verkopen, maar na een slim een-tweetje met bankier Serge Semenenko presenteerde Jack zichzelf niet veel later, tot stomme verbazing van zijn broers, als nieuwe grootaandeelhouder en president van Warner Bros., al was er nu nog maar één ‘bro’ over. Zaken zijn zaken.

De directe aanleiding tot de oprichting van het platenlabel, dat dit jaar zijn vijftigste verjaardag viert, was het hitsucces van Tab Hunter, een aan de Warner-studio’s verbonden acteur, die in 1957 een single opnam voor het labeltje Dot Records: een coverversie van Young Love van Ric Cartey. Het liedje bereikte de top van de hitlijsten en daar had Jack Warner flink de balen van. Hunter had zijn hitsucces immers mede te danken aan zijn bekendheid als filmacteur, maar Warner zag daar geen cent van terug en journalisten toonden meer belangstelling voor dat rotliedje dan voor Hunters Warner-films.

Dat geld moest voortaan in eigen huis blijven. Op 19 maart 1958 ging Warner Bros. Records van start op een bovenetage op het terrein van de filmstudio’s aan Warner Boulevard 3701 in Burbank, California.

Vijftig jaar en een paar maanden later is Warner Bros. Records één van de labels die samen de Warner Music Group vormen, de kleinste van de vier majorlabels in de platenindustrie, naast Sony BMG, Universal Music en de EMI Group. Ze hebben het alle vier zwaar, en Warner doet het van de ‘grote vier’ nog het slechtst, maar het jubileum wordt niettemin gevierd met de mooie box-set Revolutions In Sound: tien cd’s met Warner Bros-hits en een mooi boekwerk.

Het is een wat ironische titel, zou je zeggen, want handelwijze en muzikale koers waren aanvankelijk allesbehalve revolutionair. Soundtracks van Warner-films en muzikale uitstapjes van Warner-acteurs moesten voortaan op het eigen label verschijnen, maar verder wilde Jack Warner er zo weinig mogelijk mee te maken hebben.

Jim Conkling werd aangesteld om de zaak te runnen, onder het motto: geen grenzen verleggen, maar geld verdienen. En dus speelde Conkling op safe met adult pop: in 1960 tekenden The Everly Brothers bij Warner het eerste platencontract uit de geschiedenis waarmee meer dan een miljoen dollar gemoeid was. Trini Lopez, Petula Clark en Peter, Paul & Mary; veel wilder werd het niet in de vroege Warner-jaren.

Dat veranderde toen in 1963 Reprise Records werd opgekocht, het label van Frank Sinatra dat nog altijd een sublabel van Warner Bros. is. Het was Jack Warner te doen om Sinatra zelf, en dan nog primair om de acteur Sinatra. Dat het Engelse popgroepje The Kinks kort daarna bij Reprise tekende, interesseerde hem totaal niet, maar het was wel een keerpunt: The Kinks scoorden enkele hits in de VS, zodat Warner profiteerde van de Engelse ‘beatboom’ en langzaam begon te geloven in de commerciële waarde van de muziek die Jack Warner aanvankelijk buiten de deur wilde houden. Men begon te zoeken naar jonge, avontuurlijke popartiesten. Oók in Engeland.

Zo werd Warner/Reprise, onder de bezielende leiding van labelbazen als Mo Ostin en producer Lenny Waronker het bedrijf dat de naar Engeland verkaste Jimi Hendrix groot maakte in zijn moederland. Daarna volgden Neil Young, The Grateful Dead en The Electric Prunes.

Warner had zich in de frontlinie gemeld en zou vooral op het gebied van rock lang toonaangevend blijven. Het label had een fijne neus voor Amerikaanse kaskrakers (Allman Brothers Band, America), sprokkelde in de vroege jaren zeventig heel handig in de Britse scene (Roxy Music, T. Rex, Jethro Tull en The Faces), wist via het Sire-label punk en new wave aan het grote publiek te slijten (The Ramones, Talking Heads, Devo en uit Engeland Gang Of Four), ontdekte Madonna én Prince, had in de jaren tachtig ook nog Dire Straits, Van Halen en Paul Simon als troeven, boekte grootschalig hiphopsucces met Ice-T, De La Soul en House Of Pain en vierde triomfen in de jaren negentig dankzij R.E.M., Red Hot Chili Peppers, Black Crowes, Green Day en Alanis Morissette.

Daarmee zijn nog láng niet alle grootheden genoemd en hebben we het bovendien alleen over Warner Bros. Records, met sublabels als Reprise, Sire en Maverick. De Atlantic Records Group, thuishaven van bijvoorbeeld Led Zeppelin (Atlantic) en The Doors (Elektra), hoort ook tot de Warner Music Group, maar blijft op Revolutions In Sound buiten beschouwing.

Internet kwam en de vette jaren waren voorbij. Warner nam als eerste majorlabel een drastische bezuinigingsmaatregel: de ‘regionale’ kantoren buiten de VS mochten voortaan geen ‘nationaal product’ meer uitbrengen. Een bittere pil, zeker ook voor het Nederlandse Warner-kantoor in Hilversum, dat op Amerikaans bevel één van zijn bestverkopende artiesten van dat moment (Ilse DeLange) moest dumpen.

De vier traditionele machtsblokken in de muziekindustrie zijn hun grip op consument aan het verliezen. Ze brokkelen af, en Warner weet dat. Vrij vertaald uit het boekwerk bij Revolutions In Sound: ‘Het verhaal van vijftig jaar Warner Bros. dat we met deze collectie vertellen, zal zich niet herhalen. Niet op deze manier. Maar het verhaal is zo mooi dat je graag wilt geloven dat kunst, met commercie als bondgenoot, de markt ooit weer in vuur en vlam zal zetten.’

Vandaar die ondertitel: The First Fifty Years. Al was het maar omdat een muziekbedrijf er zonder geestdrift en optimisme maar beter meteen mee kan kappen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden